Barr – St Amarin 1 juni 2001 - 8 juni 2001 (1)

 

Algemeen

Van Barr naar St-Amarin loopt de GR5 door de Vogezen. Het landschap bestaat uitsluitend uit heuvels en bergen. Onder de duizend meter loopt de route grotendeels over beboste hellingen. Boven de 1000 meter, boven de boomgrens, is het wat kaler d.w.z. een soort heidelandschap op hoogte. In de buurt van de dorpjes zijn de wandelpaden breed, onverhard, licht stijgend en goed begaanbaar. Naar de toppen toe zijn de paden smal, steil en soms lastig te belopen. Het lijkt er op dat de natuur en de oorlogzuchtige Duitsers en Fransen (WOI) de paden naar de toppen hebben voorzien van extra ongelijkmatige keien en rotsen om het normaal lopen zoveel mogelijk te bemoeilijken. Omdat het in deze streek vaak regent heeft het de bijnaam 'de dakgoot van Frankrijk'. Bij slecht weer veranderen de prachtige vergezichten op de hoger gelegen delen in een winderig, regenachtig en mistig filmdecor. Het is er koud, het wandelen is zwaar maar het is sfeervol.

Vrijdag 1 juni Den Haag - Barr

Op het internet las ik het reisverslag van Jan Flokstra. Daardoor weet ik dat ik bij boer Bachert in Barr in de wijngaard kan kamperen. Het is er mooi, vriendelijk en kleinschalig in deze Franse variant van ' kamperen bij de boer'. Ik heb er uitzicht op de wijnstokken en kijk terug op een soepel verlopen treinreis. Tien uur met de trein; het is nog te doen. Vooral als je in Barr de weg vraagt en prompt door een aardige Fransman (ja, die zijn er wel degelijk) met de auto naar de camping wordt gebracht. Ik wandel 's avonds het dorp in en zie de markeringen van de GR5. De route loopt dwars door het centrum. Barr is een prachtig en kleurrijk plaatsje met vakwerkhuizen en wijnkelders. Het is er sfeervol op deze vrijdagavond buiten het toeristenseizoen.

Zaterdag 2 juni Barr - Bois du Rittenberg (Chatenois)

De route van Barr naar Andlau is vlak en loopt grotendeels door de wijngaarden. Op de weg naar Andlau loop ik langs een gedenkplaat voor een jongen uit Ohio die in de Tweede Wereldoorlog op die bewuste plek op 20-jarige leeftijd is gestorven. Ik vraag me af of er hier een stuk grond is waar in het verleden niet om is gevochten.

Ook Andlau is een prachtig dorp met kleurrijke huizen en wijnkelders. De firma's Jumbo en Jigsaw kunnen hier op elke straathoek de foto's voor hun puzzels maken.

Na Andlau begint het bos en de heuvels. Een breed pad leidt richting de Col de l'Ungersberg. Na de Col de l'Ungerberg loopt een smal pad verder omhoog naar de top. Het is regenachtig. Op de top (901 meter) zie ik alleen maar grijze mist om me heen. Vlak bij het betonnen uitzichtpunt ontmoet ik een eendaagse wandelaar uit Straatsburg. Een vlot gesprek gaat moeizaam met mijn middelbare school Frans. Alleen met veel ' krom taal-lef' en creativiteit lukt het me om duidelijk te maken wat ik bedoel. Toch was het een leuk gesprek. Zo vond ik zijn antwoord op de vraag of de mensen in deze omgeving zich nu diep in hun hart Frans of Duits voelen heel opvallend. 100% Frans!! was het zeer besliste antwoord. Hij wijst er op dat de bevolking zich in de voorgaande eeuwen onder Duits regime meestal onderdrukt voelde en de Franse tijden als een bevrijding heeft ervaren. Tja nooit bij stilgestaan maar op zich is die verklaring goed te volgen.

Het afdalen van de Ungersberg valt niet mee op een eerste wandeldag. De route loopt door het bos en gaat vrij lang, vrij steil naar beneden. Bij Neue Matten kruist de route een verharde weg. Aan de overkant van de weg hangt een plakkaat aan de boom waarin wordt aangegeven dat de toegang verboden is vanwege de stormschade, behalve op een aantal expliciet genoemde stukken. Ik herken de namen niet en vraag me af of dit verhaal nog geldt ruim anderhalf jaar na de grote storm. Ik loop door en kruis na circa 300 meter een tweede weg. Dan gaat het mis. Ik loop bij de kruising met de tweede weg gewoon recht door en zie geen markeringen meer. Een innerlijke strijd tussen 'eigenwijs' en 'voorzichtig' volgt. 'Eigenwijs' lijkt te winnen (toch nog even verder lopen misschien dat ik verderop ...) maar uiteindelijk geeft 'voorzichtig' de doorslag (nee er zijn hier echt geen markeringen). Gewoon teruggaan dus. Bij de kruising met de tweede weg vind ik de markeringen van de omleiding. (iets rechts van het doorgaande pad). De omleiding is beperkt en brengt me snel weer op de route. De route loopt langs beboste hellingen met af en toe een fraai uitzicht op de heuvels aan de overkant. Flarden laaghangende wolken likken aan de toppen van de bomen.

Het is sfeervol en geheimzinnig. De route loopt langs de ruïne van het chateau Bernstein. Ik heb niet echt veel oog voor de resten van het kasteeltje. Ik ben moe en ik vind het zwaar. De overgang van 9 uur kantoor per dag naar 10 uur wandelen is groot. Ik voel me slap en alles doet zeer. Dit is wel een zeer uitputtende bezigheid. Gelukkig begint het ook nog hard te regenen. Na een tijdje stopt de regen even. Er volgt dan een periode van regen; rugzak af, regenjas aan, rugzak op. Daarna weer droog en klam; dus rugzak af, regenjas uit, rugzak op. Een heel ' afwisselend' traject waarbij mijn rugzak bij elke wisseling van jas steeds meer gewicht begint te krijgen.

Ik vraag me af of ik niet zal doorlopen naar Chatenois voor een gîte, een hotelkamer, een douche en een warm maal. Het is een verleidelijke gedachte. Maar aan de andere kant om nu na een dag als 'wildkampeerder' al een hotel in te kruipen? Gelukkig hoef ik de afweging niet lang te maken. Ik ben zo moe dat ik gewoon moet stoppen. Op het eerste het beste vlakke plekje in het Bois de Rittersberg dat ik tegenkom zet ik mijn tent op. Ik ga liggen en val bijna in een comateuze slaap. Na een uur wordt ik wakker, eet ik wat en bel ik naar huis. Het gaat daarna wat beter. Ik luister naar mijn radiootje en lees voor het slapen wat gedichten van Rilke. Een cadeautje van Marieke voor onderweg.

Zondag 10 juli : Bois du Rittenberg (Chatenois) - Ribeauvillé

Het sneeuwt in de tent. De naad van de rits van mijn oude slaapzak heeft het begeven en het dons heeft een laagje wit in mijn tent gelegd. Na twintig jaar trouwe dienst houdt mijn slaapzak het wel voor gezien. Ik ben het daar niet mee eens en probeer hem te reanimeren met wit sporttape. Het lukt. Maar het is duidelijk dat dit onze laatste gezamenlijke reis is.

Ik wandel het bos uit richting Chatenois. Het café is te verleidelijk om aan voorbij te lopen. Ik neem koffie en vruchtentaart en hoor herrie in het zaaltje naast me. Ah, het is weer zover. Een motorclub. Dit keer allemaal Harley Davidson's. Vast allemaal aardige mensen. Ik verbaas me over de iets te stevige en wat verlopen veertig plus dame in strak leer pak die binnenloopt met een sigaret in de mond en afrekent bij de keurige zondagse waardin. Het is een fraaie tegenstelling.

De route doet na gisteren weldadig aan. Hij is bijna vlak en het loopt als op fluweel. Na een kilometer of wat kom ik langs 'la Wick' de Franse Apenheul. Het is tijd om wat te eten en ik strijk neer op het terras tegenover de ingang. Ik eet een smakelijk foute hotdog en heb uitzicht op .. ja dezelfde motorclub als vanochtend in Chatenois. Moet kunnen.

Het pad loopt aangenaam bergopwaarts tot aan het kasteel Haut Koeningsbourg. Ik loop onderlangs de buitenmuur en hoor het geronk van motoren (het zal toch niet die..). Daarna beklim ik de trap die mij op het voorterrein brengt. Ik kom uit naast een cafetaria en een souvenirwinkel. Uit een keyboard klinken vrolijke Elzasser hoempapa muziekjes. Het is er op deze Pinksterdag druk, zeer druk. Ik loop de stroom mensen achterna richting ingang kasteel en ga zonder kaartje naar binnen. Ik wil graag warm eten en hier is een restaurant. Ik loop naar binnen langs een winkeltje met honderden plastic riddertjes. Een houten trap leidt omhoog naar het restaurant. Bovengekomen ruik ik een zware muffe zuurkoollucht. Alles zit vol en alles maakt geluid. De herrie en de benauwde lucht maken het niet moeilijk om rechtsomkeer te maken. Dan maar geen warm eten. Buiten loopt ik snel het terrein van het kasteel af. Het begint te hagelen en het begrip 'wisselvallig weer' krijgt vanaf deze dag voor mij een geheel nieuwe dimensie. Het weer slaat op deze hoogte in een razend tempo om. Dan is er weer ijskoude hagel, dan weer zon, regen of mist afgewisseld met rukwinden en windstilte. Bij een nieuwe fikse hagelbui vlucht ik het overdekte balkon op van een oude leegstaande villa. Ik zit daar rustig de bui af te wachten als er op de weg voor de villa motoren in een rustig tempo komen langsrijden. Vlak voor mijn neus gaat een motorrijder, bijna in slowmotion, onderuit. Schokdemper gebroken. Iedereen stopt en gaat helpen. Zit ik weer met een motorclub voor mijn neus. Ik loop door en ik verbaas me over de geheimzinnige damp die uit het asfalt opstijgt. Dit heb ik nog nooit gezien. De koude regen en hagel worden door de zon en het warme asfalt blijkbaar direct in damp omgezet. Het is een bijzonder gezicht.