Consideratien van Staat, Ofte Politike Weeg-schaal,

Waar in met veele Reedenen, Omstandigheden, Exempelen, en Fabulen wert overwogen; Welke forme der Regeeringe, in speculatiegebout op de practijk, onder de menschen de beste zy. Beschreven door V.H. In deze vierde editie naawkeurig overzien, merkelik vermeerdert, en in veelen klaarder gestelt. t' Amsterdam, Voor Dirk Dirksz. Boekverkooper in de S. Nicolaas-straat. 1662.

Revision History
Revision 11993

internetpublicatie 2001

Abstract

Teksteditie met hs-aantekeningen van P. de la Court Consideratien van staat. Met in appendix aantekeningen over de klassieke citaten en 17de eeuwse bronnen. Een plaatsbepaling van de drukken en een glossarium.


Table of Contents

VOOR-REEDEN
1. [*3r] 0. VOOR-REEDEN, Inhoudende het oog-wit des autheurs.
2. Register
I. Van de Politie in het generaal, en van de Monarchale Regeering in het particulier.
1.1.0 INLEYDING. Het subject des Boeks door een Fabul bekent maakende.
1. Van de Politie in het generaal, en van de Monarchale Regeering in het particulier.
1. 1.1.1 [13] De ellendige naturelike stand der menschen, leevende buiten den Politiken Staat.
2. [1.1.2] De oorzaaken waar door de menschen zoodanig gezind, en die ellenden onderworpen zijnde, opgroejen.
3. 1.1.3 Werd beslooten, dat allesints noodzakelik is, eenige middelen te zoeken, om uit den natureliken stand des oorlogs, tegen alle menschen, te geraken.
4. 1.1.4 Wat eigentlik Politie, en een Politike Staat zy: en dat de Souverain altijds Een, ofte onsplitsbaar is.
5. 1.1.5 Wat eigentlik een goede, en een quade Regeering zy.
6. 1.1.6 Sullen werden geconsideert, de Monarchale, Aristokratike, en Populare-staat.
7. 1.1.7 Van den oorsprong deeser driederley formen van Regeeringe.
8. 1.1.8 De groote voordeelen der Monarchale Regeeringe ontstaande uit een goede opvoeding des zeekeren Successeurs in de Regeering.
9. 1.1.9 De groote voordeelen der Monarchale Regeeringe zelfs.
10. 1.1.10 Dat alle gemelde groote voordeelen der Monarchale opvoedinge in de practijk, ydel werden bevonden.
11. 1.1.11 Dat alle gepresumeerde voordeelen der Monarchale Regeering in den practik ook ydel werden bevonden te zijn.
12. 1.1.12 Ongemakken der Monarchale opvoedinge in het particulier.
13. [70] 1.1.13 Ongemakken der Monarchale Hofhoudinge, en haare quaade mesnage.
14. [82] 1.1.14 Alle gebreeken der Monarchen, voor zoo veel zy menschen zijn, spreiden zig over alle de onderdaanen.
15. 1.1.15 Ongemakken der Monarchale Regeering, en voor eerst dat een Heer zijn Onderdaanen niet regeeren wil, maar die aan zijn Favoriten vertrouwt.
16. [93] 1.1.16 Van onmondige Monarchen, en regeeringe der Voogden.
17. 1.1.17 Van Vrouwe regeering.
18. [97] 1.1.18 Een oud Heer is oorsaak van veel ongemaks.
19. [101] 1.1.19 Heeren erven vreemde Landen.
20. 1.1.20 Een geboore Heer op zijn allerbeste geconsidereert.
21. 1.1.21 De beste geboore Heeren zijn ongelukkige menschen, en Regeerders; levende zonder waarheid te hooren, ofte Vrienden te zien.
22. [112] 1.1.22 Verandering van Favoriten is den Onderdaanen ook schaadelik.
23. 1.1.23 De Monarchen sterven met een groot ongemak der Onderdaanen.
24. 1.1.24 Ongemakken als Heeren sterven zonder zeekere Erfgenaamen.
25. 1.1.25 De stand der Religie is onder Monarchen onzeker.
26. 1.1.26 Besluit over de Monarchale Regeering, voor zo veel zy den Monarchen zelf meest raakt.
27. [123] 1.1.27 Ongemakken der Onderdanen van de beste Princen in Vreede.
28. 1.1.28 Ongemakken der Onderdanen van de beste Princen in offensiven oorlog.
29. 1.1.29 Ongemakken der Onderdaanen van de beste Princen in defensiven oorlog.
30. 1.1.30 De eerste Koningen van haar geslacht, zijn de allerbesten.
31. 1.1.31 De beste Monarchale Regeering met een Fabul afgebeelt.
32. 1.1.32 Wat de H<eilige> Schrift des Ouden Testaments, ons leert, van dese beste Monarchen.
33. 1.1.33 Of de Christen Princen, door het Euangelie, so veel beter zijn geworden, dat wy gemelde zwaarste ongemakken niet te vreezen hebben.
34. 1.1.34 Dat de Landen der Christen Princen, zoo verwoest niet zijn, als de Landen der Onchristenen.
35. 1.1.35 Waarom alle Monarchen gemeenelik werden gepreesen, tegen alle waarheit.
2. [172] HET TWEEDE BOEK.
1. 1.2.1 In het formeeren van een politiken staat, en het maken der Wetten, moet men præsupponeeren dat alle Menschen van nature boos zijn, en zullen blijven, ten zy de zelven door goede ordre en Wetten, ingetoomd en beeter gemaakt werden.
2. 1.2.2 Kort discours oover den eersten opkomst, enden tegenwoordige stand, der Turken.
3. 1.2.3 Van de Turkse Hofhouding.
4. 1.2.4 Van de Janitsaren.
5. [188] 1.2.5 Van de Turkse Regeering.
6. [190] 1.2.6 Van den Divan van Constantinopol, of de Opperste Turkse Raad.
7. 1.2.7 Hoe de Turkse Keiser zelfs regeert.
8. 1.2.8 Van de Mufti van Constantinopol, of de Opperste Priester van het Turkse Rijk.
9. 1.2.9 Van de Turkse Justitie.
10. 1.2.10 Van de Turkse Finantien.
11. 1.2.11 Van de Turkse Domainen.
12. 1.2.12 Van den Groote Vizir, ofte Stadhouder des Turksen Keisers.
13. [201] 1.2.13 Van mindere Turkse Regeerders.
14. 1.2.14 Van de Beglerbey en Bassaschappen, ofte groote Turkse Gouvernementen in het generaal.
15. 1.2.15 Van het getal deeser groote Gouvernementen in het byzonder, in Europa, in Asia, en Africa.
16. 1.2.16 Van de Turkse Krijgs-zaken te Lande, in vredens-tijden.
17. 1.2.17 Van de Turkse Oorlogen te Water.
18. 1.2.18 Van de Turkse Oorlogen te Lande.
19. 1.2.19 Van de Bassaschappen van Barbaryen, en pariculierelik de regeeringe van Alger.
20. [216] 2.2.20 Vrugten der Turkse Regeeringe.
21. [224] 1.2.21 Dat de Turkse Landen gansch verwoest zijn.
22. 1.2.22 De boosaardigheid der menschen, maar niet de Turkse Religie, is oorsaak deeser quaalen.
3. [230] HET DERDE BOEK. Van de Monarachale Regeering in Europa.
1. 1.3.1 Een discours oover de Monarchale Regeringe van Europen in het generaal.
2. [235] 1.3.2 Discours over de geleegentheit van Vrankrijk.
3. 1.3.3 Van het Hof des Konings van Vrankrijk.
4. 1.3.4 Van het Hof der Koninginne van Vrankrijk.
5. 1.3.5 Van andere diensten en lasten des Francen Hofs.
6. 1.3.6 Discours over de gelegentheit van Spanjen.
7. [252] 1.3.7 Discours over de gelegentheit van Engelant.
8. [257] 1.3.8 Besluit over alle Monarchale Regeering.
9. [260] 1.3.9 Generaal besluit oover het lot der Onderdaanen van Monarchen.
10. 1.3.10 Dit lot der Onderdaanen van Monarchen werd met een Fabul afgebeelt.
11. 1.3.11 Werd met een Fabul afgebeeld hoe groot een schelmstuk het zy in zijn vry Vaderland een Monarchaale regeering in te voeren.
4. HET VIERDE BOEK.
1. [275] 1.4.1 Van mindere Slavernie, en Monarchen in fieri, die 't nog niet zijn, maar werden.
2. 1.4.2 Een kort verhaal van 't gunt in oude tijden, aangaande de regeering in Holland is gebeurt.
3. 1.4.3 Door wat middelen men in het Noorden van Europa naar meer vryheids heeft getragt.
4. 1.4.4 Van Hoofden der Republiken, die niet succedeeren konnen.
5. 1.4.5 Van de Egyptise en Syrise Republijk.
6. [307] 1.4.6 Generaal besluit, oover minder Slavernye en Monarchen in Fieri, die 't nog niet zijn, maar werden.
II. [309] TWEEDE DEEL. Van de VRYHEID.
5. HET EERSTE BOEK. Van de vryheid der Republiken in het generaal.
1. 2.1.1 Wat voor de Onderdaanen Tirannie, Slavernye, ofte Vryheid zy.
2. [313] 2.1.2 Werd met Fabulen afgebeeld, wat Slavernye, ofte Vryheid in de Politie zy.
3. 2.1.3 Van de Voordeelen der Republiken in 't generaal.
4. 2.1.4 Van de Naadeelen der Republiken in het generaal.
6. [332] HET TWEEDE BOEK. Van de Aristokratike Regeering in 't generaal.
1. 2.2.1 Van de Aristokratike Regeeering.
2. 2.2.2 Van de Voordeelen aller Aristokratike Regeeringen.
3. 2.2.3 Een van de grootste gebreeken der Aristokratike Regeering is, een Hoofd (ad vitam) te hebben.
4. [340] 2.2.4 Dit gebrek werd afgebeeld door de fabul der Vorsschen, Balk, en Ojevaar.
5. 2.2.5 Het tweede grootste gebrek der Aristokratike Regeeringe, bestaat in Partisans, en factien.
6. 2.2.6 Het derde grootste gebrek der Aristokratike Regeeringe, bestaat in Oligarchie, Dominatio Paucorum, stato da pochi, een regeering van weinig menschen.
7. [351]HET DERDE BOEK. Van de Aristokratike Regeering, en in het particulier van Venetien
1. 2.3.1 Van de perfectien der Aristokratike regeeringe in het particulier.
2. 2.3.2 Korte Historie der geschiedenissen raakende de Veneetse Regeeringe.
8. [370] HET VIERDE BOEK. Der Aristokratike Regeeringe. Van de Veneetse Regeering.
1. 2.4.1 Wat een Veneets Edelman zy.
2. 2.4.2 Wat de Groote Raad te Veneetien zy.
3. 2.4.3 Van den Hertoge.
4. [386] 2.4.4 Van Consiglieri, ofte Raaden des Hertoge. Signorie, en de Colleggio.
5. 2.4.5 Van het Senato, of Kleinen Raad te Veneetien.
6. 2.4.6 Van de Hooge Vierscharen, ofte Regtbanken te Veneetien.
7. [402] 2.4.7 Van de extraordinare Politie, Justitie, en Militie, te Veneetien.
8. 2.4.8 Van verscheide andere aansienelike Amten te Veneetien.
9. 2.4.9 Van de Regeering der onderhoorige Landen, en Steeden.
10. [410] 2.4.10 Van de Regeering der Stad Veneetien, en de Finantien der Stad en Staat.
11. 2.4.11 Andere Veneetse Amten van minder belang.
12. 2.4.12 Consideratien oover deese Veneetse Historien, en Regeeringe.
13. 2.4.13 Van de Republik te Ragouza.
9. [428] HET VYFDE BOEK. Van de Republik te Genoa.
1. 2.5.1 Van de Genueese Republik.
2. 2.5.2 Wat een Genuees Borger zy.
3. [433] 2.5.3 Van de qualificatien tot Amten te Genoa.
4. 2.5.4 Van 't Consiglio, of Kleinen, en Senato,of Grooten Raad te Genoa.
5. 2.5.5 Van de twee Hooge Collegien te Genoa.
6. 2.5.6 De Signorie van Genoa.
7. 2.5.7 Wat een Hertog te Genoa zy.
8. 2.5.8 De Iustitie van Genoa.
9. 2.5.9 Amten van minder belang te Genoa.
10. 2.5.10 Van de Finantien te Genoa.
11. 2.5.11 Van de Genueese Wapenen, en Krijgsluiden.
12. 2.5.12 Zoodanige Aristokratike Regeeringen werden met fabulen, en gelijkenissen, afgebeeld.
13. [454] 2.5.13 Besluit van zuivere Aristokratike Regeeringen.
10. [455] HET SESDE BOEK. Van gemengde Aristokratike Regeeringen.
1. 2.6.1 Van de Republik te Sparta, of Lacedemonien.
2. 2.6.2 Van de Roomse Republik.
3. 2.6.3 Kort verhaal van 't vervallen der Roomse Republike tot een Monarchaale Regeeringe.
4. 2.6.4 Besluit van de Spartaanse, en Roomse Republik.
5. [514] 2.6.5 Besluit van alle Aristokratike Regeeringen.
III. [518] DERDE DEEL, Handelende van de POPULARE REGEERING.
11. HET EERSTE BOEK Van de Populare Regeering in het generaal.
1. 3.1.1 Van den oorsprong der Populare, Demokratike, ofte des gemeenen Volks Regeeringe.
2. 3.1.2 Dat gelijkheit onder de Mannen, de gront der Populare Regeeringe zy.
3. 3.1.3 By wat geval een Populare Regeeringe geformeert wert.
4. 3.1.4 De Voordeelen der Populare Regeeringen.
5. 3.1.5 De gebreeken der Populare Regeeringe.
6. 3.1.6 Naader Consideratien oover de gebreeken der Populare Regeeringe.
12. [578] HET TWEEDE BOEK. Van de Populare Regeering, in het particulier, Atheenen raakende.
1. 3.2.1 Een korte Historie der geschiedenissen, rakende de Regeering van Atheenen.
2. 3.2.2 Van de Regeeringe der Atheense Republike.
3. 3.2.3 Eenige conclusien getrokken uit de Griekse Historien.
4. 3.2.4 Particuliere consideratien over de Historien van Athenen.
13. [636]HET DERDE BOEK. Welke Regeering de beste zy, de Monarchie, Aristokratie, ofte de Populare Regeering.
1. 3.3.1 Eenige Consideratien over het geheele Werk, voor desen gediend hebbende tot een vermeend besluit, dat de Populare Regeering de beste was.
2. 3.3.2 Werd met drie Fabulen afgebeeld, dat de Populare, de beste der drie formen van Regeering zy.
3. 3.3.3 Reedenen waarom de Populare Regeering voor desen zo gunstig is voorgestelt geweest; hoewel die warelik de beste niet zy.
4. [659] 3.3.4 Dat een Populare Regeeringe, warelik veel beeter is als een Regeering, bestaande uit weinig menschen.
5. 3.3.5 Dat een Aristokratie, die allernaast aan de Populare komt, gewisselik de beste Regeering is.
6. [665] 3.3.6 Waaragtig oogwit van 't geheele werk, dienende tot een besluit.
A. Bijlagen
1. Drukken
2. Editie
3. Taal
4. Bibliografie
5. Toelichting
6. Structuur
6.1. Vormen die vijf keer en vaker voorkomen
6.2. Vormen met een frequentie van twee tot vier
6.3. Vormen met frequentie 1
Glossary