Pontarlier - Thonon-les-Bains: 23 - 31 augustus
2002 (1)

Algemeen
Het tweede deel van de tocht door de Jura is eveneens glooiend. De route loopt grote delen over brede, onverharde en verharde (langlauf-)paden afwisselend door velden en bossen. Het is een rustig bos- landbouwgebied. Hier en daar wat slaperige dorpjes. Een aantal dorpjes doet wat touristisch aan in verband met de wintersport. Het hoogste punt is de berg 'Le Morond' (1420 meter). Het eindpunt van dit deel van de GR5 is het Zwitserse Nyon, een welvarend stadje aan het meer van Genève. Grootste stad in de omgeving: Genève.
Vrijdag 23 augustus 2002 Den Haag - Malbuisson
Om half vijf 's ochtends weet ik het zeker. Ik smokkel mijn Coleman gastankje niet het vliegtuig in. Het risico dat de KLM mijn rugzak op Schiphol achterhoudt is te groot. Dan maar in Genève een nieuw gastankje zoeken. Op Schiphol doe ik nog wat navraag bij een paar medewerkers over het mogen meenemen van een gastankje en de antwoorden zijn overwegend negatief. Met name op risicovluchten wordt er met speciale apparatuur gecontroleerd en je krijgt er inderdaad gedonder mee. Een stuk ontspanner vlieg ik zonder gastankje naar Genève. Daar ga ik eerst naar de Manor (een soort V&D) op twee minuten loopafstand van het Centraal Station. Bij de Manor hebben ze alleen Campinggaz maar gelukkig weet de jongen achter de kassa een adres waar ik Coleman kan kopen. Aan de rand van het centrum, op ongeveer twintig minuten lopen van het station, kun je bij 'Le Globe-Trotter', 9 Boulevard des Philosophes, terecht voor al je campingspullen. Door dit uitstapje mis ik de aansluiting richting Pontarlier. Ik heb daardoor de tijd om op mijn gemak wat te eten. Met uitzicht op de 140 meter hoge fontein in het meer van Genève gebruik ik de lunch. Het is een luxe ervaring om met dit uitzicht hier op het terras te kunnen eten.
Ik reis met de trein naar Lausanne, stap over op het stoptreintje naar Fleurier en neem daar de streekbus naar Pontarlier. Het regent als er ik de bus uitstap vlak voor het station waar ik twee maanden gelden de TGV naar huis nam. Ik besluit niet terug te lopen naar Les Dames d' Entresportes, het eindpunt van mijn vorige wandeling, maar de andere kant op te gaan richting Chateau de Joux. Na een aantal kilometer de drukke provinciale weg te hebben gevolgd, pak ik bij het kasteel de GR5 weer op.
De route leidt me langzaam weg van het lawaai en de autogassen. Eerst nog langs Les Angles, een rommelig dorpje, daarna een steil klimmetje en vervolgens loop ik een aantal kilometer langs wat huizen en dorpjes. Tot mijn verbazing heb ik opeens uitzicht op het Lac de St Point. Op mijn zwart-wit kaartje in mijn gidsje valt het meer niet op. Het is mooi om er op enige hoogte langs te lopen via het open bos met zijn opvallend hoge naaldbomen en zijn brede verharde paden. Ik ben om half vijf begonnen en loop steeds maar verder. Ik aarzel, zal ik een plekje gaan zoeken of zal ik doorlopen naar de camping in Malbuisson. Tussen Pontarlier en Malbuisson zijn geen goede wild-kampeerplekken of misschien zoek ik er niet echt goed naar omdat ik toch eigenlijk liever op de camping sta. De douche roept, dus loop ik door. Het is al laat als ik in het dorp aankom en hoor dat de camping twee kilometer verderop ligt aan het meer. Ik zet uiteindelijk in het donker mijn tent op en ga douchen met behulp van een soort trekhaak aan een ketting waar je regelmatig aan moet trekken om warm water te krijgen. Ik ben te moe om te eten en ga direct slapen. Dromen van de olifant van het circus Rentz die ik midden in Genève zag staan.
Zaterdag 24 augustus Malbuisson - Le Mont d'Or
Ik breek op en verlaat de grote camping van Malbuisson. Ik koop bij de campingwinkel een pak melk en warme croissantjes. Op een bankje aan het meer ontbijt ik in alle rust met uitzicht op de aanlegsteiger, wat vage nevel en vroege vissers. In Malbuisson zelf drink ik koffie en ik loop vanuit dit dorpje de heuvel op tot ik weer op hoogte ben en de GR5 kan oppakken. Ook hier is het bos open met veel hoge naaldbomen. Er is alleen een groot verschil met gisteren; hier struikel je over de goede wild-kampeerplekjes. Het modderpad door het bos wordt geleidelijk een verharde weg tussen de velden. Een deel van de route loopt langs een toeristische spoorlijn. Bij een overweg, een stukje voor Hospitaux-Neuf, staat een picknicktafel. Daar maak ik voor het eerst onderweg zelf koffie.
Hospitaux-Neufs is een typisch toeristen stadje met souvenierwinkels en restaurants. Bij een Grieks / Turks restaurantje met zeldzaam trage bediening eet ik iets warms. De GR5 loopt vervolgens langs de skipiste van Le Morond; het hoogste punt van de Jura en het hoogste punt tot nu toe (1420 meter). Het stroomt van de regen en het is warm. Ik word dan ook terwijl ik naar boven loop van binnen en van buiten nat. De skipiste fungeert zomers als ATB baan en tot mijn verbazing komen er door de stromende regen grote mannen op kleine fietsjes met een rotgang naar beneden gereden. Boven mijn hoofd worden de fietsen al dan niet met berijder via de kabelbaan de berg weer opgebracht. Ik ploeter omhoog en kom uiteindelijk op de top. Daar zie ik het kopstation van de skilift met daarnaast een houten hut waar je iets kunt drinken. Ik schuil er een uur. Maar als ik probeer verder te trekken op een wat droger moment word ik in no time opnieuw door de hoosregen de hut weer ingestuurd. Uit verveling ga ik even kijken bij de skilift. Op dat moment roffelt de hagel en regen met een ongelofelijke kracht op het metalen dak. Het lawaai is oorverdovend. De grote mannen op de kleine fietsjes blijken een groep Engelsen te zijn die hier een wedstrijd proberen te houden. Het weer is echter zo slecht dat de wedstrijd wordt stil gelegd. Na anderhalf uur is het weer een beetje droog. Of anders gezegd het regent minder hard. Ik ben het wachten zat en ik besluit verder te lopen. Langzaam loop ik over de grotendeels open vlakte vlak langs de rand van een enorme afgrond. Dit moet bij mooi weer een fraai uitzicht zijn. Nu is het vooral nevelig.
Het pad loopt door het open
veld met hier en daar een stukje bos. Ik hoor opeens een vogel krassen en ik
kijk in de richting van het geluid. Stilte. Als ik verder loop hoor ik opnieuw
het krassende geluid en als ik opnieuw kijk, weer niets. Daarna opnieuw en nog
een keer. Het lijkt wel alsof het beest met me speelt. Ik hoop een korhoen te
zien maar uiteindelijk blijkt het een zwarte kraai te zijn die langzaam voor me
uit vliegt. hmmm. De route komt uit op het beboste dal van Le Mont d'Or waar in
het midden van het dal een brede strook is open gekapt. Daar loopt de route
langs een spoor van elektriciteitsmasten. Tegen een uur of zes besluit ik om
aan de rand van het dal en het bos te kamperen. Ik ben weer eens doodmoe, kan
nog net mijn tent opzetten, en stort daarna neer in mijn tent. Na een kwartier
komen er twee jonge mensen langs die bezorgd mijn richting op kijken. Ik heb
sterk de indruk dat ze denken dat ik dood ben. Ik ben te moe om vriendelijk te
wuiven. Gelukkig lopen ze gewoon door.