Bron:

Internationaal appel

 

De buitenterritoriale vluchtelingenkampen van de Europese Unie

Wij roepen op tot een openbare inspectie van de interneringskampen van vluchtelingen en migranten in de landen rondom de Middellandse Zee, waarmee we de eis tot het onmiddellijk sluiten van deze kampen onderschrijven.

Waar gaat het om?

De EU zal in mei 2005 waarschijnlijk voor de derde keer polsen of ze in Noord-Afrika buitenterritoriale vluchtelingenkampen kan opzetten. De Duitse minister van Binnenlandse Zaken, Otto Schily, wil de regeringen van Algerije, Tunesië, Libië en Egypte bezoeken om eerdere “misverstanden” hieromtrent uit de weg te ruimen. Tot nu toe zijn de regeringen van deze landen niet bereid om, op basis van een bevlieging vanuit Berlijn, Rome of London, toestemming te geven voor het bouwen van vluchtelingenkampen van de EU op Noordafrikaans grondgebied. Volgens sarcastische krantencommentatoren in deze landen staat Duitsland als “wereldkampioen” wat betreft het bouwen van kampen bekend en is het echt niet nodig om deze knowhow te exporteren. Het idee om vluchtelingenkampen buiten Europa op te zetten heeft Tony Blair tijdens het begin van de oorlog tegen Irak (2003) te berde gebracht. De EU-landen zouden asielzoekers terugbrengen naar de kampen buiten de EU. Daar zou men een paar vluchtelingen uit kunnen zeven die vervolgens in contingenten naar de EU zouden mogen doorreizen. Afgelopen zomer (2004) heeft Giuseppe Pisano, de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, met Otto Schily het idee van de kampen opnieuw opgepakt om de aandacht af te leiden van de duizenden bootmensen die in de Middellandse Zee zijn verdronken en waar de EU de verantwoordelijkheid voor draagt. Het nieuwe initiatief  van Schily van mei 2005 zal vermoedelijk worden gelanceerd als speerpunt onder de naam van de “bestrijding van het wereldwijde terrorisme” want de Europese veiligheidsdoctrine veronderstelt dat dezelfde Noordafrikaanse netwerken die verantwoordelijk zijn voor het terrorisme ook de migratie van de bootmensen organiseren.

 

Talloze initiatieven en personen hebben in een Europees appel  van 12.10.2004 al de sluiting geëist van de buitenterritoriale EU-kampen te sluiten, alsmede een halt tegen het inrichten van nieuwe kampen. (http://www.no-camps.org).

Doordat aan mensenrechtengroeperingen de toegang tot dit soort kampen wordt ontzegd en enkele aanwijzingen erop wijzen dat er desalniettemin in het geheim kampen ontstaan, is het nu de hoogste tijd om de bestaande kampen en gevangenissen rondom de Middellandse Zee te onderwerpen aan een openbare inspectie.

Bootmensen in het vizier

Bootmensen worden als doelwit gekozen. Hoewel het voor arme Senegalese of Algerijnse vluchtelingen een meer toegankelijke route is om de Middellandse Zee over te steken naar Europa in een houten boot (pateras) vereist deze optie niet zozeer veel geld, maar een hoop  vastberadenheid en durf die gezorgd heeft voor ongeveer  10.000 doden sinds het creëren van het visum-regime voor Noordafrikaanse staten in 1992. Het is niet de kwestie van compensatiebetalingen dat tegenwoordig besproken wordt in Europa, en evenmin wordt de vraag gesteld wie verantwoordelijk is voor het massale dodental op zee. In plaats daarvan wordt de zogenaamd economische “schade”  die bootmensen veroorzaken breeduit besproken.

Volgens officiële cijfers vormen de bootmensen maar een zeer klein percentage van de naar schatting 500.000 mensen die elk jaar weer op heimelijke wijze zonder papieren de zuidgrens van de EU passeren. Het zijn de “armen” die hun toevlucht moeten nemen tot de riskante oversteek per boot. Wie het zich kan veroorloven betaalt een goede vervalste pas en neemt een vliegtuig. Of hij gebruikt zijn relaties met familieleden en bekenden in Europa en maakt de oversteek met een van de grote veerboten. Deze vorm van migratie is een kostbare zaak en er wordt beweerd dat “criminele netwerken” er op een georganiseerde manier van profiteren. Deze netwerken zijn echter al in Oost-Europa voor het overgrote deel constructies gebleken van de politie. Telkenmale wordt datgene als zijnde ‘crimineel’ belasterd wat zich verzet tegen die legale vormen van de Europese migratiepolitiek die niet voldoen aan mensenrechtenprincipes.

Het grensregime dat migratie de ‘illegaliteit’ indrijft is gebaseerd op bruikbaarheidprincipes en de belangen van het Europese bedrijfsleven en kapitaal. De Europese arbeidsmarkt is afhankelijk van irreguliere arbeidskrachten, mensen zonder papieren. De maatregelen om de EU af te sluiten markeren met name in het Middellandse Zeegebied een scherpe afsluiting van en verschil in welvaart. Met het visa-regime hebben de Europese politici zelf de voorwaarden gecreëerd waardoor veel vluchtelingen en migranten nog slechts de mogelijkheid rest, om heimelijk de Middellandse Zee over te steken. Stapsgewijze versoepelingen binnen de visa-politiek, zoals de EU tegenover de landen uit Midden- en Oost-Europa verleend, gelden er ten aanzien van de landen uit het Zuiden niet.

Daarnaast hebben veel Noordafrikaanse staten met Westeuropese landen dezelfde terugnameovereenkomsten gesloten, ze sporen eveneens vluchtelingen die op doorreis zijn op en zetten ze op grote schaal uit. In tegenstelling hiermee hebben Spanje en Italië enkel ingestemd met minimale contingenten legale arbeidsmigranten afkomstig uit geselecteerde  Noordafrikaanse landen. In zijn geheel blijven tegenprestaties van de EU voor de migratiepolitieke tegemoetkomingen van de Noordafrikaanse staten achterwege of blijven, in het gunstigste geval, tot de energiesector beperkt (investeringen in de winning van aardolie en aardgas in Noord-Afrika).  Op deze wijze lijkt de onderdanigheid van de Noordafrikaanse regeringen op het gebied van het vraagstuk van de exterritoriale vluchtelingenkampen van de EU  op haar grenzen te stoten.

Maar de hardnekkigheid van de regimes aldaar is niet gebaseerd op principiële overwegingen op het gebied van de mensenrechten, de vluchtelingenpolitiek of op aversie tegen het opzetten van de kampen. Daarom zal het de komende tijd gaan over de financiële en politieke tegenprestaties die de EU voor het opzetten van de kampen bereid is op te brengen.

De heimelijke infrastructuur van de buitenterritoriale kampen. Sinds twee, drie jaar ontstaan de grootste vluchtelingengevangenissen van de EU op de Canarische Eilanden, in Zuid-Spanje en op de Zuiditaliaanse eilanden. Ze worden door paramilitairen bewaakt en zijn voor de UNHCR, mensenrechtengroeperingen en journalisten vrijwel ontoegankelijk. Deze kampen vormen de organisatorische voorwaarde voor massale uitzettingen naar de toekomstige kampen in Noord-Afrika. De eerste luchtbrug voor massale uitzettingen in de naoorlogse Europese geschiedenis werd in oktober 2004 ingericht: duizend vluchtelingenwerden , zonder aanzien des persoon, zonder individuele identificatie of het toetsen van de vluchtgronden, onder militair bevel van Zuid-Italië naar Libië gedeporteerd. Dit is een ernstige schending van de Conventie van Genève en de Mensenrechtenconventie.

Tegelijkertijd verzekerde de voorlopig benoemde, inmiddels afgetreden Europese Commissaris van Binnenlandse Zaken en Justitie Rocco Buttiglione tijdens een hoorzitting van het Europees Parlement, dat hij nooit zou hebben voorgesteld om “concentratiekampen in Noord-Afrika op te zetten om illegale migranten naar toe te deporteren” en hij zou ook niet van plan zijn om iets dergelijks voor te stellen (protocol van de hearing, Handelsblatt, 5 oktober 2004).Buttiglione werd door enkele parlementariërs hard aangepakt omdat hij eerder in verschillende interviews (bijv. in de Deutschlandfunk van 27 augustus 2004) de visies over de kampen “een goed idee” had genoemd. Buttiglione lichtte zijn ideeën toe door te stellen dat de “opnamecentra” slechts met toestemming en met medewerking van soevereine staten aan gene zijde van de Middellandse Zee zouden worden opgezet. Ze zouden tegelijkertijd kunnen dienen om de gewenste arbeidsmigranten voor Europa te scheiden en selecteren (vgl Die Welt 31 augustus 2004, Frankfurter Rundschau 6 oktober 2004).

Het voorstel om buitenterritoriale EU-kampen op te zetten heeft in Europa golven van protest veroorzaakt. De Noordafrikaanse regeringen hebben bovendien geen landerijen ter beschikking gesteld voor toekomstige opvangcentra van de EU (Schily, FAZ 23 juli 2004).  Evenwel wordt er beetje bij beetje aan het idee gewerkt om deze kampen te realiseren ook al wordt dit in officiële verklaringen steeds weer ontkent. Zo hebben de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken van de EU op een informele bijeenkomst op 30 september/ 1 oktober 2004 in Scheveningen aangekondigd dat de EU het opzetten van “opnamecentra voor asielzoekers” in Algerije, Tunesië, Marokko, Mauritanië en Libië nastreeft, maar dan niet onder leiding van de EU maar van de betreffende landen. En op 31 januari 2005 heette het in kringen van de ministers van Binnenlandse Zaken van de EU in Luxemburg, dat het idee van de territoriale kampen zou zijn “begraven”. Men zou vanwege de bootmensen van de Middellandse Zee in de toekomst enkele geselecteerde contingenten vluchtelingen uit Noord-Afrika willen opnemen.

Het voorstel om buitenterritoriale EU-kampen in te stellen werd ontvangen met een storm van protest in Europa. Bovendien hebben de Noord Afrikaanse regeringen geen grond ter beschikking gesteld voor toekomstige EU opvangcentra (Schily. FAZ, 23.07.2004). het concept wordt echter steeds verder verfijnd met het oog op het tot stand brengen van deze centra, zelfs terwijl dit steeds weer ontkend wordt in officiële verklaringen: op hun informele bijeenkomst in Scheveningen van 30 september en 1 oktober 2004, waren de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken het er in principe over eens dat de EU streeft naar het instellen van ‘opvangcentra voor asielzoekers’ in Algerije, Tunesië, Marokko, Mauritius en Libië, niet onder supervisie van de EU maar van de betreffende landen. Op 31 januari van dit jaar, gaf de conferentie van de ministers van Binnenlandse Zaken van de EU aan dat het idee van extraterritoriale kampen ‘begraven’ was. Vanwege de bootmensen, zo werd gezegd, zou de EU in de toekomst enige quota van vluchtelingen van Noord Afrika toelaten.

Hoe de kampen desalniettemin werkelijkheid kunnen worden wordt geïllustreerd door de buitenterritoriale kampen en gevangenissen die beheerd worden door de VS in sommige Noord Afrikaanse staten om het gebruik van marteling van gevangenen mogelijk te maken. (vgl. Jane Mayer, ‘Outsourcing Torture’ in: The New Yorker, 14.2.2005): de al bestaande infrastructuur in die landen – de gevangenissen, de martelinstituties en het martelpersoneel – worden in het geheim gebruikt in het belang van de EU en de VS.

Het zit er niet in dat het bouwen van buitenterritoriale vluchtelingenkampen aangegeven zal worden met borden die de voorbijganger informeren ‘De EU bouwt hier!’. Het idee achter de kampen is er meer een van gekochte medeplichtigheid. Tegelijkertijd worden Noord Afrikaanse staten geacht te veranderen in ‘passende eerste asielstaten’ . De EU stelt dit voor als een strategie in overeenstemming met de mensenrechten die de bescherming van vluchtelingen buiten Europa lijkt te versterken. Ongeacht hoe de Europese kampvisies wettelijk en in de praktijk verwerkelijkt zullen worden: voor de gevangenen zullen noch constitutionele rechten noch toegang tot de rechtbanken van toepassing zijn. (Schily, Süddeutsche Zeitung, 2.8.2004) en de autoriteiten zullen de financiering, de verantwoordelijkheid voor het beheer en de aansprakelijkheid wel weten te verhullen.

Het feit dat kettingdeportaties (migranten worden van het ene naar het andere gedeporteerd totdat ze weer terug zijn in het land van herkomst) plaatsvinden vanuit Europa naar in het bijzonder Mali, Niger, Nigeria en Ghana werd al bekend voor de Italiaanse massadeportaties naar Libië afgelopen oktober: vluchtelingen die waren gedeporteerd vanuit Zuid Europese l landen hadden gerapporteerd over militaire kampen in de woestijn waarin ze gedurende een tijdje geïnterneerd waren. Sommigen werden daarna naar grensregio’s in de Sahara gedreven en daar achtergelaten. Vele migranten, zo werd bericht, hebben deze beproeving niet overleefd en zijn ingestort of gestorven van dorst.

Er moet gevreesd worden dat wanneer de buitenterritoriale kampen eenmaal geïnstitutionaliseerd zijn, de situatie van vluchtelingen en migranten zonder papieren binnen Europa zelfs slechter zullen worden. De repressie van ongeregelde migratie zal verscherpt worden met verreikende consequenties. Tony Blair’s alomvattende plan voorziet in de deportatie van alle asielzoekers naar buiten de Europese grenzen. Wanneer deze mogelijkheden eenmaal bestaan zullen ze gebruikt worden – resulterend in een Europa met uitgebreide maatregelen ter beheersing van de bevolking en slechts ingehuurde of zorgvuldig geselecteerde migranten en vluchtelingen zullen toegelaten worden.

Daarom eisen we dat delegaties van leden van de nationale en EU-parlementen alsmede mensenrechtengroepen uit de EU en uit Noord Afrikaanse staten de regio’s bezoeken waar buitenterritoriale kampen gevestigd zijn en dat ze de buiten de grenzen geplaatste gevangenissen langs de migratieroutes die gefinancierd worden door de EU zo snel mogelijk bezoeken met als doel aan de sluiting ervan te gaan werken. De agenda omvat een inspectie van de grote deportatiekampen in Zuid Spanje en Zuid Italië, alsmede de woestijnkampen. Het is van het uiterste belang een kritische openbaarheid  toot stand te brengen rond de strategie van de EU kampen te bouwen, die internationale mensenrechten verplichtingen schendt en om de groeiende medeplichtigheid in het tot stand brengen van deze kampen te ontmaskeren.

Ondersteun de oproep

Met deze oproep willen we een beroep doen op het Europese publiek, de geciviliseerde maatschappij en de leden van de nationale en het EU-parlement. Verspreid svp deze oproep (vertalingen beschikbaar onder : http://www.grundrechtekomitee.de/ub_showarticle.php?articleID=151)

Burgergroepen en organisaties kunnen deze oproep tot 20 juli 2005 ondertekenen door te mailen naar appell@grundrechtekomitee.de. De namen van de ondertekenaars zullen verzameld worden op de bovengenoemde website en alle groepen zullen na 20 juli een lijst met alle ondertekenaars ontvangen waarmee zij hun lokale media kunnen informeren over de delegaties die van plan zijn de kampen te bezoeken.

Bekende personen die bereid zijn een dergelijke delegatie te vergezellen en het daardoor bekend maken kunnen contact opnemen met het Komitee für Grundrechte und Demokratie, onder het aangeven van je adres en e-mail.

 

Helmut Dietrich / Forschungsgesellschaft Flucht und Migration

Dirk Vogelskamp / Komitee für Grundrechte und Demokratie

Aquinostr. 7-11

50670 Köln

Tel.: 0221-972 69 30               Fax : 0221-972 69 31

 

Vertaling en ondersteuning van dit appel:  Werkgroep Vluchtelingen Vrij