Gewoon lekker koersen - Rik de Vrieze
Genomineerd voor "Pen als Lotgenoot"

Je bent dertien jaar en ziet je toekomst al helemaal voor je. Een leuke vervolgopleiding is al gekozen. Na die opleiding aan het werk en sparen voor het welbekende ‘huis(je), boompje en in plaats van dat bekende beestje een briesende Lamborghini’. Als dan de diagnose wordt gesteld dat je levensbedreigend ziek bent duurt het allemaal wel heel erg lang. Van alle kanten wordt je verteld dat school niet belangrijk is, je gezondheid wel. Maar zoals cabaretier Bert Visscher zegt: “Ik wil gewoon lekker doorgaan, gewoon lekker koersen”...

 
Een griepje
Een “onschuldig” griepje los je op door rust te nemen. Dus niet naar school, YOEPIE!!! Maar na zoveel rust ga ik me meestal vervelen. Een oplossing is dan je hobby, in mijn geval mijn passie voor auto’s. Mijn vader en ik besloten de auto “uit te laten”. Maar als je met een snelheid van bijna 200 kilometer per uur in slaap valt, dan is er echt iets mis. Ook als auto’s niet je hobby is!

 
De diagnose
Op 25 september 2000 werd de diagnose leukemie gesteld. Om vijf uur kwam de huisarts met tranen in zijn ogen bij ons thuis en om acht uur lag ik in de ‘box’ met een infuus in mijn arm. Iedereen was natuurlijk erg verdrietig, maar er was één iemand die niet huilde omdat ik kanker had, maar omdat we geen pannenkoeken gingen eten! Die iemand was ik, ik had geen idee dat leukemie zo ernstig was, laat staan dat het een vorm van kanker was. Pas na vijf weken kwam ik erachter dat ik kanker had. Ik weet niet of dit kwam door gebrekkige informatie van de artsen doordat ik zo ongelooflijk “lam” was en daarom nog niet eens één tiende van alles meekreeg.

 
“Biologische bom”
Al die medicijnen die ik ingespoten kreeg, al die chemische troep, ik leek wel een biologische bom. Honderd-negen weken behandeling stond mij te wachten. Waarvan zes maanden zeer intensief. De honderd-negen weken van behandeling vlogen voorbij! Na zes maanden kwam ik in de zogenaamde onderhoudsfase. Klinkt alsof ik gecontroleerd word en een stempeltje krijg als ik goedgekeurd word! Maar het is nog steeds erg intensief. Eén keer in de week naar het ziekenhuis voor een chemo-kuur. Het was altijd op donderdag. De vrijdag daarop was ik altijd misselijk, “toevallig” hè, zo voor het weekend!
Tijdens de chemo-kuren leerde ik veel mensen kennen, ik lag er wel eens mee op een kamer en als ik of hij/zij weer naar huis ging zeiden ze vaak: “Ik heb nog nooit zo’n gezellige tijd in het ziekenhuis gehad.” Dus niet alleen de leraren maar ook de verpleegsters moeten gek van mij zijn geworden! Helaas zijn twee vriendinnen die ik in het ziekenhuis heb leren kennen overleden aan leukemie. Op zulke momenten dacht ik vaak: “Waar doe ik het eigenlijk voor, voor mezelf of voor mijn vrienden en familie.” Nu ben ik blij dat ik het allemaal gedaan heb, ik voel me goed, ik sport veel, verdien mijn eigen zakgeld door hard te werken.

 
Mijn website
Vlak voordat ik opgenomen werd, hadden we net een nieuwe computer. Allemaal leuke programma’s en veel om te ontdekken. Als ik tussen de chemo’s door thuis was, kwam ik dwalend door het menu een programma tegen waarmee je websites kunt bouwen. Dat leek me gaaf, een website, maar waarover?! Om acht uur ’s avonds was het eindelijk tijd om te gaan internetten! Net als iedereen wilde ook ik alles weten over leukemie en net als iedereen moest ik wachten tot acht uur ’s avonds om de hoge telefoonrekening te vermijden. Veel viel er niet te ontdekken, er was nauwelijks informatie! Het idee om mijn website over leukemie te maken was geboren! Na twee weken “worstelen” met de computer was het resultaat een website waarop ik nu al meer dan 30.000 bezoekers heb van mensen uit België, Nederland en Luxemburg! Er was één berichtje waar ik het allemaal voor deed, het luidde: “Ik snap nu eindelijk wat mijn zusje heeft”.
Om een website te bouwen heb je geduld nodig en niet iemand die je de hele tijd op de vingers kijkt. Mijn ouders en zus dachten dan ook dat ik voortdurend spelletjes aan het doen was. Toen de website echt helemaal af was liet ik hem aan mijn ouders zien en werd hij gecontroleerd door één van mijn artsen. Hij zei dat ik het goed verwoord heb en dat er geen verkeerde informatie op stond. Het was tijd om hem te publiceren.

 
Bijna beroemd!
Vier kranten kwamen op mijn website af. Het “Groninger Dagblad” had de primeur. Het artikel met de waarschijnlijk goedpakkende titel: “Zieke Rik (13) maakt eigen website over Leukemie; Jonge leukemiepatiënt uit Blijham geeft op internet heldere uitleg over ingewikkelde ziekte”. Dankzij deze aandacht trek ik veel bezoekers, in twee dagen bijna 50 (!) e-mailtjes!  “De Telegraaf” belde de dag na publicatie om een interview. Twee dagen later dan het “Groninger Dagblad” werd dit stuk gepubliceerd. Ik had geen idee dat ik het artikel zou “delen” en al helemaal niet met iemand die ik niet eens ken! Ik kreeg e-mailtjes met de tekst: “hoe is het met jou en David”, maar wie is die David eigenlijk precies!? Volgens mij was dat verhaal niet zo’n goed plan. Nog een artikel wat achteraf niet echt een goed plan was, werd geplaatst in de “Zorgkrant”. Het knullige stukje zei me niets, het was alsof een kind van zes z’n weekend beschreef: “En toen, en toen, en toen, en toen…”. “Het Streekblad” schrijft elke week een stukje over hoe goed of slecht een website is. Het commentaar wat zij gaven was: “Naast informatie over wat leukemie precies inhoudt, hoe de ziekte is te herkennen en verschillende verenigingen, staan er ook puzzels en praktische tips op de site. Zo leren we dat het drinken van twee à drie glazen cola helpt om niet misselijk te worden na het ontwaken uit een narcose. Qua taalgebruik is de site niet hoogdrempelig. Er worden wel hier en daar medische termen gebruikt, maar die worden door de webmaster vervolgens in simpele bewoordingen (dus: duidelijk) uitgelegd.” Thank you, thank you very much!

 
Kerkelijke gezindte?!
Met mijn website kwam ik met veel mensen in contact die in dezelfde situatie zaten. Studenten, familieleden, artsen en verpleegsters/verplegers waren mensen die mij steunden om vooral door te gaan! Ook veel discussies waren er over “de Lieve Heer”. Het was niet dat ik hen ervan wilde overtuigen dat hij niet bestond of wat dan ook, daarom heet het ook geloof! Of niet dan?! Maar juist waaróm ik dit alles moest meemaken! De hoofdvragen voor mij waren dan ook meestal: “Kunnen jullie mij vertellen waarom ik dit alles moet doormaken? Kunnen jullie mij vertellen waarom ik zoveel ellende naast mijn ziekte heb gehad?” Echt vertellen waaróm konden ze niet, maar wel zeiden ze dat ik er sterker van zou worden, lichamelijk en geestelijk!

 
Vriendschap, maar een illusie?
Ze zeggen dat je je vrienden leert kennen als je in nood zit. Waarschijnlijk heb ik precies de goede vrienden gekozen en anders klopt die uitdrukking niet! Natuurlijk wisten mijn vrienden niet hoe ze er mee om moesten gaan. Wie neemt ze dat nou kwalijk!? Geërgerd raak ik juist als mensen die ik absoluut niet mag opeens heel aardig gaan doen. M’n vrienden kwamen regelmatig langs en we deden leuke dingen. Zoals naar de film gaan, een sneeuwpop maken en met Lego spelen. Wie zei ook alweer ik volwassen moest worden? Goed idee!

 
School
Toen ik twee weken in de tweede klas zat werd mij verteld dat ik leukemie had. In die twee weken had ik één cijfer, een 2 op Duits. De rest van het jaar was ik te ziek om op school te zijn. Af en toe ging ik heen om mijn vrienden weer te zien. Leerlingen vonden het ‘VET’ als ik er weer was. De leraren vonden het niet zo ‘VET’. Zij gooiden met opmerkingen als “goh, je kunt wel merken dat Rik er weer is”. Dat maakt me trots, het idee dat ik ondanks alles nog altijd even vervelend kan zijn! Mijn klasgenoten gaan naar de derde klas en tot hun stomme verbazing, IK OOK! Ik had een gesprek met mijn mentor, daarin kwam ik met het idee om me gewoon naar de derde van het HAVO te sturen. Als ik een slecht kerstrapport zou hebben, zou ik alsnog naar de tweede klas teruggaan. Het enige weerwoord wat ik kreeg bij het vertellen van mijn idee was: “Maar wil je dan niet naar het VWO? Daar hadden we je op ingeschat.” Waarom zou ik, ik heb HAVO nodig voor m’n vervolgopleiding. HAVO duurt vijf jaar, VWO zes. Dat is nog eens een makkelijk rekensommetje!
Het derde leerjaar was ik goed doorgekomen, op naar de vierde. Mijn eerste tentamen periode brak in de vierde klas aan. Alles ging lekker, zo doorgaan was het advies van mijn mentrix! Tweede tentamen periode ging al minder en na mijn derde tentamen periode werd mij duidelijk dat ik niet over zou gaan. Ik ging ervoor om alle vakken die ik kon afsluiten af te ronden. Deze vakken waren: Algemene Natuurwetenschappen, Duits en Culturele & Kunstzinnige Vorming. ‘Das habe ich gut gemacht.’

 
Leukemie “misbruiken”
Als je geconfronteerd wordt met een levensbedreigende ziekte, moet je daar gebruik of zelfs misbruik van maken. Een voorbeeld: Mijn ouders wilden dat ik bereikbaar was en zonder beltegoed ben ik niet bereikbaar. Dus mam en pap, jullie moeten mij beltegoed kopen aangezien ik geen geld meer heb. Pakken wat je pakken kan!

 
“Bijwerkingen”
Voor de onderhoudsfase kon ik ook naar het regionale ziekenhuis. Natuurlijk deden we dat, het is 10 minuten rijden in plaats van 30 minuten, we hoeven daar niet te wachten en ik kon na de kuur nog naar school. Al vraag ik me af of dat laatste zo’n pluspunt was! Als de dokter, die mij altijd behandelt, op vakantie gaat vraagt hij of ik naar Groningen wil voor die vier weken of dat een andere arts mij de medicijnen mag inspuiten. Ik blijf liever in het St. Lucas ziekenhuis dus spreken we dat af. Mijn enige voorwaarde is dat ik niet die ene Duitse arts krijg, daar had ik nare ervaringen mee!
Als ik de week daarop in het ziekenhuis kom, blijkt, dat precies dié arts mij gaat behandelen! Voordat ze mij de medicijnen toedient zegt ze: “Ik ben zo zenuwachtig, ik heb er vannacht niet van kunnen slapen”. *POEF*, daar ging mijn vertrouwen. “Maar ze heeft ervoor geleerd, ze zal toch wel weten wat ze doet”, waren mijn gedachten op dat moment. Pijnlijk prikte de stuntelige arts de naald in mijn VAP. Het voelde alsof er een splinter in mijn borst zat! ’s Zondags in de auto gleed de gordel een paar keer over de pijnlijke plek en thuisgekomen ging ik toch maar even kijken. Mijn hele huid schroeide weg, het deed nog steeds erg pijn. De volgende dag moest ik direct naar het AZG in Groningen. Het was wel duidelijk, of de klunzige arts had naast de VAP gespoten of er zat een lek in! De VAP volspuiten met contrastvloeistof en dan maar een foto maken. Niets te zien van een lek, dat betekende dat de zij een grove fout had gemaakt!

 
Stichting “doe een wens”
Mijn grote wens was om zelf over een circuit te racen, meerijden was leuk en aardig, maar ‘Done that, been there, haven’t got the T-shirt.’ Om een wens zoals die van mij te vervullen zou je de stichting “doe een wens” moeten inschakelen. Volgens de website en de reclame op televisie en radio vervullen ze de wensen van kinderen met een levensbedreigende ziekte. Ik dacht dat bloed-kanker (leukemie) levensbedreigend was! De reactie die we terug kregen zei eigenlijk: “Omdat je niet dood gaat kunnen we je wens niet vervullen.” Ik vond dit belachelijk, niet alleen de leukemie deed mij veel pijn, maar de hele situatie was triest, ik kon wel een oppepper gebruiken!
Toen mijn oom van mijn droom hoorde vertelde hij dat hij de mensen van de “Advance Driving School” op het TT-circuit wel kende. Hij zou kijken wat hij kon doen! Twee weken later stond ik dan met mijn helm op, op het circuit. Drie rondjes meerijden is best leuk, maar ik wou zelf rijden! Toen we stopten zij de instructeur: “Nou moet jij het maar even proberen”. Mijn moeder liep helemaal rood tot paars aan. Daar ging ik, heel voorzichtig, voor de bocht wel vijf keer remmen en de perfecte lijn rijden. Twee rondjes later ging het beter. Het was BOEM op de rem, insturen en weer op het gas!
Toen mijn zussen zestien werden kreeg de één een paard en de ander een brommer. Als ik zestien ben ga ik met mijn vader mijn race-licentie halen! Dit betekend dat jullie vast nog wel meer van mij zullen horen.