St-Etienne-de-Tinée – Nice  (1)

 

 

Algemeen

 

Op de hoogtekaart lijkt het alsof je op dit deel van de GR5 bergafwaarts de Alpen uit loopt. Dat is ook zo, maar het is een misverstand om te denken dat het dan ook een gemakkelijk traject zou zijn. Dat is zeker niet het geval. Naarmate de hoogte afneemt, neemt de warmte toe. En ook op dit traject is het stevig klimmen en dalen. Dat neemt niet weg dat er ook nu veel valt te genieten. De tocht loopt door prachtige valleien, pittoreske dorpjes, en door een overwegend Mediterraan landschap. Grote stad in de buurt: Nice.

 

 

Zondag 18 juni 2006 Nice – Roya

 

Het voornemen was het laatste stuk van de GR5 (Briancon – Nice) in één keer te lopen. Maar ik kwam ik er achter dat in juni sommige cols tussen Briancon en St-Étienne-de-Tinée stevig onder de sneeuw kunnen liggen, zodanig dat ze niet goed begaanbaar zijn. Ik heb het risico maar niet genomen. Ik heb het traject daarom in tweeën gesplitst. Deze keer loop ik van St-Étienne-de-Tinée naar Nice. In 2007 loop ik alsnog van Briancon naar St-Étienne-de-Tinée.

 

Om in St-Étienne-de-Tinée te komen moet je vroeg de bus nemen. Mijn vlucht uit Nederland sluit daar net niet op aan. Daarom gisteravond naar Nice gevlogen en mijn intrek genomen in een Ibis hotel niet ver van het vliegveld. Vanochtend weer terug naar het vliegveld en daar de bus gepakt. Het hotel was ruim € 70 maar het buskaartje naar St-Étienne-de-Tinée was maar € 1,30.  Ik weet nog steeds niet of ik nu duur of goedkoop uit ben op deze manier. Beide denk ik.

 

 

De bus doet er vanuit Nice anderhalf uur over om St-Étienne-de-Tinée te bereiken. Het is een klein stadje op 1144 meter hoogte met een marktplein, een kerk en een kroeg. Ik loop het stadje uit en verlaat de bewoonde wereld over de provinciale weg. Dan neem ik afscheid van het geliefde asfalt en loop de berg op zo’n 500 meter naar boven. Gelukkig is de regen weg en schijnt de zon. Het is warm en ik loop al aardig te zweten (let op, dit wordt het centrale thema van deze vakantie).

 

Ik ben op weg naar Auron. De route er naar toe is redelijk steil vooral voor een eerste dag. Mijn tempo is dan ook niet erg hoog. Auron blijkt een wintersportplaatsje te zijn. Ik schat dat er in de winter zo’n paar duizend mensen zullen verblijven. Nu is er helemaal niemand. Ik loop door doodstille straten. Ik zie veel appartementsgebouwen met gesloten rolluiken. Alleen aan het einde van het dorpje is er een snackbar. En ik zie er zowaar drie mensen. Wat is zo’n stadje toch bizar.  Na de cola maar gauw weer verder.

 

   

 

Verder betekent hier verder omhoog naar de Col du Blainon. Eerst door het bos, maar naarmate ik hoger kom over de groene bergweiden. Hier en daar staan wat verlaten huisjes. Even verderop de resten van een kapel. Het is een ontroerend bouwval. Het dak is gemaakt van houten planken die in de vele voorbije seizoenen zijn aangetast. Het zijn grillige grijze abstracte vormen geworden waarin de spijkers uitsteken. Binnen staat nog een houten kast die als altaar heeft dienst gedaan. Boven het gat van de deur heeft iemand met houtskool geschrevenSt Sebastian priez pour nous’. Wie is die Sebastian? Het antwoord luidt; Sebastian is de beschermheilige van onder andere de boogschutters, soldaten, jagers, steenhouwers, tuiniers, kleermakers, brandweerlieden en de internationale homobeweging. Tja ook dat roept weer  vragen op…

 

 

 

Het is hier stil en windstil en het landschap toont de verstilde sporen van menselijke activiteit. Ooit werd er tegen de bergwand op kleine veldjes voedsel verbouwd, nu zijn het niet meer dan ribbels in het landschap. Vanaf de col du Blainon daal ik af richting Roya. Ik passeer een herder met zijn schapen. Roya is niet meer dan 10 huizen, een kerk en een gîte. Een mooie nieuwe gîte met een jonge enthousiaste eigenaar. Ook hier heb ik een kamer voor mezelf. De douche is perfect en ik kan er mijn kleren wassen. Ik ontmoet er Peter en Georgina, twee Engelse fotografen van tegen de zestig met een hekel aan Engeland en een voorliefde voor Frankrijk. Ik heb een geweldig leuke avond met ze. Ze wonen en werken in Zuid Frankrijk en combineren hun werk met hun liefde voor wandelen. Zo lopen ze rond met een drie kilo zware digitale Hasselblad waarmee ze 18 MB grote landschapfoto’s maken die ze vervolgens weer proberen te verkopen. Ze ontnemen mij wel mijn romantische beeld van de perfecte foto genomen op het juiste moment als alle omstandigheden na uren wachten eindelijk gunstig zijn. Foto’s worden steeds vaker ‘gemaakt’. Zo is hun best verkopende foto die van de TGV tussen de zonnebloemen en de bergen. Alleen is de foto van de TGV genomen in Callais, komen de zonnebloemen uit Zuid Frankrijk en zijn de bergen van weer ergens anders. Allemaal aan elkaar geplakt met Photoshop CS2. Maar ook zij hebben reden tot zorg. Er komen steeds meer digitale amateur fotografen die voor een krats hun foto’s aanbieden op het Internet. Daar kunnen zij het niet voor doen. Ook leer ik van hun het verschil tussen een mooie foto en een goed verkopende foto. Dat is dus niet hetzelfde. Ze doen alles samen bij het fotograferen. Maar Peter heeft wel een geheel eigen extra taak, namelijk het ergens op de voorgrond van de foto staan. Een oudere heer op de foto geeft niet alleen meer diepte maar verkoopt ook beter. Zo leer ik nog eens wat en ligt er een gouden toekomst voor me open. De enige dissonant op deze avond zijn de luidruchtige Amerikanen (Hi! we are from the States but we didn’t vote for Bush). 

 

Maandag 19 juni 2006 Royarefuge de Longon

 

Vandaag een lange wandeldag. Het begint met een tocht door de vallei van Sallevieille. Het pad loopt 1000 meter omhoog door een vertrouwd landschap van kale bergen, puinvelden en groene weiden. Op het laagste punt, in het midden van de vallei en parallel aan de route, loopt meestal een beekje. Het lopen gaat nog steeds een beetje moeizaam door gebrek aan conditie. Maar echt veel en lang rusten zit er niet in. Het is nog wel een eindje. Op weg naar de col de Crousette wordt alles grijzer en grauwer. Hier en daar wat restjes sneeuw.

 

  

 

Op de top op 2587 meter staat een stenen zuiltje waar ik toch maar even rust. Ik heb uitzicht op het vervolg van de route; die loopt over de brede grijze kam van de Baisse du Démant. Veel grijs puin maar wel aangenaam bergafwaarts richting de Col de Moulinès (1982 meter). Na een aantal kilometer gelopen te hebben valt de verandering in het landschap weer op. Ook hier weer grillige uitstulpsels en stenen kaarsen in roze, witte en gele steen. De route loopt bovenlangs Vignols maar ik ben er nog lang niet. Het is vandaag allemaal wel wat verder dan ik had geschat. Ik ben moe en ik heb een blaar op mijn voet. Maar goed dat geeft niet. Afzien is ook een kunst. Gelukkig loopt het laatste stuk aangenaam vlak door een prachtige en sappig groene vallei van de Longon met aan beide kanten bos. Ik zie er mijn jaarlijkse hert statig rondstappen.

 

 

 

Aan het einde van de vallei staat le vacherie de Roure ou gîte de Longon. Een simpele gîte zonder warme douche maar met een heel aardige waard. En ook hier ben ik de enige gast. We eten samen. De waard spreekt het liefste Frans, voor mij een goede oefening. Boeiende gesprekken waarin ik als Nederlander uitleg dat het toch echt afgelopen moet zijn met die Europese subsidies voor de Franse landbouw. Hij legt me uit dat het hier - ondanks dat we niet eens zo heel ver van de kust af zijn - zo rustig is omdat de valleien te nauw zijn en de wegen te slecht voor alle rijke (buitenlandse) mensen om hier te gaan wonen.  Ook vertelt hij dat hij wekelijks met zijn rugzak een uur bergafwaarts loopt naar zijn auto om vervolgens weer een uur verder zijn boodschappen te doen voor de gîte.