Bron:
|
Megacities en Slum Cities Global citiesBinnen het globale kapitalisme wordt de wereld opnieuw geherstructureerd. In de kapitalistische ontwikkeling staat een wereldwijd, breedmazig netwerk van stedelijke agglomeratiezones centraal die op de vingers kunnen worden nageteld. Keulen als zodanig hoort hier niet bij, en ook de regio Rijn/Ruhrgebied in haar totaliteit zal ongetwijfeld slechts een subcentrum van een van de grootste Europese megacities zijn. De global cities worden gevormd door de assen Parijs-Lille-London, New York/Philadelphia, Los Angeles/Californië, Shanghai/Yangtse, Hongkong/Guangzhou, Tokio en Singapore. Vanuit deze centra gaat een aantrekkingskracht uit van waardeschepping en kwaliteit van vestigingsplaatsen van het kapitaal. Ze zitten als spinnen middenin hun web, met subcentra op de knooppunten, en deze netwerken omspannen de gehele wereld. De naties worden door zo´n netwerk van centra en subcentra opgevolgd. Tegen het model van de global cities, zoals dit door Saskia Sassen is geschetst, werd ingebracht dat het structureel en statisch is, dat hierin de dynamiek van het sociale antagonisme ontbreekt en dat ze daarom voor onze discussie maar ten dele bruikbaar is. Ook de architectuur en de sociale geografie van de steden zijn uiteraard het resultaat van sociale strijd, het kapitaal vormt een agressieve, dynamische krachtsverhouding. Bij Sassen kunnen we niet nalezen hoe het ooit zal worden, maar haar werk vormt een eerste benadering en een goed begin van het debat. Aan de ontwikkelingen in de global cities kan nu al namelijk zeer duidelijk worden afgelezen dat deze slechts als een sociaal-geografische lappendeken functioneren: de vermenging van bankencentra, glamourzones, imperiale architectuur en productieve clusters met arme wijken, zones met een extensieve productiviteit, wijken met sweat-shops, prostitutiezones. De managers en de functioneel bevoorrechten hebben niet alleen een uitgebreide recreatie en opera´s nodig, maar ook migranten die werken als hulp in de huishouding, portiers en bewakingsdiensten, gezondheidszorg en sociale dienstverlening. Manhattan heeft de Bronx nodig. Binnen elk van deze mega cities bestaat een sociale stratificatie met een bandbreedte van de Davos-elites en een grotere groep van de wereldwijd mobiele servants of power, de agenten van de high tech en de commerciële sector, via de bancable strata van wie de credit cards het bewijs van hun functie en hun bruikbaarheid vormen, tot de armoedig betaalde banen en diensten. De bovenlagen zijn zeer mobiel en vormen een waarachtige transnationale, globale heersende klasse met globale standaarden en communicatienetwerken. De mobiliteit van de lagere klassen vind voornamelijk via de migratory chains plaats; de transnationale mobiliteit van individuen kan echter voor het doorgeven van impulsen en ervaringen een grote betekenis krijgen. Doordat de lagere klassen van migranten in een netwerk van wederzijdse relaties worden gereproduceerd, neemt haar aantal door gezinshereniging en het overkomen van hele dorpsgemeenschappen toe. We kunnen het binnendringen van overlevingsstrategieën, zoals we die kennen van de drie continenten, op armoedig niveau in de wereldsteden waarnemen. Er ontwikkelt zich een netwerk van informele substructuren en machtsverhoudingen. De nauwe relatie met de markt stimuleert de groei van kiosken, restaurants, textielfabrieken, straathandel en prostitutie. Als ik me het goed herinner zijn 70% van de inwoners van New York daar niet geboren en ongeveer 40% spreekt geen Engels. We kunnen dus binnen het gehele spectrum van de global cities met zoiets als, wat ik voorlopig een post-nationale klassenanalyse zou willen noemen, een begin maken. Het imperialisme vindt binnen de global cities plaats. In de USA zal het de komende jaren onder de regering Bush tot een duidelijk zichtbaar sociaal verzet komen. De versterking van het politieapparaat aldaar, onder de vlag van het antiterrorisme, vindt plaats met het oog op een dreigende opstand van de armen. We zullen de komende jaren ongetwijfeld meer horen over de stand van de klassenstrijd in New York en Los Angeles (en China), dan over de klassenstrijd in Europa en deze conflicten zouden we nauwgezet moeten bestuderen want ze vormen het paradigma van een nieuw tijdperk. Toen we 20 jaar geleden spraken over een “imperialisme in de metropolen”, hebben we ons op een minderheid gericht die een weerspiegeling vormde van de konfrontatielijnen op de drie continenten en die door migranten hier naar toe werden gebracht. Binnen afzienbare tijd zullen deze konfrontatielijnen in de metropolen hun verbreding vinden. Binnen dit kader zal de strijd in het hart van het beest opnieuw moeten worden bepaald. Met deze achtergrond zou voor onze verdere discussie een aantal vragen en onderzoeken moeten worden opgepakt (en dit zijn niet toevallig juist die punten die in het eerste referaat werden genoemd):
Slum Cities Wanneer we over de ontwikkeling van het sociale antagonisme in de global cities nadenken, moeten we echter niet het feit uit het oog verliezen dat grote regio´s op de wereld in dit netwerk van accumulatie niet, of slechts voor een klein deel als bronnen van grondstoffen of triagezones, voorkomen: Afrika ten zuiden van de Sahara, Noordoost-Brazilië, Centraal-Azië en Noordoost-China, grote delen van het Indiase subcontinent. Dit zijn de regio´s waar de migratie wordt geblokkeerd en waar een negatieve bevolkingspolitiek wordt gevoerd. Momenteel leeft 50% van de wereldbevolking op het platteland. Wanneer de trend binnen de agrarische regio´s en de verwoesting van de overlevingsmogelijkheden door de kapitalisering van de agrarische sector zich doorzet, zal binnen 50 jaar nog maar een te verwaarlozen deel van de wereldbevolking op het platteland leven. Het artikel van Mike Davis interpreteert de UN-Habitat-studie uit 2003 en werpt een verhelderend licht op deze perspectieven ( www.newleftreview.net/NLR26001.shtml ) In 1950 bestonden er 86 miljoenensteden, tegenwoordig 400, en in 2015 zullen het er 550 zijn. Tegenwoordig woont 50% van de wereldbevolking in steden (3,2 miljard mensen), waarvan 1 miljard mensen in de slums. In 2050 zullen het er 10 miljard zijn, de bevolking zal alleen nog maar in steden wonen, waarvan 95% in de nieuwe industrielanden. In China is het aantal grote steden sinds 1978 van 193 tot 640 toegenomen. Mumbai zal in 2025 33 miljoen inwoners tellen, een “gigantic concentration of poverty”. In hoog tempo groeien de steden zonder industrialisering en zonder infrastructuur, ondanks een negatieve economische groei en dalende nettolonen (Gugler, Cities in the Developing World, 1997). Het snelst groeien de steden tot 500.000 inwoners. Het verhinderen van migratie leidt tot een stedelijke hybridisatie van het landschap (urbanisering in situ). Andersom: wanneer we ons bezighouden met de konfrontatielijnen in de global cities, moeten we beseffen dat drievierde deel van de mensheid buiten de centra leven, dat ze hun overleven op het meest elementaire niveau zullen moeten organiseren en dat de politiek van het antiterrorisme zich in toenemende mate op deze bevolkingsmassa´s zal richten. De reproductie van het kapitaal in de global cities zal voor een belangrijk deel zonder deze mensen kunnen plaatsvinden en dit feit maakt een buitengewoon effectieve uitbuiting mogelijk. De cijferreeksen van de Verenigde Naties met deze achtergrond worden opgevat als een oproep tot volkerenmoord. De grote anti-imperialistische strategieën van de vorige eeuw – het maoïsme en de focustheorie – oriënteerden zich terecht op de boeren, op de lange mars en de omsingeling van de steden. Het is duidelijk dat deze strategieën zijn achterhaald. Bestaan er aanzetten voor een nieuwe strategie? Om aanknopingspunten te vinden zouden we de reproductienetwerken in de Afrikaanse steden, de strijd in de sector popular in Latijns-Amerika en het streven naar rechtvaardigheid in de Chinese miljoenensteden beter moeten kennen. De aanspraken en de verwachtingen van deze bevolking zal zich voor het eerst manifesteren in de opkomst van millenarische bewegingen. Davis noemt de snelle uitbreiding van het geradicaliseerde islamisme en het pentacostalism, de Pinksterbeweging. In China heeft de falun gong een zelfde betekenis. We weten van het verleden dat religieuze uitingen in konfrontatie met het kapitaal tot een basis van strijd kan worden (Gutman). Met beperkingen: het islamisme draagt, afgezien van belangrijke uitzonderingen, de onderdrukking van vrouwen met zich mee, en de Pinkstergemeente neigt, niet in de laatste plaats vanwege de inputs made in USA, tot het zich beperken tot religieuze vervoering. De aantrekkingskracht van het religieuze berust, op de keper beschouwd, op de toeschrijving van betekenis en waardigheid waar een ieder recht op heeft; de heilige geest van de Pinkstergemeente wordt over alle gemeenteleden uitgestort. Anti-imperialistische strategieën in de global cities zullen moeten zijn gebaseerd op basis van de konfrontaties van de slum cities op de drie continenten en van hieruit moeten worden bepaald. Dit vormt niet alleen een moreel probleem, maar ook: staan we aan de kant van de onderdrukten of willen we aan onze voorrechten vasthouden? Nog belangrijker is dat een aanzienlijk deel van de onderklassen haar weg vind naar de metropolen (zij het wereldwijd gezien een kleine minderheid), en de migranten dragen hun aanspraken, verlangens en ideëen over rechtvaardigheid met zich mee. We hebben er een wezenlijk belang bij dat de islamisten, de Pinkstergemeente en soortgelijke subjecten van een gedeformeerde radicalisering in de metropolen, niet op elkaar gaan inhakken, maar dat zij, en wij met hen, een gemeenschappelijke taal en gemeenschappelijke konfrontatielijnen ontwikkelen. De situatie ligt open. Kansen, maar ook risico´s, als nooit tevoren. 11.12.04 (Vertaling van Mega Cities und Slum Cities, werkdocument van de Materialien für einen neuen Antiimperialismus, http://www.materialien.org/texte/papers/slumcities.htm
|