Hoe leukemie behandeld wordt
Ongeveer 25 jaar geleden konden de artsen niet veel doen. Bijna alle mensen die leukemie kregen, gingen dood. In de afgelopen 25 jaar hebben artsen en onderzoekers een heleboel medicijnen uitgevonden die tegen leukemie helpen. Steeds als ze een nieuw middel hebben uitgevonden, proberen ze dit eerst uit op bijvoorbeeld muizen met leukemie (dieren kunnen ook leukemie hebben). Meestal is het zo dat als het bij muizen met leukemie helpt, het ook bij de mensen met leukemie helpt.
Om te kunnen begrijpen hoe de medicijnen werken, moet je weer even denken aan het stukje over de indringers. De onrijpe cellen delen zich elke keer weer in een snel tempo en verhinderen de goede bloedcellen hun werk te doen. Daarom moeten eerst alle indringers vernietigd worden. Dan kunnen de gezonde bloedcellen zich weer gewoon delen en hun werk doen een deling is heel moeilijk voor een cel. Een cel die zich net aan het delen is, is zeer kwetsbaar. Als een delende cel door iets gestoord wordt, dan weet hij niet meer hoe hij zich moet delen en gaat dood. Alle medicijnen die tegen de leukemie helpen, storen meestal de bloedcellen bij het delen. Zulke medicijnen noemen de dokters cytostatica.
Behalve de indringers worden natuurlijk ook de gezonde cellen gestoord bij het delen. Maar de gezonde cellen delen zich veel langzamer dan de indringers.
Tijdens de deling zijn de gezonde cellen net zo kwetsbaar voor cytostatica de indringers. De gezonde cellen kunnen niet goed werden en daardoor kun je je naar voelen als je cytostatica krijgt.
Bloedcellen die aan het delen zijn, kun je ook op een andere manier in de war brengen. Door bestraling. Bepaalde stralen rammelen en schudden de cellen zo hard door elkaar, dat de deling misgaat. Dan gaan de cellen ook dood, net als bij cytostatica, de medicijnen. Dit geldt natuurlijk vooral voor de indringers, want die delen zich het snelst. Over bestraling staat verderop in het boekje een stukje.
 
ER IS NOG EEN MANIER UITGEVONDEN OM JE TE GENEZEN VAN LEUKEMIE
DAT IS EEN BEENMERGTRANSPLANTATIE
Beenmergtransplantatie
Wat is een beenmergtransplantatie eigenlijk. En welke manieren zijn er. Je kunt een beenmergtransplantatie vergelijken met een huis uit onze stad waarvan de stenen slecht zijn. Om het huis weer gezond te maken, moeten we het opnieuw opbouwen. Daarvoor zijn drie manieren.
1. We kunnen goede, nieuwe stenen gebruiken om het huis opnieuw op te bouwen. Dit heet autologe beenmergtransplantatie. Hierbij wordt je eigen beenmerg (de slechte stenen) weggehaald, je beenmerg wordt behandeld (de stenen worden schoongemaakt) en weer in het lichaam (het huis) teruggebracht.
2. Een tweede manier is om stenen uit een andere stad te halen, maar dan wel uit een stad die er precies hetzelfde uitziet. Dit heet syngene of isogene beenmergtransplantatie. Dit gebeurt meestal bij eeneiige tweelingen, dat zijn twee baby’s die uit één eitje zijn ontstaan en dan ook precies op elkaar lijken.
3. Een derde manier is om stenen uit een stad te halen die er bijna hetzelfde uitziet. Dit heet allogene beenmergtransplantatie. Hierbij word meestal een broer of zus als donor gebruikt, van wie de witte bloedcellen haast hetzelfde zijn aan die van jou.
De derde manier wordt meestal gebruikt, omdat maar heel weinig mensen een tweelingbroertje of tweelingzusje hebben. Bij de donor (je broer of zus van wie de witte bloedcellen bijna gelijk zijn aan die van jou) wordt door een groot aantal beenmergpuncties (prikken met een lange dunne naald) 1 à 2 liter beenmerg vermengd met bloed, afgenomen. Uit dit beenmerg worden in het laboratorium de witte bloedcellen gehaald en deze witte bloedcellen worden via een infuus (een slangetje) bij je in het bloed gebracht. Via het bloed komen de cellen vanzelf weer in het beenmerg terecht.
Dus jij bent een stad, waarvan niet alle stenen goed zijn. Je krijgt stenen van je broer of zus, van de stad die er bijna hetzelfde uitziet. Die stenen worden binnen gebracht en in je beenmerg gaan de stenen zich vermeerden.
 

WAT GEBEURT ER NOG MEER BIJ EEN BEENMERGTRANSPLANTATIE?

 
In het begin van het werkstuk heb je kunnen lezen dat in je bloed ook granulocyten zitten. Dit zijn de politieagenten die elke inbreker opeten. Als de dokter nu direct de nieuwe witte bloedcellen zou geven die uit het beenmerg komen van een broer of zus, dan worden deze nieuwe cellen als inbrekers gezien en worden direct opgegeten.
Dus voordat je het nieuwe beenmerg krijgt, - de dokters noemen het transplanteren -, krijg je eerst medicijnen en bestralingen om die politieagenten te doden. Ook de laatste indringers worden hiermee gedood. Met deze behandeling wordt in het beenmerg plaats gemaakt voor de nieuwe bloedcellen.
Geneesmiddelen
Als je voor behandeling van leukemie wordt opgenomen in het ziekenhuis krijg je ook veel medicijnen te slikken. Voordat de beenmerg transplantatie wordt gedaan, word je behandeld met cytostatica. Cytostatica is een medicijn die de cellen bij het delen stoort. Zo kunnen de indringers zich niet meer delen en gaan ze dood. Ook de goede cellen kunnen zich nu niet delen, maar omdat de indringers met veel meer zijn en zich veel sneller delen dan de goede cellen, is dit niet zo heel erg.
Een ander soort medicijn dat je krijgt zorgt ervoor dat de politieagenten je nieuwe beenmerg niet direct aanvallen. Deze medicijnen noemen de dokters immunosuppressiva. Nog een soort medicijn is antibiotica. Dit medicijn is een aparte groep politieagenten die de ontstekingen aanvalt en bestrijdt.
Je ziet dus dat het lichaam een heleboel medicijnen moet verwerken die er met z’n allen voor zorgen dat je weer beter wordt. Van sommige medicijnen weten we dat ze bijwerkingen hebben zoals misselijkheid, ontstekingen, huiduitslag en nog een paar vervelende dingen. Maar dat gaat allemaal weer over.
 
BESTRALING HEEFT IETS MET STRALEN TE MAKEN
ER ZIJN VERSCHILLENDE SOORTEN STRALEN
Bestraling
Zonnestralen geven licht, dat kan je zien. Ze geven ook warmte, dat voel je op je huid. Sommige stralen kun je niet zien en ook niet voelen. Je merkt helemaal niets van deze stralen. Zulke stralen gebruiken de dokters ook bij de behandeling van leukemie. Voor bestraling ga je naar een speciaal ziekenhuis, dat het een radiotherapeutisch instituut. De dokters daar weten erg veel over de stralen en hebben grote apparaten waar de stralen uitkomen.
De bestraling wordt een dag voordat je nieuw beenmerg krijgt, gedaan en het kan wel een paar uur duren. Je hele lichaam wordt bestraald. De bedoeling van de bestraling is om de laatste restjes van de leukemiecellen te vernietigen. De bestraling krijg je na de behandeling met cytostatica.
Als de dokter het bestralingsapparaat klaar heeft gemaakt, moet je heel stil liggen. De dokter en de zuster gaan nu naar een andere kamer waar zij je op een televisie kunnen zien liggen. Van de bestraling merk je niets. Het apparaat bromt en zoemt een beetje. Je weet dat je de stralen helemaal niet kunt zien, je voelt er ook niets van. Je moet heel stil blijven liggen totdat de dokter of zuster weer terug komt en zegt dat je klaar bent.
Bestraling heeft net als de medicijnen een paar bijwerkingen. De haren op je hoofd kunnen uitvallen, maar als je niet meer bestraald wordt, groeien ze vanzelf weer aan. Als je bestraald wordt, kan je wat last hebben van de zon, zeep of zalfjes. Je moet dus een beetje voorzichtig zijn. Er zijn kinderen die 3 tot 4 weken nadat de bestraling afgelopen is, moe en duf worden. Ze slapen en eten slecht.