Bron:

UITKIEZEN EN UITZETTEN

HET NIEUWE DUITSE IMMIGRATIERECHT IS GEEN VOORUITGANG

Na meer dan vier jaar immigratiedebatten werd op 9 juli 2004 in de Bondsraad de ‘Wet ter sturing en begrenzing van de immigratie en ter regeling van het verblijf en de integratie van burgers uit de unie en buitenlanders’ voor het laatst besproken. De partijen in de Bondsdag hadden er al op 1 juli 2004 mee ingestemd. Voor de minister van Binnenlandse Zaken van de Bondsrepubliek Schily markeert deze wet een ‘historische cesuur.’ Ze zou de maatschappelijke consensus belichamen, ‘dat wij Duitsland moeten uitdossen als een modern land dat open staat voor de wereld.’(FAZ, 2.7.2004)

Maar meer dan een moderne, neoliberale, dwz mededingingsstatelijke immigratiemake-up heeft de Bondsrepubliek zich niet opgesmeerd. Vooral de welvarende zelfstandigen (met een investeringsvolume van tenminste 1 miljoen Euro) en de hooggekwalificeerden onder de migranten moeten gelokt worden.

Voor dezen wordt zoals Schily zegt ‘de rode loper uitgelegd’.  De grote massa van de ‘ongewensten’ wordt echter ver weg gehouden. De hoog- en zelfgeprezen immigratie-opsmuk verkruimelt snel wanneer men er beter naar kijkt. Dan komen de veiligheidspolitieke en politierechtelijke woekeringen tevoorschijn.

Het in de publieke opinie effectieve media-initiatief waarmee bondskanselier Schröder in februari 2000 de Greencardregeling lanceerde, luidde tegelijkertijd een nieuwe richting van de bondsduitse migratiepolitiek in. Alle partijen kwamen met haastig in elkaar gezette plannen waarmee de migratiebewegingen geheel gestuurd zouden moeten worden. Tussen ‘rendabele en onrendabele’, dus gewenste en ongewenste migranten wilde men zorgvuldig en doelgericht kunnen kiezen. Met de uitspraak van de Beierse minister van Binnenlandse Zaken Beckstein kregen dergelijke denkbeelden het gezag van de borreltafel: ‘we moeten er op letten, dat er minder buitenlanders komen die ons nodig hebben, maar meer, die wij nodig hebben.’

INSLUITEN, UITFILTEREN, AFWIJZEN

De Stiftung Wissenschaft und Politik (SWP), een strategiedenktank die dicht bij de regering staat, maakt onder de naam ‘Vluchtelingen uit Afrika’(SWP-Aktuell 33/Augustus 2004) propaganda voor een samenhangende Duitse en Europese Afrikapolitiek. Die zou onder andere ook de bereidheid tot militaire interventie vereisen.
De slotsom luidt: Aangezien het verschil in ontwikkeling tussen Europa en Afrika nog tientallen jaren lang zal bestaan zal men, ‘als men de toestroom naar Europa wil indammen en de sprong naar een ruimhartige immigratiepolitiek niet wil wagen…..verder niet ontkomen aan restrictieve maatregelen.’ En verder: “……..ook een vroeg uitfilteren van de migratiestroom en een vastberaden uitzetprocedure zullen dan onderdeel van de Europese vluchtelingenpolitiek moeten zijn.’
De door de Duitse minister van Binnenlandse Zaken cynisch als ‘begroetingscentra’ bestempelde opvangkampen zijn slechts een element van die door de SWP voorgestelde migratiefilter. Duidelijk wordt dat de Europese migratiepolitiek met inbegrip van de nationale immigratiewet slechts een onderdeel zijn van díe strategie waardoor de internationale ongelijkheidsorde, van waaruit de rijkdom van de metropolen gevoed wordt, militair-politiek in stand gehouden wordt.
Het Europese migratieregime is deel van de oorlog tegen de armoede van de massa’s in de drie kontinenten en hun eis op leven, zoals die zich uitdrukt in de migratie, en tegen hun eisen op vrijheid, gelijkheid en gerechtigheid – van mensenrechten in de praktijk.

 

Geen van de partijpolitieke immigratiemodellen keek naar die migranten en vluchtelingen, die noch economisch gewenst zijn, noch uit humanitaire of volkenrechtelijke verplichtingen opgenomen moeten worden. Vanuit mensenrechtelijk gezichtspunt zijn die volkenrechterlijke bepalingen ontoereikend en gegeven de kracht van de globalisering is het internationale veiligheidssysteem met zijn trapsgewijze uitsluitingsmechanismen gewoonweg ondeugdelijk. Of het nu toegegeven wordt of niet – een dergelijke immigratieregeling gaat onvermijdelijk samen met een belangrijke buitensluiting van de ongewenste migratie.

Immigratieplannen vertonen niet alleen een gebrek aan een adequaat probleembewustzijn, ze worden ook gekenmerkt door het ontbreken van een mensenrechtelijk perspectief. De ‘beschaafde’ gezeten politici van alle partijen bedrijven daarentegen een darwinistisch en utilitaristisch beargumenteerde immigratiepolitiek.

Om een maatschappelijke consensus voor te wenden had de Bondsminister van Binnenlandse Zaken in juli 2000 een partijoverstijgende immigratiecommissie geïnstalleerd onder voorzitterschap van de CDU-politica Rita Süssmuth. Het rapport van de ‘commissie Süssmuth’ dat in de zomer van 2001 geopenbaard werd, vormde en richtte in de tijd erna het immigratiedebat en stuurde die in een vooraf vastgelegde, migratiepolitiek zonder alternatief lijkende richting, de ‘onafhankelijke Immigratiecommissie’ diende er alleen voor het gebied waarop het debat gevoerd zou moeten worden te be- en omschrijven. Wie mee wilde discussiëren had dit te doen in dit afgepaalde kader. De politieke stemmen van de andere kant zoals die van kerken en vakbonden werden amper of in het geheel niet gehoord.

EEN CONSENSUS WORDT IN SCENE GEZET

De verschillende deelnemende belangengroepen en organisaties werden bijna zonder tegenspraak ingepakt in het machtsdiscours. Het als ‘paradigmawisseling’ in de immigratiepolitiek gevierde rapport stond voor n iet meer dan de naakte Duitse economische belangen en het buitensluiten van de ongewensten. De gepropageerde nieuwe houding in de het immigratievraagstuk ontpopte zich een politiek van flexibele migratiebeheersing en –sturing, die aangepast is aan de veranderde kapitalistische winstvoorwaarden. Ze kan geheel terecht gekenschetst worden als ‘precies-op-tijd-migratie’.

Het wetsontwerp van de regering houdt net zozeer rekening met de aanbevelingen van de commissie-Süssmuth als ze verdere toezeggingen aan de CDU/CSU bij de ‘begrenzing’ van de immigratie inhoudt. De rode draad ervan is de onvoorwaardelijke afstemming op de belangen van de Duitse economie. Het heeft geen mensenrechtelijk perspectief, bestempelt honderdduizenden vluchtelingen en migranten als ‘onbruikbaar’ en zet ze op repressieve manier uit. Waar deze ontwortelden van de kapitalistische globalisering blijven, interesseert een Bondsminister van Binnenlandse Zaken niet. Schily slaat eerder dezelfde toon aan als zijn Beierse ambtscollega: ‘we willen geen onbegrensde binnenkomst. (….) Wanneer wij internationaal concurrerend willen blijven,..moeten we de mogelijkheden gebruiken, die gekwalificeerde immigratie biedt. (…..) we hebben de arbeidsmigratie dus strikt vastgemaakt aan de behoefte van ons land.’ (FAZ, 29.1.2004)

In tegenstelling tot de praktijk van andere Europese staten wordt in de Duitse immigratiewet een ‘humanitaire regeling’ voor de migranten, die zonder papieren in Duitsland leven, uitgesloten. De Sans Papiers, die pas door de wet zelf tot geïllegaliseerden gemaakt worden, komen slechts voor als personen die terug- en uitgewezen moeten worden. Daardoor worden de mensen in hun precaire levenssituatie niet alleen aan hun lot overgelaten, maar sociaal buitengesloten. Hun rechteloze status wordt op deze manier verstevigd: illegale baantjes, uitbuiting, marginalisering, criminalisering, arrestatie.

De vlucht- en migratiebewegingen, die in laatste instantie voortkomen uit de globale kapitalistische ongelijkheidsorde, worden alleen beschouwd vanuit het afweerperspectief van de welgestelden en ‘hervormingstegenstanders’ van de Duitse natie. Nu al dragen de ruimtelijk gespreide afweer- beheersings- en uitzonderingsmaatregelen bij aan de dood van duizenden. Niets kan de voortdurende inperking van het recht op vluchten rechtvaardigen. Het recht de wereldwijde zones van geweld, ellende, bittere armoede en de existentiële perspectiefloosheid te ontvluchten is een mensenrecht par excellence. Daarom zijn initiatieven ter legalisering van geïllegaliseerde immigranten in de Bondsrepubliek dringender nodig dan ooit; en ook initiatieven die hun politieke en sociale rechten bijvoorbeeld als gastarbeiders of vluchtelingen versterken. Alle hier levende vluchtelingen met hachelijke verblijfsstatus (bijvoorbeeld de gedoogstatus) moeten een duurzaam verblijfsrecht krijgen, ongeacht hoe lang ze hier leven en werken (zoals bijvoorbeeld de campagne ‘Hier geblieben’ van PRO ASYLI).

WANNEER HET IN  HET BELANG IS VAN HET LAND VAN VERBLIJF

Het is mensenrechtelijk niet acceptabel dat het recht van diegenen die op grond van de in de Geneefse Vluchtelingenconventie vastgelegde gronden hun land van herkomst (moeten) verlaten, steeds weer uitgespeeld worden tegen de rechten van diegenen die als vluchtelingen voor armoede en economische vluchtelingen gediscrimineerd worden. Dit onderscheid is evenmin adequaat voor de gedwongen globale migratie als het zelfbepaalde recht op vluchten. En een ‘eerlijke’ asielprocedure waarbij het kleine percentage van daadwerkelijk vervolgden er wordt uitgefilterd, is onvoldoende om recht te doen aan het internationale beschermingssysteem van de Geneefse Vluchtelingenconventie. Het mensenrecht op asiel staat niet tegenover het recht zich te vestigen waar men wil en de rechten op mobiliteit en leven.



 

DOOD IN DE WOESTIJN

De Portugese journalist Paulo Moura heeft in een lezenswaardige reportage het overleven en sterven van ‘illegale’ Afrikaanse vluchtelingen in het bos van Missnana in de buurt van Tanger (Marokko) beschreven. Hij heeft ze opgezocht in hun schuilplaats in het bos en met hen gesproken. Enkele honderden mensen huizen daar in kuilen in de grond en wachten op een gelegenheid naar Europa te ontkomen. Velen ontbreekt hebben geen geld voor mensensmokkelaars, velen vinden geen werk, zijn ziek. Moura doet verslag van de politierazzia’s en de overvallen van Marokkaanse bandieten die hopen op buit bij de Afrikaanse vluchtelingen. De vluchtelingen noemen zichzelf ‘camarades’, in de overtuiging dat het Arabisch is en ‘buitenlanders’ betekent. Moura vermeldt terloops dat Marokko geld van de EU krijgt om het probleem van de ‘illegalen’ ter plaatse op te lossen. En Marokko doet dat op zijn eigen manier:
‘Men deporteert ze, in vrachtwagens, met honderden tegelijk. Mannen, vrouwen, kinderen, die, afgezien van de kleren aan hun lijf, niets hebben. In gesloten transportvoertuigen gaat het per expresse op weg naar de dood, net als toentertijd, in de wagons naar Auschwitz. Ze worden niet uitgezet naar hun landen van oorsprong, maar teruggebracht naar de andere kant van de deur waardoor ze gekomen zijn, naar de omgeving van Oujda. Achter de grens, in het niemandsland tussen Marokko en Algerije (dat hen evenmin opneemt), daar, midden in de woestijn, worden de camarades uitgeladen.
In een ongastvrije strook land zonder mensen, gloeiend heet op de dag, ’s nachts ijskoud. Daar dolen de camarades half verhongerd, als zombies, door de zandstormen, en vergaan bij duizenden. Daar kruisen de vluchtelingenstromen uit het zuiden die van de ‘gedeporteerden’ uit het noorden. Daar sterven ze, hoewel er niemand gekomen is om te sterven.’

Opmerking:
1) ‘In het bos van Missnana – een kamp van Afrikaanse vluchtelingen voor de vesting Europa’, in: Lettre International, Herfst 2004

De Duitse immigratiewet is het repressieve antwoord op de wereldwijde migratiebewegingen als gevolg van de neoliberale globalisering. Het lost de daaruit voortvloeiende problemen niet op, integendeel: Ze verscherpt ze juist op een dodelijke manier. Kern van de nieuwe wet is de ‘immigratie-inperking.’ Naar binnen toe bekeken betekent dit onder andere het zo snel mogelijk buiten zetten van ongewenste migranten en vluchtelingen.

In de immigratiewet zijn een massa passende dwangmomenten opgenomen waarmee aantastingen van mensenrechten gelegaliseerd worden: de praktijk van de uitzettingsdetentie verlengd tot 18 maanden, en de ‘doorzetting van de vertrekplicht’ met geweld (uitzetting) met haar veelvuldig dodelijke gevolgen wordt verder in  stand gehouden. Om het geheel compleet te maken wordt de Bondslanden mogelijk gemaakt zogenaamde vertrekplichtigen vast te zetten in vertrekkampen. Daar moeten ze met psychische druk gedwongen worden tot ‘vrijwillig’ vertrek. De uitzettingsmogelijkheden bij plegers van strafbare feiten worden uitgebreid. Na de gevangenisstraf volgt uitzetting (dubbele bestraffing). Het verwondert dan ook amper dat de meest verachtelijke manier van omgang met de ongewenste migranten en vluchtelingen net als vroeger een vast bestanddeel van de nieuwe immigratiewet is.

Dirk Vogelskamp

 

Een lange versie van deze tekst verschijnt medio december in het Jaarboek 2003/2004 van het Komitee für Grundrechte und Demokratie.

 

(Dit artikel is door de WVV vertaald uit AK 489, 19 november 2004)