Bron:

Vertrekcentrum Ter Apel - Kamp voor rechtelozen 

Ter Apel / Groningen 23 september 2005

Uitgave van de Werkgroep Vluchtelingen Vrij ter gelegenheid van de hoorzitting in Ter Apel over het vertrekcentrum Ter Apel

 

 

De legitimiteit van een humaan uitsluitingsbeleid


Menswaardige behandeling

“De plicht van illegale vreemdelingen om Nederland te verlaten, betekent niet dat zij helemaal geen rechten hebben. Iedereen die in Nederland verblijft, heeft recht op een menswaardige behandeling. Illegale vreemdelingen hebben toegang tot medische zorg en alle kinderen - legaal of illegaal - hebben recht op onderwijs”.

Ministerie van Justitie, Terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers en andere vreemdelingen, augustus 2004


Vandaag 23 september vindt op initiatief van de PvdA, GroenLinks en de SP in Ter Apel een hoorzitting plaats over het aldaar gevestigde vertrekcentrum (VC), het sluitstuk van het terugkeerbeleid van  minister Verdonk. De directe aanleiding hiervoor zijn de in toenemende mate verontrustende berichten en beelden vanuit het VC. Een 47 dagen durende hongerstaking van Iraanse vluchtelingen; op straat gedumpte vluchtelingen; een opstand tegen het met grof geweld afvoeren van een bewoner uit het VC naar een Penitentiaire Inrichting,  waarbij tegen alle  afspraken in de gemeentepolitie werd ingezet. Het gevolg hiervan was dat de gemeenteraad van Vlagtwedde – na eerst de komst van het VC met open armen te hebben binnengehaald – via een motie de regering en alle gemeenten oproept zich hard te maken voor een regeling om uitgeprocedeerde vluchtelingen die onder het project Terugkeer vallen alsnog een verblijfvergunning te geven. Alarmerende berichten alom. Voor de drie fracties voldoende redenen om deze hoorzitting te organiseren. Met als hoofdpunt het reilen en zeilen in het VC en uiteindelijk het project Terugkeer, met andere woorden het terugkeerbeleid van mevrouw Verdonk.

Minister Verdonk en mevrouw Vis , directeur van het project Terugkeer van het ministerie van Justitie, buitelen over elkaar heen in hun beweringen dat regionale en lokale bestuurders, actiegroepen en eenzijdig berichtende media hun terugkeerbeleid frustreren. Deze dwarsliggers zouden daarbij vluchtelingen valse hoop geven en belemmeren om 'vrijwillig' te vertrekken. Verdonk voert bij herhaling hierbij aan dat de argumenten van de tegenstanders van haar terugkeerbeleid  louter gebaseerd zijn op misverstanden, zoals onder andere in de Trouw(29 04 05). Daarom zou volgens Verdonks website een onderzoek naar de gang van zaken in het vertrekcentrum en de consequenties van het terugkeerbeleid voor de vluchtelingen zelf dan ook volstrekt onnodig zijn. De vraag rijst echter wie er nu daadwerkelijk misverstanden creëert zoniet mist veroorzaakt.

Zo geeft de minister in haar terugkeernota van 21 november 2003 aan dat zij het draagvlak voor terugkeer "van ongeveer 26.000 asielzoekers" wil vergroten door: "het uitdragen van een centrale boodschap dat onrechtmatig verblijf van vreemdelingen niet wordt geaccepteerd. Uiteindelijk geldt dat wie terug wil ook terug kan."De werkelijkheid blijkt toch wat weerbarstiger. Met haar project Terugkeer is in een jaar tijd aan meer dan 5200  mensen een geïllegaliseerd bestaan opgedrongen. Ze meent zichzelf bij deze operatie op de borst te kunnen kloppen door aan te voeren dat uit haar doelgroep 5600 vluchteling een verblijfsvergunning hebben gekregen. Mensen die eerst vier tot vijftien jaar zijn gegijzeld in de procedure en gedoemd waren tot niets doen.

Om deze menselijke tragedie verder te verdoezelen worden we vanuit het ministerie en door het COA bestookt met versluierend taalgebruik, halve waarheden en leugens. Mevrouw Vis weet ons in de Volkskrant (26 08 05) voor te spiegelen dat het leven voor de vluchtelingen in het vertrekcentrum identiek is aan een normaal asielzoekerscentrum en dat de mensen er netjes worden behandeld. Verdonk is nog cynischer in haar antwoord op een petitie van de voormalige hongerstakers uit Ter Apel. Zij voert aan dat de overheid haar uiterste best doet om het verblijf en de procedure op het vertrekcentrum zo aangenaam mogelijk te laten verlopen.

Hoe valt dit te rijmen met haar rapportage aan de Tweede Kamer (23-01-04) waarin zij schrijft dat het verblijf in een vertrekcentrum een vrijheidsbeperkende maatregel is?De vertrekcentrumbewoners worden volgens mevrouw Albayrak van het COA niet in de gemeentelijke basisadministratie opgenomen omdat zij vreemdelingen zijn die illegaal in Nederland verblijven en geen recht meer hebben op de reguliere asielopvang en de daarbij behorende medische voorzieningen. Kinderen mogen van haar in het vertrekcentrum het minst ervaren dat uitzetting aan de orde is, en dát terwijl ze dagelijks mensen met geblindeerde busjes van Justitie afgevoerd zien worden en hun schoolopleiding niet mogen vervolgen.

Verdonk heeft begin 2004 de vier grote gemeenten (G4) over de streep gekregen in te stemmen met de komst van vertrekcentra met de toezegging dat er niemand via het Project Terugkeer op straat zou belanden. In dit kader heeft mevrouw Vis afgelopen juli nog aan de in opstand gekomen gemeenteraad van Vlagtwedde - tegen het veelvuldig op straat belanden van vluchtelingen uit het vertrekcentrum - laten weten: "Ik kan echter niet volledig uitsluiten dat vreemdelingen die niet meewerken uiteindelijk op straat belanden".

De helft van de vluchtelingen die naar het vertrekcentrum zouden moeten gaan gaat niet. Net als tijdens het eerste vertrekcentrum Ter Apel in de jaren negentig. Ze durven niet terug naar hun land van herkomst omdat ze vervolging vrezen of ze weten dat ze sowieso op straat zullen belanden omdat ze niet terug kunnen. Tachtig procent van de vluchtelingen die wel naar het vertrekcentrum Ter Apel gaat, kan geen geldige papieren krijgen en dus niet terug. Juist deze groep is in de terugkeergesprekken door de IND en het COA in een regulier asielzoekerscentrum toegezegd dat ze met een gerust hart naar een vertrekcentrum kunnen gaan, omdat ze daar voor een verblijfsvergunning 'buitenschuld' in aanmerking zullen komen. In het afgelopen jaar is deze belofte door de IND en het COA in het vertrekcentrum Ter Apel niet één keer nagekomen. Sterker nog. Als de vluchtelingen aan het buitenschuldcriterium refereren krijgen ze per definitie te horen dat ze te laat hier mee komen aanzetten. Ze krijgen van de IND zelfs te horen dat ze voordat ze uitgeprocedeerd waren al hun terugkeer hadden moeten regelen. Minister Verdonk blijft op 2 september in antwoord op vragen van mevrouw Karimi de Tweede Kamer voorliegen. Ze stelt dat gedurende het hele terugkeer Project bezien wordt of er sprake is van een situatie waarin een vreemdeling buiten zijn/haar schuld niet uit Nederland kan vertrekken.

Deze mensen werden tot voor kort zonder voorzieningen op straat gezet. Sinds 2 augustus worden ze in Ter Apel niet meer op straat gezet maar naar een gevangenis afgevoerd. Door tussenkomst van de rechter belanden deze  mensen later alsnog zonder voorzieningen op straat omdat ze onrechtmatig zijn opgesloten.

Minister Verdonk zal vanuit de door haar gehanteerde logica naar voren brengen dat geen mens meer in Ter Apel op straat beland en de 'onafhankelijke rechter' hen de illegaliteit in stuurt. Voor een weldenkend mens heeft dit terugkeerbeleid niets van doen met  een humane behandeling van vluchtelingen op basis van vrijwilligheid, maar gaat het om een beleid dat er op gericht is om mensen die geen kant op kunnen uit de voorzieningen te krijgen en de illegaliteit in te drijven. Wie kan ons onomwonden uitleggen dat deze vorm van schending van mensenrechten voor de Tweede Kamer aanleiding was om het vorige vertrekcentrum Ter Apel in 2000 te sluiten en het huidige vertrekcentrum niet?

 


Buitenschuld en Schrijnendheid of  de gevangenis en de straat

“Tevens wordt er, zoals afgesproken, gedurende het hele traject bezien of sprake is van een situatie waarin een vreemdeling buiten zijn/haar schuld niet uit Nederland kan vertrekken. Voor vreemdelingen die in vreemdelingenbewaring zijn gesteld, geldt dat geen sprake is van een situatie waarin de vreemdeling buiten de eigen schuld niet uit Nederland kan vertrekken. De vreemdelingen in kwestie hebben tot dan toe onvoldoende ondernomen om Nederland zelfstandig te verlaten”

Antwoord van minister Verdonk op vragen van het lid Karimi (GroenLinks) over het toepassen van het buitenschuldcriterium, 2 september 2005


In een overleg met de vier grote gemeenten(G4)  in februari 2004 heeft minister Verdonk toegezegd dat haar project Terugkeer sluitend zou zijn en geen uitgeprocedeerde vluchtelingen op straat zouden belanden. Zij zou op de mensen die niet terug konden naar hun land van herkomst het buitenschuldcriterium en de regeling voor schrijnendheid toepassen. Op basis van deze toezegging stemden de G4 en in haar kielzog ook de schoorvoetende VNG in met de komst van vertrekcentra. Dat de locale bestuurders toen al twijfels hadden over het waarheidsgehalte van deze toezegging van de minister werd al snel duidelijk. Het ministerie van Justitie moest met een buidel vol geld stad en land afreizen om uiteindelijk een vertrekcentrum te kunnen slijten aan de gemeente Vlagtwedde.

De gemeenteraad van Vlagtwedde heeft zich daarbij in mei/juni 2004 - tegen de adviezen van vluchtelingenorganisaties en deskundigen op het terrein van het beleid tegen vluchtelingen – zich laten bedotten met halve waarheden en leugens van de kant van haar burgemeester, het COA en de IND.

Het beleid ten aanzien van vluchtelingen in het VC was gelijk aan elk ander AZC. De kinderen zouden volwaardig onderwijs kunnen blijven volgen. De medische voorzieningen zouden op peil blijven. Mevrouw Albayrak van het COA bracht evenwel tijdens de besloten informatiebijeenkomst voor de gemeenteraadsleden van Vlagtwedde op18 mei 2004 één kleine nuance aan in de belofte van mevrouw Verdonk aan de G4 over het sluitende project: “Het COA sluit niet uit dat er geen mensen op straat komen. 100% zekerheid bestaat niet. Maar er is in principe een sluitend traject.”

Door de berichtgeving rond het op straat dumpen van vluchtelingen uit het VC. De demonstratie van 5 juni, de hongerstakingen en opstanden van de vluchtelingen in juni en juli zelf maakten duidelijk dat het gros van de vluchtelingen in praktijk via het VC uiteindelijk op straat belandde. Met als resultaat dat de hierdoor gealarmeerde gemeenteraad van Vlagtwedde in opstand kwam, omdat zij zich beetgenomen voelde door haar burgemeester, mevrouw Vis van het ministerie van Justitie, het COA en de IND.

De burgemeester overleefde met hangen en wurgen een motie van wantrouwen. De gemeenteraad heeft zich vervolgens met een motie voor een specifieke regeling zichzelf opgeworpen als voorloper voor alle gemeenten in Nederland en de regering om een einde te maken aan de menselijke tragedie die wordt veroorzaakt door het bestaan van de vertrekcentra Ter Apel en Vught.

Op 8 juni schreef de Werkgroep Vluchtelingen Vrij:

Uit recente cijfers van Vluchtelingenwerk blijkt dat vrijwel  80 % van alle vluchtelingen die aangezegd zijn om naar het vertrekcentrum Ter Apel te gaan gedwongen zijn zonder voorzieningen op straat te leven.

Over vertrekcentrum Ter Apel zijn de volgende gegevens bekend. Zo’n 40 a 50 % van de vluchtelingen die naar Ter Apel verwezen zijn komen daar niet aan omdat zij weten dat ze niet terug kunnen naar hun land van herkomst en/of dat ze geen papieren kunnen krijgen. De afgelopen tijd zijn zo’n 180 bewoners aangekomen, waarvan 30 % via het IOM een ticket heeft gekregen en zijn zonder een oprotpremie ook weer vertrokken. 10 % is in bewaring is gezet en zal binnen drie tot zes maanden op straat worden gezet. 10 % is zogenaamd met onbekende bestemming vertrokken (MOB) na verblijf in het vertrekcentrum Ter Apel. Deze mensen zagen dagelijks dat andere vluchtelingen op straat werden gezet of afgevoerd naar het huis van bewaring voor vreemdelingendetentie in Ter Apel pal achter het vertrekcentrum of naar de verwijdergevangenis in Zestienhoven. Om vervolgens vanuit de verwijdergevangenis na weken alsnog op straat te belanden. Ze konden dan ook geen andere keus maken dan uit het vertrekcentrum weg te gaan, om niet het risico te lopen opgesloten te worden of later onverwachts op straat gedumpt te worden.

Dat betekent dat  uiteindelijk de resterende 40 a 50 % op straat wordt gezet, met of zonder medewerking aan hun uitzetting. Zoals op 12 mei de familie Wartamov (die nu in Musselkanaal verblijft) en 15 andere mensen overkwam. Of gisteren een ouder echtpaar uit Armenië die ons vanuit Apeldoorn belden om te vragen waar zij heen moesten. Zij gaan zich nu met de Noodopvang uit Delden  aanmelden bij de gemeente Hengelo, waar zij verbleven voordat ze naar Ter Apel werden gestuurd.

Want ook voor mensen die wel meewerken wordt vastgehouden aan de termijn  van 8 of 12 weken. Door een casemanager en de IND werd gesteld dat deze mensen dan maar eerder zelf hun reispapieren hadden moeten gaan regelen. Er zijn geen enkele buiten-schuld of schrijnende statussen afgegeven in het vertrekcentrum. Verder is de facilitering bij de terugkeer in het vertrekcentrum uiterst minimaal.” 

Uit de gegevens van Vluchtelingenwerk van deze week blijkt dat het hierboven geschetste beeld niet substantieel is veranderd. Met één verschil. Niemand wordt meer vanuit het VC direct op straat gedumpt.

Sinds 2 augustus  - de dag waarop de vijf Iraniërs die opdat moment 34 dagen hongerstaking waren en over het land verspreid werden – worden alle vluchtelingen na het tweede en tevens laatste ‘vertrekgesprek’ in het VC door de vreemdelingenpolitie opgesloten in een klein kamertje.  Pakken COA-medewerkers de spullen van de vluchtelingen in en worden ze allemaal, al dan niet met kinderen, na een uur afgevoerd  en opgesloten in vreemdelingendetentie in Ter Apel of Rotterdam of in deportatiedetentie op Zestienhoven of Schiphol. Deze mensen zullen dan vrijwel allemaal door tussenkomst van de rechter alsnog op straat belanden, omdat ze niet verwijderbaar zijn en daarom onrechtmatig zijn opgesloten. Je moet wel van zeer goede huize komen om te kunnen begrijpen dat dit gesol met mensen geen opzetje van minister Verdonk en haar trawanten is, maar de verantwoordelijkheid van de ‘onafhankelijke’ rechter.

Buitenschuld en schrijnendheid in vertrekcentrum taboe

Mevrouw Vis , directeur van het project Terugkeer van het ministerie, schreef op 19 juli aan de opstandige gemeente Vlagtwedde dat in elke fase van het project Terugkeer er een toets plaats vindt op schrijnende omstandigheden en buitenschuld. Ze vermeldt in deze brief ook expliciet dat in de twee ‘vertrekgesprekken’ in het VC deze toetsing zal worden toegepast. Hetzelfde staat overigens ook vermeldt in het Handboek project Terugkeer waaraan de medewerkers van IND, het COA en vreemdelingenpolitie zijn gehouden.

In het VC Ter Apel vindt deze toetsing op schrijnende omstandigheden en buitenschuld in beide ‘vertrekgesprekken’ echter niet plaats.

De IND, het COA en de vreemdelingenpolitie weigeren tijdens die bijeenkomsten zelfs de verzoeken, argumenten en feiten van de vluchtelingen en vluchtelingenwerk of andere begeleiders serieus te nemen. Laat staan te behandelen. De vluchtelingen krijgen standaard te horen dat ze niet genoeg hun best gedaan hebben of te laat begonnen zijn  om documenten en reispapieren te krijgen en dus niet in aanmerking voor buitenschuld. Het gaat hier om bescheiden die ze juist niet kunnen bemachtigen Het gevolg is dat niemand in het vertrekcentrum door de IND, het COA en de vreemdelingenpolitie wordt getoetst op buitenschuld en op basis daarvan in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. Oftewel de diensten lappen hun eigen spelregels en het beleid van de regering aan hun laars.

Veel van de vluchtelingen die zijn afgereisd naar het VC hebben dit louter gedaan omdat in de eerste twee ‘vertrekgesprekken’  in een regulier asielzoekerscentrum of gemeentelijke woning door de IND en het COA hen is toegezegd: U kunt met een gerust hart naar een vertrekcentrum gaan, omdat u daar voor een verblijfsvergunning 'buitenschuld' in aanmerking zult komen als u meewerkt en uw best doet. Als de vluchtelingen na tevergeefs hemel en aarde te hebben bewogen om  geldige documenten te bemachtigen tijdens de ‘vertrekgesprekken’ om aan het buitenschuldcriterium te refereren, krijgen ze per definitie te horen dat ze te laat hier mee komen aanzetten. Ze krijgen soms zelfs van de IND te horen dat ze voordat ze uitgeprocedeerd waren al hun terugkeer hadden moeten regelen.

Hetzelfde verhaal gaat in de praktijk  voor de vluchtelingen in het VC ook op voor hun toetsing op schrijnende omstandigheden. Alle mooie woorden en draaiboeken ten spijt heeft ook op basis van schrijnendheid geen vluchteling in het VC een verblijfsvergunning gekregen.

 


Is het leven in een Vertrekcentrum gelijk aan die in een AZC?

“De wijze waarop  uitgeprocedeerde asielzoekers op vc Vlagtwedde onderdak geboden wordt, is overeenkomstig de manier waarop dat in een willekeurige asielzoekerscentrum (azc) gebeurt, met dien verstande dat de verblijfsduur op een vc beperkt is tot maximaal 12 weken en dat er op het vc een dagelijkse meldplicht is ingevoerd”

 Antwoord van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie op vragen van het lid Vos (GroenLinks) over het vertrekcentrum in Vlagtwedde (ingezonden 14 juli 2005)


Mevrouw Vis , directeur van het project Terugkeer van het ministerie van Justitie, spiegelde ons in de Volkskrant (26 08 05) eveneens voor dat het leven voor de vluchtelingen in het vertrekcentrum identiek is aan een normaal asielzoekerscentrum. Mevrouw Albayrak van het COA heeft op de informatiebijeenkomst voor de gemeenteraadsleden van Vlagtwedde (18 05 04)  in vrijwel gelijke bewoordingen gepoogd de komst van een vertrekcentrum binnen te halen. Zij hield de gemeenteraadsleden voor dat de opvang van asielzoekers in het vertrekcentrum niet veel anders is dan in een andere opvanglocatie.

De bewering van deze dames staat in schril contrast met de dagelijkse werkelijkheid in het vertrekcentrum.

  1) DE VRIJHEIDSBEPERKENDE MAATREGEL

In strijd met de verhalen van mevrouw Vis en mevrouw Abayrak worden de door  minister Verdonk  naar het vertrekcentrum verwezen asielzoekers een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, die niet wordt opgelegd aan de bewoners van de andere opvanglocaties. De vertrekcentrumbewoners mogen zonder toestemming van de vreemdelingenpolitie de gemeenten Ter Apel en Vught niet verlaten en moeten elke dag zich met een duimscan melden. Dit staat in schril contrast met de behandeling van asielzoekers in de AZC’s. Deze mensen moeten zich eenmaal per week melden en zijn daarna vrij om te gaan waarheen zij willen.

In antwoord op de vraag van Lid Dijsselbloem (PvdA) over rechtmatige grondslag bieden voor het opleggen van de verplichting aan uitgeprocedeerde asielzoekers om in het vertrekcentrum Ter Apel te verblijven (Ingezonden 19 juli 2005, 2040518560) stelt de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie:

” Ingevolge artikel 56, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 kan de vrijheid van beweging van vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf hebben worden beperkt indien het belang van de openbare orde zulks vordert. De maatregel kan eruit bestaan dat een verplichting wordt opgelegd zich in een bepaald gedeelte van Nederland te bevinden. Neemt de vreemdeling de opgelegde beperking niet in acht, dan begaat hij een in artikel 108 Vreemdelingenwet 2000 strafbaar gestelde overtreding.

Als belangrijke voorwaarde geldt derhalve dat de openbare orde de toepassing van deze maatregel moet vorderen. Hierbij spelen de volgende overwegingen: geen geldig identiteitsdocument, geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland (meer), onvoldoende middelen van bestaan en/of niet voldaan hebben aan de verplichting om uit eigen beweging Nederland te verlaten. Deze feiten én de omstandigheid dat voorkomen moet worden dat de uitgeprocedeerde asielzoekers na afloop van fase 1 van het project Terugkeer[2] een zwervend bestaan gaan leiden, kunnen in het belang van de openbare orde de oplegging van de maatregel van artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000 vorderen.”

De overwegingen, feiten en omstandigheden die de minister hier aanvoert zijn onlogisch en van zeer twijfelachtige aard. Niet de door haar illegaal verklaarde asielzoekers, maar haar beleid veroorzaken immers de vermeende bedreiging van de openbare orde.

Zij ontzegt na afloop van fase 1 van het project Terugkeer de asielzoekers  voldoende middelen van bestaan en een vaste woon- of verblijfsplaats in Nederland.

In tegenstelling tot het verblijf van asielzoekers in een AZC waar zij in het GBA (gemeentelijke basisadministratie) staan ingeschreven, mogen de VC-bewoners niet in het GBA van de gemeenten Vlagtwedde en Vught worden ingeschreven. De asielzoekers zijn hierdoor bij aankomst in Ter Apel of Vught door haar beleid illegaal verklaart en officieel zonder vaste woon- of verblijfsplaats in Nederland. Door dit zelfde beleid hebben de asielzoekers in het VC onvoldoende middelen van bestaan. Het zelfde verhaal gaat op voor het feit dat het de minister is die met haar beleid de asielzoekers bij het verwijzen naar een vertrekcentrum tegelijkertijd hen geldige identiteitsdocumenten ontzegt.

  2) HET ONDERWIJS IN HET VERTREKCENTRUM

Volgens mevrouw Albayrak van het COA (d.d. 180504) blijft het onderwijs in vertrekcentrum gelijk aan het onderwijs in het AZC. In Ter Apel mogen de jongeren echte hun opleiding niet vervolgen maar krijgen zij een ‘lespakket’ voorgeschoteld dat is gericht op terugkeer. Van regulier onderwijs is dan ook voor geen van de kinderen sprake. Waarom de gemeente Vlagtwedde als hoofdverantwoordelijke en de onderwijsinspectie als eindverantwoordelijk voor het recht op onderwijs dit nog steeds niet hebben aangekaart is voor ons een raadsel.

Dat het COA meent dat zij het recht heeft om van asielzoekers het leefgeld in te houden als hun kinderen in de traumatische omgeving van een VC niet zijn te motiveren om de bezigheidstherapie te volgen is volledig onbegrijpelijk.

  3) DE MEDISCHE ZORG

Voortzetting van de medische zorg die asielzoekers in het AZC krijgen wordt in het VC stopgezet. Bij het sturen van de asielzoekers van AZC’s naar het vertrekcentrum is het voortzetten van de medische behandeling, die zij tot dan toe ondergaan van huisartsen, specialisten of de GGZ, niet langer toegestaan. Alleen nog in zeer acute levensbedreigende omstandigheden, omdat de asielzoekers in het vertrekcentrum onder de illegalenregeling vallen. Een sociaal geneeskundige van het MOA kan in het VC in het geheel niks meer doen. In het VC is geen ruimte meer voor preventieve of adviserende taken. Er is voor deze MOA-medewerkers geen mogelijkheid meer voor toegeleiding naar curatieve zorg.

De bewoners moeten hemel en aarde bewegen om eventueel in contact te komen met een arts.

(zie verderop “Heeft het MOA nog een rol in het VC?”)

  4) VEILIGHEIDSBELEVING

Ondanks dat het leven in het AZC met de vele centrumregels en de permanente aanwezigheid van een ‘bewakingsdienst’ met vergaande bevoegdheden geen pretje is, is dit leven ver te prefereren boven het intimidatieregime waaraan de asielzoekers in het VC bloot staan.

Op het VC-terrein loopt er een overvloed aan ‘beveiligingspersoneel’ op het terrein rond.

De vreemdelingenpolitie is prominent aanwezig. Dagelijks worden er mensen uit het VC met geblindeerde busjes vanaf het terrein afgevoerd naar de gevangenis. Komen IND- en COA-medewerkers naar eigen goeddunken en zonder overleg bij de bewoners over de vloer. De bewoners worden voor het minste of geringste sancties opgelegd. De verhalen van de asielzoekers worden hierbij door de IND en het COA niet serieus genomen. Is het dan verbazingwekkend dat de asielzoekers de traumatiserende levensomstandigheden op het terrein waaronder zij zijn gedwongen te leven en met de dagelijkse angst om naar de gevangenis afgevoerd te worden en daarna zonder voorzieningen op straat te belanden, spreken van psychische terreur?

 


De rol van de IOM op VC Ter Apel

“Geordende migratie, dat is het credo van IOM. ‘Maar wél op basis van vrijwilligheid’, zegt directeur A. de Dycker er direct bij. Met relativering: “Tja, als je geen keuze hebt, is dat dan vrijwillig…. Men zet nu zelfstandig vertrek tegenover gedwongen vertrek. Je gebruikt de faciliteiten voor vertrek óf je wordt illegaal en verdwijnt. Dat laatste is dus niet de ordelijke migratie die wij voorstaan, maar ik kan het wel begrijpen en proberen te voorkomen.’

(VNG-magazine 7 september 2001)


Door het COA en de IND worden de vluchtelingen op VC Ter Apel standaard naar het IOM verwezen in het kader van het meewerken aan hun terugkeer. Ook al is dit ‘vrijwillig’, in de praktijk betekent het niet naar het IOM gaan of er te zijn geweest, dat de vluchteling niet mee heeft willen werken aan zijn of haar terugkeer. De vluchteling moet het IOM vragen of zij mee kunnen helpen met hun terugkeer. Vragen over doormigratie naar zogehete derde landen worden niet behandeld, maar beantwoord met de uitspraak dat alles op VC Ter Apel in het teken staat van de terugkeer en als zodanig dient te worden geëffectueerd.

Verder bekijkt het IOM ook niet - zoals in het handboek project Terugkeer staat en in brief van mevrouw Vis aan de gemeenteraad van Vlagtwedde - of iemand gezien de omstandigheden daadwerkelijk terug kan volgens de criteria van naar schrijnendheid of buitenschuld . “Bij het IOM staat men helemaal niet stil bij of iemand terug kan en wil men al helemaal niet de consequenties van hun handelen overzien” is een uitspraak van enkele van de bewoners van het VC.

Voor het IOM is het hebben van de juiste papieren het allerbelangrijkst. Dit houdt in dat men bij het IOM alleen maar vraagt naar het feit of de vluchteling in het bezit is van een legitimatiebewijs. Als de vluchteling hierover niet beschikt kan het IOM in principe niets beginnen. Toch worden door het IOM een aantal dingen aangedragen die een vluchteling zou kunnen doen om wel aan een benodigd laissez passer te komen.

Allereerst de zogenaamd ‘vrijwillige’ gang naar de ambassade van het land van herkomst. Het IOM lijkt hierin te bepalen of iemand daadwerkelijk daarheen mag, gezien het feit dat zij vervolgens met de benodigde papieren de terugreis verder regelen. Het wordt bij de ambassade echter al snel een soort van catch 22 verhaal waarin de vluchteling voor de erkenning en met name benodigde papieren naar de ambassade moet, terwijl het voor de vluchteling alleen zin heeft daar  naar toe te gaan wanneer deze over de juiste papieren beschikt (legitimatiebewijs, laissez passer, of familiealbum). Bij de op het VC Ter Apel in grote getale aanwezige Syriërs, die naar de ambassade in Brussel moeten, zag je tot tenminste juli 2005 dat het de IOM was die bepaalde of je erheen mocht (en dus of je mee mocht werken aan je terugkeer). Het IOM gaf hen namelijk een formulier mee, waarop een (geheim) registratienummer stond waarmee zij een soort laissez faire naar België kregen. Als je dit document niet kreeg of het nummer ontbrak dan kon je niets beginnen. Je zou achteraf niet hebben kunnen bewijzen dat je naar de ambassade was geweest.

Ten tweede is het het IOM dat aangeeft naar het COA en de IND dat er brieven naar het land van herkomst geschreven dienen te worden, waarbij men beoogt een laissez passer te verkrijgen. Voor een Koerd bestond dit uit een brief naar de in het land van herkomst verantwoordelijke instantie voor het afgeven van een laissez passer, een brief naar het hoofd van politie van de wijk waar de vluchteling woonde en een brief naar een contactpersoon in het land van herkomst van de vluchteling. Brieven die in praktijk niet beantwoord worden. Zeker niet ten tijde van het verblijf in het VC.

 


Heeft het MOA nog een rol in vertrekcentrum Ter Apel?


In juli 2004 heeft GGD Nederland zich bereid verklaard om de gezondheidszorg op VC Ter Apel en eventuele andere vertrekcentra te leveren. Het zogenoemde Programma van Eisen van het COA met aanvulling van de zijde van GGD Nederland heeft de inhoud van de gezondheidszorg bepaald. Het meest opmerkelijke in dit alles is de status van het VC als kamp voor geïllegaliseerden. De mensen komen in het VC nadat zij eerst door de overheid als uitgeprocedeerde asielzoeker illegaal zijn verklaard, met alle consequenties van dien.

Inhoudelijk betekent dit voor de diensten, wat betreft de gezondheidszorg, dat er eigenlijk alleen sprake kan zijn van medisch noodzakelijke zorg. Dit is vergelijkbaar met de volgens de koppelingswet overeen gekomen medisch noodzakelijke zorg, waarbinnen de toegang tot de medische zorg alleen gewaarborgd is in het geval van levensbedreiging of verlies van essentiële functies, gevaar voor derden, zorg rondom geboorte, preventieve jeugdgezondheidszorg en vaccinaties. In de praktijk blijkt medisch noodzakelijke zorg een zeer lastig begrip te zijn. Voor de  praktijk van het MOA betekent dit dat uitsluitend voor crisismanagement een plekje is ingeruimd.

Voor wat betreft de SMA (sociaal medische advisering) is in principe geen taak op het VC weggelegd, want er vinden in principe geen overplaatsingen meer plaats op medische, sociale (lees bv gezinshereniging) of maatschappelijke gronden. Toch is het wel voorstelbaar dat dit voor zou moeten komen, bijvoorbeeld bij een gehandicapt persoon. Echter in de praktijk geldt dit niet voor een man in een rolstoel met chronische pijn of een 80-jarige bejaarde vrouw met een rollator. Voor hen resteerde (via een HvB) de illegaliteit op straat. Het kan zijn dat dit wel gemeld en gesignaleerd is door de sociaal geneeskundige of een andere MOA medewerker, maar dat, zoals gebruikelijk in de AZC’s, er met deze signalering vervolgens niets gedaan wordt.

Gezien de status van VC Ter Apel is er ook geen taak voor toegeleiding naar de 2de lijns zorg. Voor een sociaal geneeskundige betekent dit dat deze niet meer doorverwijst naar de GGZ en voor de curatieve zorg vindt geen specialisten bezoek plaats. Zouden mensen nog blijvende medische zorg moeten ontvangen dan hadden deze mensen niet naar het VC gestuurd mogen worden.

Medisch onderzoek zal ook niet meer gedaan worden. De intake hoort bij de SLA (service level agreement) van het OC en hoort in de eerste 6 weken na aankomst gedaan te zijn. Ook deze taak van de sociaal geneeskundige zal op het VC niet thuis horen. Verder betekent het niet meer mogen doen van medisch onderzoek dat in feite het medisch dossier rond dient te zijn. Een aanvraag voor een verblijfsvergunning op medische gronden had in het AZC reeds gedaan moeten zijn. In VC Ter Apel mag dit niet meer gedaan worden, ook al is daar gegronde reden voor.

Het maken van het medisch paspoort (wederom een taak van de sociaal geneeskundige) sluit hier op aan. Ook dit had reeds in het AZC aangelegd en volledig afgerond moeten worden.

De preventieve taken rondom infectieziekten zullen op het VC evenmin aan bod komen. TBC screening bijvoorbeeld is dan reeds lange tijd afgerond gezien het feit dat vele van de bewoners van het VC al vele jaren in Nederland zijn.

Over de overige preventieve taken lijkt er op VC Ter Apel wel degelijk een functie weggelegd te zijn voor de MOA. Gezien het feit dat zij naast infectieziekte signalering en preventie en Gezondheidsvoorlichting en opvoeding ook moeten adviseren over bijvoorbeeld de woon- en leefomstandigheden. De vraag is of dit in de praktijk gebeurt, maar misschien nog belangrijker of het daadwerkelijk melden aan de COA door deze terzijde geschoven wordt en er op dezelfde manier doorgegaan wordt. Een cultuur die maar al te gebruikelijk is in de AZC’s binnen het COA, maar waaraan de bestuurlijke laag van het MOA vrolijk mee doet. Dit tot frustratie van de MOA medewerkers die wel degelijk hun taken willen uitvoeren en hun adviezen serieus genomen willen zien worden.

 


Gelijke rechten


"Gelijke rechten voor iedereen", het zou vanzelfsprekend moeten zijn. Helaas, niets is minder waar. Mensenrechten en democratie worden door Nederland en de EU steeds meer ondergraven. Vluchtelingen en migranten ondervinden al jarenlang hiervan de gevolgen: uitsluiting, uitbuiting, deportatie. In 1995 maakte de Nederlandse regering plannen om in Ter Apel een verwijdercentrum voor vluchtelingen te openen. Om actie te voeren tegen dit deportatiekamp ontstond de Werkgroep Vluchtelingen Vrij. Sindsdien is de WVV uitgegroeid tot adviescentrum en steunpunt voor migranten en vluchtelingen, hun zelforganisaties en andere maatschappelijk organisaties en individuen.

De WVV werkt aan het opbouwen van een solidaire band met mensen die aan de grens afgewezen, in Nederland sociaal rechteloos gemaakt en de illegaliteit in gedwongen worden. Wij willen de zelforganisering van vluchtelingen ondersteunen gerelateerd aan de algehele strijd voor sociale rechtvaardigheid. De motieven voor vlucht en migratie worden door ons principieel gerespecteerd.

Het huidige vluchtelingenvijandige beleid moet veranderd worden in een humaan beleid dat is gebaseerd op fundamentele mensenrechten en niet op winstbejag, eigenbelang, nationalisme en racisme. Basisprincipes zijn daarbij: voedsel, een dak boven je hoofd, een perspectief om zonder onderdrukking te leven. Tegelijkertijd is het noodzakelijk mondiaal te strijden tegen de oorzaken en redenen om te vluchten en nieuwe stappen te ondernemen tegen de onrechtvaardige eigendoms- en machtsverhoudingen in de wereld. Naar onze mening is ‘Open grenzen en verblijfsrecht voor allen’ een belangrijke eis in de strijd tegen die verhoudingen. Door middel van informatieverspreiding, solidariteitswerk, publicaties, actie en pressie willen wij een bijdrage leveren aan het verwezenlijken van ‘Open grenzen’ en aan het ontwikkelen van politieke richtingen die het grondrecht op leven respecteren in plaats van negeren.