|
Het ABC is heel belangrijk voor de
eerste beoordeling van ongevalslachtoffers,en moet een SIGMA lid kunnen dromen.
Het ABCDE is een belangrijk
onderdeel van het PHTLS®.
PHTLS® is ontworpen voor een snelle
beoordeling en start van levensreddend handelen.
Fasen PHTLS®-model
De PHTLS® kent een tweetal fasen,de
primary en secundary survey:
In de fase van de primary survey en
resuscitatie van het slachtoffer wordt het ABCDE - schema uitgevoerd.
Dit beschrijft de opeenvolgende
beoordeling en interventies voor elk vitaal onderdeel.
meer dan 90 % van de
traumaslachtoffers heeft slechts eenvoudige letsels.
Bij deze slachtoffers heeft de
hulpverlener de tijd voor een grondig eerste beoordeling (primary survey)en een
tweede (gerichte)beoordeling (secondary survey).
Bij het slachtoffer dat in kritieke
toestand verkeert,mag de hulpverlener nooit verder gaan dan de eerste
beoordeling.
De nadruk ligt hierbij op een snelle
eerste beoordeling,het ondersteunen van de vitale functies en vervoer naar het
juiste ziekenhuis.
Primary survey - ABCDE - methode
Hierna volgen de vijf stappen van de
eerste beoordeling op volgorde van belangrijkheid:
A-(A)irway controle en vrijmaken van
de ademweg met inachtneming van bescherming cervicale wervelkolom (CWK)
B-(B)reathin controle en
ondersteuning van de ademhaling
C-(C)irculation controle van de
circulatie stoppen uitwendige bloedingen.
D-(D)isability controle
neurologische uitval t.g.v. b.v.schedelhersenletsel of intoxicaties
E-(E)xposure/environment epositie en
onderzoek van het gehele slachtoffer met controle van de temperatuur en de
omgeving waarin het slachtoffer zich bevindt;blootstelling aan en bescherming
tegen de omgeving.
(A)irway
Bij het trauma slachtoffer wordt
eerst vastgesteld of zijn ademweg vrij is.
Dit wordt gedaan door tegen hem te
praten.
Als het slachtoffer normaal antwoord
geeft,dan heeft hij een vrije ademweg.
Als dit niet het geval is,bestaat de
volgende stap uit het luisteren aar de ademhaling.
Een hoorbare ademhaling wijst op een
belemmering van de ademweg.
Als er geen hoorbare ademhaling is
wordt gevoeld of er luchtverplaatsing is en gekeken of er adembewegingen zijn
Als de ademweg niet vrij is,dan
wordt die met basale (traumachinlift) of geavanceerde (intubatie) technieken
vrij gemaakt.
Deze handelingen worden uitgevoerd
terwijl het hoofd in neutrale positie gehouden wordt.
Vanwege het grote belang van
immobilisatie van de cervicale wervelkolom (voorkomen en/of beperken van
neurologische schade),wordt vanaf het allereerste begin de cervicale wervelkolom
geïmmobiliseerd,in eerste instantie door manuele fixatie.
Hierbij mag het hoofd door
professionele hulpverlener AVP/ACH in de neutrale positie (voor het slachtoffer)
geplaatst worden.
De manuele fixatie kan onderhouden
worden door derden ter plaatse.bv het SIGMA-lid,de gewondenverzorger van de
brandweer,politie of een EHBO'er.
Het aanbrengen van de nekspalk is
afhankelijk van het aantal extra handen dat aanwezig is.
Duidelijk is wel dat ondersteuning
van de manuele fixatie zo spoedig mogelijk wordt ondersteunt met een nekspalk.
B(reathing)
Als de luchtweg eenmaal open is,moet
de kwaliteit en kwantiteit van de ademhaling (ventilatie) beoordeeld worden.
Vervolgens wordt er gekeken of er
ventilatie is.
Dit gebeurt door te kijken,luisteren
of voelen.
Er wordt gelet op de aanwezigheid
frequentie,regulariteit,diepte ect.
Als het slachtoffer niet ademt,wordt
hij beademd maar wel onder handhaving van de manuele fixatie van het
hoofd.
Als de ademweg vrij is of vrij
gemaakt is, dan bestaat de volgende stap uit het toedienen van zuurstof (no
rebreathing masker)
Zuurstoftoediening vindt altijd
plaats,ook bij een ogenschijnlijk goede ventilatie.
De indicatie voor de
zuurstoftherapie is enerzijds de verhoogde zuurstofconsumptie die een
polytraumaslachtoffer heeft,anderzijds dat de diverse letsels aanleiding kunnen
geven tot hypoxie (onvoldoende zuurstofgehalte van het bloed)
Bij afwezigheid van ademgeruis aan
een zijde van de thorax wordt vervolgens door de professional bepaald of er
sprake is van een spanningspneumothorax.
Als dit het geval is,dan wordt deze
eerst gedraineerd voordat er handelingen verricht worden.
Na het toedienen van zuurstof wordt
de cervicale wervelkolom geïmmobiliseerd met behulp van een nekspalk.
Een nekspalk alleen is onvoldoende.
Manuele fixatie moet gehandhaafd
blijven tot een complete fixatie met hulpmiddelen verkregen is.
Ook wanneer het aanleggen van de
nekspalk niet direct lukt,wordt de manuele fixatie gehandhaafd.
Definitieve fixatie kan verkregen
worden met een korte wervelplank (KED) of lange wervelplank.
Het hoofd kan op de wervelplank
gestabiliseerd worden met een pleisterfixatie over het voorhoofd.
Dit geeft niet altijd een goede
fixatie,zodat het gebruik van een head immobiliseer'(hoofdimmobilisatieset voor
de wervelplank) noodzakelijk is.
Als het nodig is om te intuberen,dan mag de nekspalk hiervoor losgemaakt worden,maar het hoofd moet wel
handmatig gefixeerd worden.
C(irculation)
Nadat de ventilatie gestabiliseerd
is,wordt naar de circulatie gekeken.
Zuurstofvoorziening van de rode
bloedcellen zonder afgifte aan de weefselcellen komt het slachtoffer niet ten
goede.
Het SIGMA-lid kan de algemene
toestand van de bloedsomloop van het slachtoffer opnemen door het controleren
van:
- de pols
- de huidskleur
- de temperatuur en vochtigheid van de
huid
- het meten van de bloeddruk
Ernstige uitwendige bloedingen moeten
worden gesignaleerd en vervolgens worden gestelpt bij voorkeur door middel van
compressie en hoger leggen van het betrokken lichaamsdeel en niet door áfknevelig"(tournigets).
Het eerste onderzoek kan niet verder
gaan tenzij de bloeding wordt gestopt.
Als de professional een inwendige
bloeding vermoedt moet hij snel de buik ontbloten en kijken en palperen om
eventuele symptomen van bloeding te vinden
Het SIGMA-lid assisteert dan de
ambulanceverpleegkundige om de eventuele bloedstelpend te onderhouden.
Het bekken moet ook onderzocht
worden want een fractuur van het bekken is een belangrijke oorzaak van een
bloeding in de buik.
Er wordt door de professioneel
minimaal 1 dikke infuusnaald ingebracht en volumetherapie gegeven volgens
protocol.
Vervolgens wordt de bloeddruk
gemeten en kan het slachtoffer aangesloten worden op de pulseoxymeter en andere
bewakingsapparatuur.
Veel oorzaken van bloedverlies
kunnen niet goed behandeld worden buiten het ziekenhuis.
Wanneer het slachtoffer tekenen
vertoont van ernstig inwendig bloedverlies wordt zo spoedig mogelijk overgegaan
tot vervoer naar het traumacentrum.
D(isability)
Een snelle neurologische evaluatie
wordt aan het eind van de primary survey uitgevoerd
Dit neurologische onderzoek bepaalt
het niveau van het bewustzijn volgens de ÁVPU-mehode',de pupilgrootte en de
pupilreactie.
In deze fase vindt het orientrend
neurologisch onderzoek plaats door de APVU te bepalen
A Alert = het slachtoffer is 'wakker' en
zich bewust van zijn\haar omgeving
V Vocal = het slachtoffer reageert
op aanspreken
P Pain = het slachtoffer reageert
alleen op pijnprikkels
U Unresponsive = het slachtoffer
reageert in het geheel niet op prikkels van buitenaf
De bepaling van de pupilgrootte en
de pupilreactie wordt niet door het SIGMA-lid toegepast.!
Wanneer tijdens de eerste benadering
(primary survey) een verslechtering optreedt van het slachtoffer,is het
noodzakelijk het hele schema ABCD van begin af aan weerdoor te
lopen.!!!!!!!!!
Indien de toestand van het
slachtoffer of de omgeving (gevaar) zodanig is dat een geleide bevrijding te
lang gaat duren,is een noodbevrijding (rapid extrication) geindiceerd.
De beslissing voor een noodbevrijding
moet door de professional afgewogen worden tegen het risico van het veroorzaken
van extra letsel.
De noodbevrijding vindt dus plaats
bij acuut levensgevaar en met name bij ernstig inwendig bloedverlies.
E(xposure)
Al vroeg in het beoordelingsproces
moet de kleding verwijderd worden.
Als het slachtoffer nagekeken is,moet
hij weer snel bedekt worden om de lichaamswarmte te bewaren.
De hulpverlener is verantwoordelijk
dat alleen de hoogst noodzakelijke lichaamsdelen worden ontbloot door hypothermie
een serieus probleem is bij de behandeling van traumaslachtoffers.
Als algemene regel geldt dat er
zoveel kleding verwijderd moet worden als nodig is om de aanwezigheid of
afwezigheid van een aandoeding of verwonding vast te kunnen stellen.
Secondary survey
Bij de tweede beoordeling word het
slachtoffer door de professioneel van top tot teen onderzocht.
het doel van de twee beoordeling
is,verwondingen of andere problemen te achterhalen die bij de eerste beoordeling
niet ontdekt zijn.
Om afkoeling te voorkomen vindt in
deze fase geen onnodig uitkleden plaats.
Wel worden kledingstukken bij
vermoeden open fracturen verwijderd.
Nu kan indien nodig een definitief
plan voor bevrijding van het slachtoffer gemaakt worden en kunnen de specifieke
letsels protocol behandeld worden.
Bij de bevrijding wordt,naast het
handhaven van de immobilisatie van de cervicale wervelkolom en het hoofd,aandacht
besteed aan de immobilisatie van de verdere wervelkolom.
Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de
wervelplank in combinatie met de korte wervelspalk (KED).
De schepbrancard is een minder
geschikt instrument bij verdenking op wervelletsel dan de wervelplank.
De indicatie tot fixatie van de
wervelkolom wordt altijd bepaald door de professional op basis van het Landelijk
Protocol Ambulancezorg (LPA).
Zo zal een een helper,adequaat
reagerend slachtoffer zonder ernstig letsel en intoxicaties en zonder duidelijke
pijn ter plaats van de wervelkolom,standsafwijking en/of neurologische uitval
niet gefixeerd hoeven worden.
Om het slachtoffer te draaien wordt
gebruik gemaakt van de logroll.
Hierbij wordt het hele lichaam in de
neutrale positie gehouden en bewegingen van de wervels geminimaliseerd.
De methode kan gebruikt worden om
het slachtoffer op een wervelplank te leggen,hem op zijn rug te draaien,of hem in
zijligging te draaien.
Een volwassene die op een
wervelplank ligt,heeft vaak een kussentje onder het achterhoofd nodig.
Zo wordt het wervelkanaal in de
neutrale positie gehouden,de stand waarin de meeste ruimte is in het cervicale
kanaal.
In hoeverre de professional aan de
secondary survey toekomt,zal bepaald worden door de algemene toestand van het
slachtoffer.
Bij een slachtoffer zonder ernstige
verstoringen van de vitale functies zal de secondary survey uitgebreider aan bod
kunnen komen dan bij een slachtoffer met (ernstige) gestoorde vitale functies.
Tijdens de secondary survey heeft de
professional de gelegenheid om een(hetro)anamnese af te nemen.
Daarna kan het top tot teenonderzoek
plaatsvinden.
Als de toestand van het slachtoffer
tijdens de secondary survey achteruitgaat ,zal de professional terugkeren tot de
primary survey en het onderzoek en de behandeling afwerken volgens de
ABCDE-methode.
Na de primary of secondary kunnen
door de professional de werkdiagnose gesteld worden.
De belangrijkste overwegingen bij
het stellen van de werkdiagnose zijn:
- Was er sprake van een grote
kinetische energieoverdracht.
- Was/is er sprake van een
verstoring van de vrije ademweg
- Was er sprake van een verstoring
van de ventilatie.
- Was/is er sprake van een storing
in de circulatie
- Was/is sprake van een storing in
het bewustzijn.
- Was er sprake van beknelling.
- Is er sprake van gevaar op
wervelletsel evt. zelfs ruggemergletsel.
- Is er sprake van thoraxletsel
- Is er sprake van buikletsel.
- Is er sprake van bekkenletsel.
- Is er sprake van
extremiteitenletsel (fracturen,open letsel,luxaties)?
TOP
|