Bron:

Leeuwarder raad moet nu rug recht houden

Er zou geen enkele vluchteling op straat komen. Die belofte is geschonden

Het Leeuwarder College van B&W heeft  november j.l. besloten dat vluchtelingen uit het  Onderdakcentrum Burmania  zeker niet zonder voorzieningen op straat zouden belanden. Niet verwonderlijk dus, dat de gemeenteraad geschokt reageerde op het bericht van het dumpen van 19 van de betreffende vluchtelingen op straat in Ter Apel vanuit het daar gevestigde vertrekcentrum.Het is de vraag of het College door het geven van desinformatie aan de gemeenteraad minister Verdonk  steunt in haar beleid van uitsluiten van vluchtelingen, die niet terug kunnen naar hun land van herkomst, of dat het slechts uit naïviteit het alternatieve terugkeerbeleid  heeft gesteund.

Sinds de introductie van het terugkeerbeleid in 1998 door de toenmalige staatssecretaris Cohen zijn de opeenvolgende bewindslieden met het probleem geconfronteerd dat veel vluchtelingen – die een verblijfsstatus is ontzegd – niet terug kunnen naar hun land van herkomst. De bewindslieden dachten dit op te lossen met een alternatief verwijderplan. De vluchtelingen die we het land niet uitkrijgen zetten we 28 dagen na een aanmaning op straat en zijn dan officieel het land uit. Het probleem werd hierdoor  afgeschoven naar de lokale overheden. De vluchtelingen en hun kinderen klopten na jaren verblijf in asielzoekerscentra, samen met Friezen en andere Nederlanders aan op de deur van het gemeentehuis voor onderdak. Doordat de gemeenten overstelpt werden met op straat gezette vluchtelingen trokken de burgemeesters uit de drie Noordelijke provincies gezamenlijk aan de bel bij  Kalfsbeek, Nawijn en later Verdonk. Zij verklaarden  manmoedig dat in hun gemeente geen vluchteling op straat gezet zou worden.

Het antwoord van Verdonk was in de eerste plaats het opzetten van een vertrekcentrum voor 26.000 vluchtelingen - die nog onder de oude vreemdelingenwet voor asiel naar Nederland waren gekomen  - in  Dongeradeel. De gemeenteraad aldaar nam echter tijd en moeite zich met een hoorzitting te verdiepen in de consequenties die zo’n  vertrekcentrum voor vluchtelingen zou hebben. Met als resultaat dat de gemeenteraad niet wenste mee te werken aan schending van mensenrechten. Ze wenste niet mee te werken aan de tweedeling tussen zogenaamde meewerkende en niet-meewerkende vluchtelingen en het opsluiten of op straat zetten van deze mensen. Met een spoedprocedure lukte het de overheid alsnog vertrekcentra te realiseren in Ter Apel en Vught.

Als zoethouder voor de bij de gemeenten aankloppende vluchtelingen die onder de nieuwe vreemdelingenwet vielen en op straat werden gezet vond minister Verdonk in Leeuwarden steun bij partijgenoot en -strateeg burgemeester Dales en diens wethouders.

B&W Leeuwarden werd bereid gevonden een vertrekcentrum voor nieuwlichters onder de noemer van onderdakcentrum in haar gemeente te vestigen. De waarschuwing van onder andere Klaas Harink van Vluchtelingenwerk Fryslân  en andere deskundigen dat de zogenaamde meewerkende vluchtelingen veelal op straat zouden belanden bestempelde  Dales als “spookverhaal en onruststokerij''. Hij kreeg een punthoofd van mensen die deze argwaan creëren. “De vreemdelingen die naar Leeuwarden komen, hebben al beloofd te zullen terugkeren naar hun vaderland. Illegaliteit is voor hen geen optie”. Omdat het COA en Dales garandeerden dat in Leeuwarden geen vluchteling op straat zou komen stemde de gemeenteraad schoorvoetend in met de opening van het onderdakcentrum Burmania.

In antwoord op vragen van de Christen Unie en de SP over de vrees dat vluchtelingen uit het onderdakcentrum op straat zouden belanden schreven eind januari B&W van Leeuwarden dat: ,,Tot nu toe is voor alle personen de acht weken afdoende gebleken om de zelfstandige terugkeer te regelen''. Het COA stelde toen daarentegen ,,Tot nu toe is er niemand vertrokken. Eén Afghaan (die nu nog in het VCTer Apel zit –HA) heeft concrete plannen, maar wanneer hij precies gaat, is niet bekend''. Op 2 februari j.l  hebben Christen Unie en SP in een interpellatie gevraagd of met de sluiting van onderdakcentrum Burmania vluchtelingen op straat zouden belanden. Wethouder Hafkamp heeft toen geciteerd uit een inmiddels ‘zoekgeraakte’ brief die het college gekregen had van Minister Verdonk: "Het deel dat niet naar het land van herkomst teruggaat zal elders worden gehuisvest Er komt niemand op straat te staan". Een meerderheid van de raad vond het toen niet meer nodig om het college te vragen er zorg voor te dragen dat de bewoners van Burmania na 1 maart niet op straat zouden belanden. 

Hoe zal de gemeenteraad van Leeuwarden reageren? Zal zij de op straat gezette Burmaniabewoners alsnog onderdak aanbieden of  berust zij in  hand- en spandiensten verlenen aan het uitsluitings- en verwijderbeleid van Verdonk?

 

Werkgroep Vluchtelingen Vrij