Diekirch - Fontoy : 28 augustus - 3
september 1999 (1)

Algemeen
Dit traject loopt door drie landschappen. Het begint in de Ardennen bij het ' Klein Zwitserland' van Luxemburg met kalksteenrotsen, bossen en venijnige klimmetjes, loopt vervolgens door de wijngaarden van de Moezel en eindigt in een glooiend landbouwgebied in het zuiden van Luxemburg en het noorden van Frankrijk.
Zaterdag 28 augustus 1999: Diekirch - Eppendorp
Ik kan meerijden met mijn vriendin Annelies naar Luik. Ze zet me af in het centrum en rijdt door naar haar vrienden die het weekend doorbrengen in de Belgische Ardennen. In het centrum van Luik vraag ik de weg naar het station aan een willekeurige voorbijganger. Hij, een Belgische journalist, biedt aan om mij even te brengen met de auto. In zijn comfortabele Volvo zitten we binnen vijf minuten te praten over Haitink's Mahler uitvoeringen in het Concertgebouw. Een kort maar aangenaam gesprek op een onverwachts moment. Op het station neem ik de trein richting Diekirch. Ik verkeer in de veronderstelling dat ik in Echternach moet overstappen. Dat blijkt dus Ettelbruck te moeten zijn (het kan ook andersom zijn dat weet ik nog steeds niet precies). Ik rij in ieder geval te ver door en kan alleen met een snelle overstap op het volgende station alsnog de juiste trein richting Diekrich nemen.
In Diekirch
verlaat ik direct de bewoonde wereld. Ik loop langs de Sure
naar de brug bij Gilsdorf. Hier eindigde een aantal
maanden terug mijn tocht. Direct na Gilsdorf pak ik
de route weer op en loop het bos in. Even weg van de weg is er weer de
schoonheid van het bos en de indrukwekkende stilte. Ik loop tot aan Eppeldorf en hoop op een warme maaltijd in een restaurant
of kroeg. Helaas is er niets. Daarna weer de bossen in en de velden over. Op de
rand van het bos en het veld zet ik mijn éénpersoons tentje op.
In het voorjaar van 1999 wandelde ik van Spa naar Diekirch. Toen overnachtte ik in hotels en pensions. Dat was eigenlijk heel onhandig. Je wist nooit waar je uit kwam op het einde van een dag en je wist dus ook nooit of er plek was 'in de herberg'. Gelukkig ging toen alles goed. Maar soms had ik wel verder willen lopen maar deed het niet. Of andersom; ik verlangde dan naar een hotelkamer die in geen velden of wegen te bekennen was. Dus heb ik dit keer een tentje geleend en kampeer ik voor het eerst van mijn leven 'wild'. Om het gewicht van de rugzak te beperken heb ik geen kookspullen bij me. Warm eten doe ik onderweg als dat kan. Maar nu eet ik bruin brood, kaas, fruit en drink ik water. Back to basic...
Zondag 29 augustus 1999 Eppeldorf - Rosport
De
dag begint vroeg met een bekende formule; lopen door het bos en langs een beek
en af en toe flink klimmen en dalen. Soms vraag ik me af waarom de bedenkers
van de GR5 mij steeds vanaf een comfortabele asfaltweg de heuvels op laat
lopen. Aan de andere kant van die heuvel kom ik na de afdaling weer op dezelfde
provinciale weg uit waar ik een paar honderd meter terug ook op liep. Is dit humor of sadisme?
Beaufort
is een klein plaatsje met een aardig kasteel. Het is zonnig en iets na negen
uur. Vlak bij het kasteel aan de rand van het dorp is een hotel brasserie. Het
bordje met de Nederlandse tekst ' de koffie is bruin' lokt me naar binnen. De
baas ' Kees' blaft me weer naar buiten;
alleen ontbijt voor de gasten!! Je ziet toch dat ik het
druk heb!! Wat beteuterd loop ik verderop in het dorp naar een bakkerij annex
koffietentje. Waarom komen mijn bijdehante opmerkingen net altijd te laat bij
me boven? Ter compensatie neem ik 2 koffie en 2 taartjes. En dit is de laatste
keer dat ik in Luxemburg cappuccino bestel. Slappe koffie met
slagroom! Ik stink er elke keer weer in.
Vanuit
Beaufort begint de tocht door het 'Klein Zwitserland' van Luxemburg. De route voert
langs zandsteenrotsen en door diepe kloven. Vandaag is het
zondag in dit nogal toeristische gebied dus is het voor het eerst echt druk
langs de route. Veel families die de benen even willen strekken, veel bordjes
langs het pad met uitleg. Dat neemt niet weg dat het een mooie route is vooral
door de grillige rotspartijen waar je tussendoor loopt. Spectaculair
hoogtepunt: het beklimmen van de rotswanden door een aantal enthousiaste
bergsporters.
'Klein
Zwitserland' eindigt in Echternach. Echternach in augustus betekent drukte en onvriendelijke
mensen. Ik loop het hele stadje door op zoek naar een aardig restaurant en kom
uiteindelijk uit op de plek waar ik het stadje binnenkwam. Goed om hier met een
volle maag weer snel weg te gaan. Ik wandel aan het einde van de middag de stad
uit en beland op het pad boven de Sure en de ' grote'
weg. Het nadeel van het wandelen in de heuvels is dat het naast het pad vaak
niet vlak is. Het is dan zoeken naar een vlak stukje om de tent op te zetten.
Uiteindelijk vind ik iets. Ik zet mijn tent op en schrijf dit dagboek.
Maandag 30 augustus 1999: Rosport - Wasserbillig
Vandaag
de dag dat ik voor het eerst een hert, een vos, een eekhoorn, een hagedis
en...? Tja wat was dat vannacht? Krakende takjes en
piep geluiden. Ik weet het niet maar het hield me wel wakker. Was even van plan
om de tent open te ritsen, mijn zaklantaarn aan te doen en hard boe te roepen. Zag daar toch maar weer van af. Dat beest woont hier en ik
ben hier tenslotte maar te gast.
Rosport
is goed om eten in te slaan maar helaas is er geen café open om koffie te
drinken. Jammer. Ook vandaag is de route mooi en dit keer soms ook zwaar. Er
zijn momenten waarop alles pijn deed en ik doodmoe ben.
In Gisterklaus staat een 14e eeuws
kerkje. De kleine kerkjes in de dorpen onderweg fascineren me. Ik loop er graag
binnen. Soms zijn ze echt mooi en oud van binnen, soms moet ik alleen maar
glimlachen om de plastic bloemen en de gipsen beeldjes. In de kerk groet ik
altijd de God waarin ik niet geloof en praat even met
hem. Ik ben niet gelovig maar ontwikkel door deze tocht wel een abstract bijna
religieus gevoel dat het nog het beste is te omschrijven als respect voor de
schepping. Mijn god woont niet in deze kerkjes maar ergens in de bomen en het water
van de beek en in de glimlach van de mevrouw van wie ik vandaag water kreeg.
In de
buurt van de kerk is een café en dus koffie. Nog één keer loop ik daarna door
een diepe vallei met een stroompje (Ginstergerecht).
Morgen ga ik richting de wijngaarden langs de Moezel. De Moezel die hier de
grens tussen Luxemburg en Duitsland vormt. Ondertussen verlang ik innig naar
een douche. Die vind ik uiteindelijk op de camping te Wasserbillig.
Hier schrijft een ander mens die nog eventjes de was
gaat doen.
Dinsdag 31 augustus 1999 Wasserbillig - Ahn
Ik
sta op en merk dat ik bijna niet meer kan lopen door mijn verzuurde kuiten. Dit
wordt dus het begin van een zware dag. Wie zei dat wandelen geen topsport was?
Ik niet, en zeker niet als je het meer dagen achter elkaar doet met een zware
rugzak op je rug. Zonder basisconditie kom je blijkbaar niet zo ver. Ik begin
mijn dag in ieder geval met een raar mank loopje. Gelukkig trekt de pijn in de
loop van de dag weg en wandel ik toch nog 20 kilometer.
Vandaag
begint de route nogal anders dan ik had verwacht. De route door Manternach loopt niet zoals in het boek is beschreven. Ik
word altijd een beetje onrustig als het kaartje, de tekst en de markering niet
meer samenvallen. Meestal komt het wel goed als je gewoon de markeringen volgt
en ondertussen het kaartje goed blijft bestuderen. Op een bepaald moment vallen
markering en kaart + beschrijving dan weer gewoon samen. Ik blijf het trouwens
grappig vinden dat ik door het boekje en de markeringen zo makkelijk
de weg vind in een wildvreemd land. Zonder boek en markering zou ik bij wijze
van spreken al in Nederland zijn verdwaald. En nu loop ik hier zonder
problemen. Nou ja bijna zonder problemen.