| Binnen de Gecoördineerde Regionale Incidenten bestrijdings-Procedure worden een aantal opschalingsfasen gehanteerd: |
|
Algemeen GRIP staat voor Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure. Dit is een regeling op regionaal niveau, waarin de hulpdiensten gezamenlijk afspreken op welke wijze zij grootschalige incidenten of incidenten met grote bestuurlijke impact het hoofd bieden. Gezien het feit dat de GRIP-regeling een regionale regeling is, kunnen er dus verschillen zijn in de GRIP-regeling tussen de diverse regio’s. Primair wordt de GRIP-regeling opgesteld door de volgende disciplines:
In enkele regio’s participeren ook andere disciplines, zoals de milieudienst of het havenbedrijf. In deze uiteenzetting wordt uitgegaan van de vier bovengenoemde diensten. Ondanks dat de GRIP-regeling regionaal is, is deze veelal gebaseerd op het Referentiekader GRIP Routine In de routinematige situatie is er sprake van een zogenaamd ‘motorkapoverleg’. De ter plaatse leidinggevenden van de betrokken disciplines stemmen onderling de werkwijze af. Om verschillende redenen kan worden opgeschaald naar de GRIP procedure:
GRIP 1 CoPI Bij GRIP 1 wordt het CoPI geformeerd. Het CoPI bestaat uit leidinggevenden op operationeel niveau. Deze primaire bezetting is als volgt:
In sommige regio’s maakt ook een vertegenwoordiger van de gemeente deel uit van het CoPI. Dit kan een Ambtenaar Rampenbestrijding cq. Ambtenaar Openbare Orde en Veiligheid (OOV) zijn, of een ambtenaar die deel uit maakt van een aparte pool CoPI-leden. Afhankelijk van de aard van het incident kunnen ook andere partijen aanschuiven, denk aan bedrijfsbrandweer, (spoor-)wegbeheerder, energiebedrijf, enz. Het CoPI richt zich voornamelijk op het brongebied van het incident. GRIP 2 CoPI + ROT (+ KT)* Vanaf GRIP 2 wordt ook het ROT ingesteld, wat staat voor Regionaal Operationeel Team. Dit betreft leidinggevenden op tactisch niveau. De bezetting is als volgt:
Deze functionarissen worden ondersteund door staffunctionarissen uit de eigen organisatie. Ook het ROT wordt ondersteund door een plotter en een Logger (notulist). De vertegenwoordigers van de disciplines in het ROT zijn tevens de leidinggevenden van de actiecentra van de diverse disciplines. Vb: De HOvD is leidinggevende over het actiecentrum Brandweer. (het actiecentrum politie wordt gevormd door de SGBO; staf grootschalig en bijzonder optreden.) Bij het ROT kunnen tevens relevante functionarissen van andere diensten aanschuiven. In veel regio’s is bijvoorbeeld middels convenanten geregeld dat een vertegenwoordiger van het waterschap deelneemt aan het ROT. Het ROT richt zich voornamelijk op het (beperkt) effectgebied. *Optioneel: Kernteam Gemeente Naast het ROT kan ook het gemeentelijk kernteam bijeen worden geroepen. Dit is afhankelijk van de behoefte die bij het incident optreedt. Het kernteam bestaat uit een lid van het managementteam (Voorzitter), de Ambtenaar Rampenbestrijding / OOV en de gemeentelijk voorlichter. Vanaf GRIP 2 ligt de voorlichtingstaak bij de gemeente (tenzij deze is gemandateerd aan de Veiligheidsregio) en niet meer bij de operationele diensten. GRIP 3 CoPI + ROT + GBT Bij GRIP 3 wordt het Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) ingesteld. Indien eerder het gemeentelijk kernteam als actief was, wordt dit omgevormd tot het GBT. Het GBT staat onder directe aansturing van de burgemeester. Van GRIP 3 is sprake wanneer het incident hoge impact heeft (denk aan de Turkish Airlines vliegtuigcrash) en bestuurlijke leiding vereist. Criterium hiervoor is het welzijn van (grote) groepen mensen, echter wel binnen de gemeentegrenzen. Directe aanleiding voor GRIP 3 is activering van het sirenenet. In het GBT nemen deel:
GRIP 4 CoPI + ROT + RBT Het Gemeentelijk Beleidsteam wordt bij GRIP 4 vervangen door het Regionaal Beleidsteam, onder aansturing van de Coördinerend Burgemeester. Dit betreft de voorzitter van de veiligheidsregio, veelal de burgemeester van de grootste gemeente (gelijk aan de korpsbeheerder van de politie). Het incident, of de effecten daarvan, overstijgen de gemeentegrenzen. Er is behoefte aan bestuurlijke coördinatie op bovenlokaal niveau. Bezetting RBT:
|
