Samoëns – Tigne le Lac: 1 juli
- 13 juli 2004

Algemeen
De GR5 voert hier over vijf cols met een hoogte van circa 2500 meter. De
route loopt door lieflijke dalen met weiden, bossen, bloemen, boomgaarden,
watervallen en wildstromende beken maar ook over grillige cols en hoogvlakten
met sneeuw, steengruis en enorme rotsblokken. Het weer varieert van hitte in
het dal, fris en zonnig onderweg en op de col kans op regen, wind, mist, hagel
en sneeuw. Een goede conditie is ten zeerste
aanbevolen en mocht je daar niet over beschikken dan zul je het moeten hebben
van wilskracht en het vermogen om soms behoorlijk af te zien. De route is goed
aangegeven. Waar de GR5 en de Tour de Mont Blanc samenvallen zul je regelmatig (groepen) mensen tegen
komen. Als je geluk hebt zie je alpenmarmotten en steenbokken. Dit is een zwaar
maar indrukwekkend mooi traject. Grote stad in de buurt: Lyon.
Donderdag 1 juli 2004: Den Haag
– Pont des Nants
Om Samoëns te bereiken maak ik niet alleen
gebruik van bijna alle vormen van openbaar vervoer (1 x vliegtuig, 2x tram, 1 x
bus en 4 x trein) maar ook van mijn duim. Gelukkig doet de duim het nog en is
een aardige mevrouw uit Madagaskar bereid om mij in haar vrachtwagentje van Cluse naar Samoëns te rijden. In
het stadje is een outdoorwinkel waar je diverse
soorten gas kunt kopen maar ik laat me naar supermarché
Le Champion sturen, een kilometer buiten het dorp, om daar mijn Campinggaz en boodschappen te kopen. Om vijf uur ben ik
klaar en pak ik ‘bepakt en bezakt’ de wandeldraad weer op. Met twee liter water
en alle etenswaren weegt mijn rugzak nu bijna twintig
kilo. Dat is zwaar.
Ik loop langs het riviertje Le Giffre Samoëns uit. Het water van
Le Giffre heeft een
opvallend loodgrijze kleur. Het pad langs het riviertje is een aantal
kilometers vlak tot aan de Gorges des Tignes. Daar moet ik door de voormalige rivierbedding
omhoog door een kloof klimmen langs ongemakkelijke maar betrouwbare laddertjes
en in de rots geslagen metalen gaspedaaltjes. Nu
blijkt ook waarom de rivier zo grijs is. Het is de kleur van de rotsen waarvan
het zachte steen uiteindelijk als grijs slip in de rivier belandt. Na de kloof
loopt de route wat stijgend en dalend door het bos. In een uurtje bereik ik le Pont des Nants. Vlak voor deze
brug staan drie oude pittoreske houten schuren in een weiland. Daar zet ik mijn
tent op voor de nacht.
Vrijdag 2 juli 2004: Pont des Nants – Lac d’Anterne
Ik blijf langs le Giffre
lopen en ik realiseer me te laat dat ik na de Pont des Nants
ook via het dorp Maison Neuve
had kunnen lopen. Ik mis daardoor een vers broodje en een kop koffie (als dit
gehucht al een winkel heeft en die om zeven uur open is). Gelukkig is de route
langs Le Giffre nog steeds
vlak en mooi. Het water wordt blauwer en het stroomt wilder. In de verte zie ik
een waterval. Vanaf hier begint het klimmen door het naaldbos met zicht op
fraaie geologische formaties aan de overkant van het dal. Na een uur lopen
bereik ik la cascade de Rouget. De auberge aan de voet van de waterval is alleen ‘s middags
open. Ik zit daarom in de ochtend alleen op het terras en geniet van het
indrukwekkende uitzicht op de waterval. De zelfgezette koffie smaakt
uitstekend.
Bij de auberge is de route niet optimaal
aangegeven. De route lijkt rechts langs de waterval te lopen maar het pad gaat
daar steil omhoog. Ik volg dat pad maar zie geen markeringen. Halverwege loop
ik achter een oude houten schuur verder omhoog tot aan een bruggetje. Daar kan
ik de juiste route weer oppakken. Ik loop over de weg naar Le
Chalet de Lignon en vergrijp me aan de bosbessentaart.
De verharde weg houdt hier op en gaat over in een pad omhoog richting de
volgende waterval. Ook de Cascades
de la Pleureuse et de la Saffaz is
indrukwekkend. Aan de
linkerkant bruist en schuimt een brede stroom water. Aan de rechterkant
klettert het hoog van de rotsen het dal in. En dit alles in een omgeving van
bergen, naaldbossen en slierten bewolking. Het is hier mooi.
Ik ben ondertussen een kleine duizend meter geklommen, van 700 naar 1700
meter, en ik zweet me te barsten in het regenachtige weer. Ik voel mijn hart
bonken. Een half uur verder eindigt het bos en begint een bijna vlak landschap
van rotsen en struiken gehuld in de mist en de regen. Links en rechts hoge
rotswanden met aan de voet grijs gruis en stenen. Langs het pad liggen enorme
rotsblokken en groeit de gentiaan. Plotseling sta ik voor een plakkaat sneeuw
van 3 bij 5 meter. Ik maak er voorzichtig een voetafdruk in. Weer een mijlpaal.
Sneeuw in juli! Bij de voorbereiding op mijn reis zag ik op het internet foto’s van mensen die in hun T-shirt en korte broek
door de sneeuw liepen. Ik vond dat een raar gezicht. Nu begrijp ik het beter;
ondanks dat de sneeuw hier blijft liggen is het prima wandelweer en zeker niet
koud. In de refuge Alfred Wills
is het warm en droog en dat is beste wat ik er van kan zeggen. De soep is nog
niet klaar en ik bedank vriendelijk voor het dagmenu van €18 dat bestaat uit
puree uit een pakje en een plakje vlees. Het zag er niet bepaald smakelijk uit.
Maar gelukkig doen even rust, slappe lauwe koffie en vers water wonderen. Voor
me ligt de route naar de Col d’Anterne. Het zwaarste
gedeelte van de dag. Tot aan de refuge Alfred Wills was het pad goed onderhouden en zichtbaar. Het pad
verder omhoog is dat niet. Het loopt tussen de kale rotsen en de stenen door en
is soms moeilijk te herkennen in het onherbergzame landschap. De batterij is
leeg en op mijn reservebatterijen loop naar het lac d’Anterne. Ik ga niet verder
vandaag. De col moet maar tot morgen wachten. Ik zet de tent om vier uur op en
doezel weg in mijn slaapzak. Weer warm geworden eet ik wat en
kijk ik uit over het spiegelende meer.
Aan de overkant zie ik mensen steil omhoog klimmen om bij de col te
komen. Goed dat ik niet verder ben gegaan. Dat zou ik vandaag echt niet meer
trekken. Ik geniet van het uitzicht. Sneeuwvelden op de bergen aan de overkant.
En achter die bergen een grijze wand recht omhoog tot aan de wolken. Een ruig
berglandschap met alpenmarmotten. Mooie beesten zijn dat. Ze zijn zo groot als
bevers en otters en ze hebben een dikke bruine vacht. Zodra ze je zien hobbelen
ze tjilpend weg en schieten hun hol in. De tent gaat dicht om tien voor zeven.
Zaterdag 3 juli 2004 Lac d’Anterne – Refuge de Bel Lachat
Het heeft vannacht gevroren. Met mijn hoofd in mijn slaapzak en de rits
goed aangetrokken had ik nergens last van. Maar als je geen handschoenen bij je
hebt dan is het vroeg in de ochtend een fris werkje om de bevroren dauw en
waterdamp van het tentdoek te vegen. Ik loop om kwart voor zeven over de
sneeuwvelden naar de col. Door in de horizontale afdrukken van de voetstappen
van mijn voorgangers te stappen loopt het vrij gemakkelijk. In de ochtend gaat
dat beter dan later op de dag. In de ochtend is de sneeuw nog opgevroren maar
in de middag is het papperig door de zon en zak je dieper weg. Dan is het ook
aan de randen van het sneeuwveld opletten om niet weg te zakken. Ook moet je
zorgen niet te lang op grijs doorschijnende sneeuw te lopen. Onder die grijze
streep in de sneeuw loopt meestal een stroompje. Daar is de sneeuwlaag dunner.
Het landschap op de col – sneeuw, steen, rotsen en hier en daar een dappere
bloem - is adembenemend mooi. De stilte is overdonderend, de lucht diepblauw.
Ik daal aan de andere kant van de col af naar de refuge de Moëde Anterne. Ik tref er een
Nederlands stel dat met aanmerkelijk lichtere rugzakken dan ik een culinaire
reis van de GR5 maakt. Overal waar ze komen zoeken ze de beste restaurantjes
van de streek op en gaan daar uitgebreid eten. Ze overwegen er zelfs een
website over te maken; de ‘GR5 culinair ‘. Na de refuge loopt de route door
weiden en ruige velden geleidelijk naar beneden. Door een zee van bloemen en
een wolk van vlinders daal ik af tot aan de pont d’Arlevé
(1597 m.). Bij dit bruggetje over een beek bereik ik
het laagste punt. De afdaling gaat over in een lange en geleidelijke klim richting
de Brévent. Ik loop in een wijds en open landschap
met beneden de alpenweiden, bossen en watervalletjes en boven de kale
bergtoppen. In de verte ligt de Mont Blanc. Het is hier van een schoonheid die niet is vast te
leggen op een foto. Het pad loopt rechtdoor tot aan de col. Bij de col zigzagt
het laatste stukje zich moeizaam omhoog. De col zelf is een doorgang tussen de
bergen op 2368 meter hoogte. Een James Bond
landschap. Vanaf de col gaat de route door naar de top van de Brévent.
Ik ben vermoeid en het gevecht met de berg vraagt veel van mijn kracht.
Dit is afzien. Ik krijg er een grimmig maar ook vastbesloten gevoel van. Deze
eenzame zwoeger door de sneeuw gaat het redden. Mij krijgen ze niet klein, ook
deze berg niet. Maar plotseling word ik ingehaald door een japanner met een
camera, een vrouw op roze teenslippers en een groep joelende scholieren in T
shirts en op gympjes. Waar komen die nou vandaan en al die andere mensen die ik
hier zie rondlopen? Waarom ben ik bekaf en zij zo okselfris? Het geheim onthult
zich honderd meter verderop als ik het kopstation van de stoeltjeslift zie met
uitkijkplateau en restaurant. De lift verbindt Chamonix
met de top van de Brévent en heeft voornamelijk tot
doel om mensen uitzicht te geven op de Mont Blanc die zich recht tegenover bevindt. Ondanks mijn
vermoeidheid blijf ik hier niet lang. Ik daal af naar refuge de Bel Lachat. Ik vraag of ik een stukje verderop mijn tent mag
opzetten. Dat mag. Met de Mont Blanc
recht tegenover me is het een van de mooiste kampeerplekken tot nu toe. Ik heb
zowel uitzicht op de gletsjer als op de top. Beneden in het dal ligt Chamonix.
Zondag 4 juli 2004 Refuge de Bel
Lachat – Les Houches
Zes uur wakker. Ik open de tent en zie de maan schijnen boven de bergen.
De zon wint langzaam terrein en zet de top van de Mont
Blanc in het volle licht. Wit tegen blauw. Stilte
alom. Thee met honing, brood met kaas en worst. Dit is wel een heel mooi begin
van de dag.
De afdaling naar les Houches is ongeveer 1200
meter. Het pad is goed maar mijn knieën zijn dik en doen pijn. Ik loop
langzaam. Jongere goden stuiven me voorbij. Het is hier druk met mensen die
vanuit Chamonix naar de top van de Brévent wandelen en weer terug. De route voert voor een
deel door een koel coniferenbos en door een kloof met metalen gaspedaaltjes, daarna langs een hek van een dierenpark.
Bij een picknicktafel ontmoet ik een stevige Australische heer die in
vijf maanden de GR5 wil doen. Het is leuk om na een paar dagen eenzaamheid weer
eens tegen iemand aan te praten. Hij vertelt me dat hij een berggids is
tegengekomen die met zijn maten in negen dagen door de Alpen is gerend. Sterk.
Ik loop Les Houches binnen via een betonnen
viaduct over een autoweg. Door rechts aan te houden en richting de Telepherique te lopen kom ik uit bij een eenvoudige
camping. Een droog grasveld met een huisje waar je je
geld kwijt kunt. Maar gelukkig is er ook een douche. Het is hier druk met Poolse,
Italiaanse en Franse bergbeklimmers allemaal op weg naar de Mont
Blanc. Ik koop lekkere dingen in het stadje en doe
ijs op mijn pijnlijke dikke knieën. Hoe moet dit verder? Ik loop als een oud
mannetje en heb geen zin om domme dingen te doen. Gelukkig is het morgen een relatief gemakkelijke etappe. Ik probeer het
gewoon en zie wel.
Maandag 5 juli
2004 Les Houches – La Gorge
Ik loop door het buitengebied van Les Houches
richting Col de Vosa (1653) en merk dat de knieën
zich bergopwaarts redelijk houden. Het is op dit stuk van de route een komen en
gaan van helikopters die hun vracht in een net aan een touw onder zich
vervoeren. Het is een leuk gezicht om de helikopter vanaf het
helikopterplatform te zien opstijgen tot deze zo hoog is dat ie
niet meer is dan een stipje dat langzaam achter de bergtop verdwijnt.
Achterom kijkend heb ik zicht op Les Houches en
Chamonix. De rivier die deze plaatsen verbindt is
opvallend lichtgroen. Het is geen ernstige vervuiling maar ook hier wordt de
sterke verkleuring veroorzaakt door het gekleurde slib uit de bergen. Na de
laatste huizen loopt de brede onverharde weg door de bossen en weiden richting
de col.
Het regent en er wordt aan het einde van de dag onweer verwacht. Een
goede reden om op de col de Vosa te kiezen voor de
route die onderlangs via Bionnassay loopt. De route
langs de gletsjer van de Mont Blanc
laat ik links liggen.
In Bionnassay wonen 90 families en een daarvan
heeft een refuge annex restaurant. Binnen is alles van hout als in een blokhut.
Het eten is er goed en de sfeer is er prettig. Ik geniet van de eenzaamheid van
deze tocht maar na een paar dagen ben ik blij even onder de mensen te zijn. Ook
al zit ik alleen maar in een hoekje mijn dagschotel te eten. Een glimlach en
een hartelijk woord van de bediening doen dan wonderen.
Ik let niet op en loop na het eten de verkeerde kant op. Extra kilometers
over het natte asfalt en een stuk lopen langs een drukke provinciale weg zijn
mijn deel. Ik pak bij Tresse de route weer op. Ik
steek een riviertje over zodat ik op afstand ben van de drukke provinciale weg.
Mijn doel is Les Contamines Montjoie.
Het naambord bij de gemeentegrens heeft een aandoenlijk hoog tuttigheidgehalte.
Er hangt een briefje aan: ‘dames en heren wilt u niet meer de geraniums stelen
anders bel ik de politie’ In stilte beloof ik beterschap en besluit die avond
wat anders te eten.
Een paar honderd meter verderop zie ik een bordje richting de camping. Ik
volg het pad en merk al gauw dat het bordje vooral is bedoeld als een
aanmoediging om nog een heel eind door te lopen. Eerst onderlangs het centrum
van Les Contamines Montjoie
en daarna nog een aantal kilometer het stadje uit. De camping is gelukkig
prima.
Dinsdag 6 juli 2004: Chamonix
De weervoorspellingen zijn slecht; onweer en regen en een dagje rust is
goed. Ik ga daarom met de bus en de trein naar Chamonix
. Maar Chamonix blijkt een toeristenoord te zijn waar
ik niet echt blij van word. Uitzondering is het
Maison de la
montagne (190, place de l’église). Een inloophuis voor wandelaars en
klimmers. Leuk vanwege de kaarten en maquettes, nuttig vanwege de uitgebreide
weerberichten.
Woensdag 7 juli 2004 : La Gorge – Refuge de la Lai
De liefhebber
van barokke kerken komt in deze streek aan zijn trekken. Er is een barokkerken route uitgezet die ook langs Notre dame de la Gorge loopt. Een
roze suikertaart even verder na de camping. De asfaltweg stopt na de kerk en
gaat daar over in een onverharde weg. De weg loopt langzaam omhoog door de
weiden richting col de Bonhomme. Bij refuge la Balme valt de GR5 samen met de Tour de Mont
Blanc (TMB). De TMB is een populaire route. De kans
dat je er groepen wandelaars onder leiding van een gids aantreft is groot. Ik
trof er een groep Amerikaanse jongeren waaronder dames met diskman en kinky zonnebril. Onderweg kom je langs een steenhoop
waaronder de graven van een Engelse dame en haar bediende zouden liggen. Beide
dames zijn omgekomen tijdens een verschrikkelijke storm. Je wordt geadviseerd
een steentje toe te voegen om zo de doden te eren en ongeluk te voorkomen.
De route naar
de col is nu ook weer mooi en soms wel zwaar. Regelmatig loop ik over
sneeuwvelden. Hier en daar een wat lastige overgang tussen de sneeuw en de
rotsen. Maar alles is uiteindelijk goed te doen. De refuge op de col de Bonhomme is groot en druk. Er zijn wel zo’n
zeventig mensen in het restaurantgedeelte waaronder een groep bejaarde
japanners (hoe komen die hier?). Het is
goed om hier bij te tanken. Het mooiste deel van de route van deze dag begint
even voorbij de refuge en heet de Crętes des Gittes. Op 2500 meter hoogte loop ik een paar kilometer
over een smal pad bovenop de bergkam tussen de Col de Croix
du Bonhomme en de Col de la Sauce.
Links en rechts kijk ik uit op lager gelegen bergen en sneeuwvelden. De wind
blaast om m’n oren. Dit is een bijzondere belevenis. Wandelen ‘on top of the world’.
Van de Col de
la Sauce daal ik af naar Refuge de la Lai. Ik kies voor het eerst voor de luxe van een refuge:
een douche, een bed en een warme maaltijd. In de refuge overnacht ook een groep
sportieve engelse heren op leeftijd die zo uit Dad’s Army zijn weggelopen. Heerlijk volk waar het aangenaam bij
vertoeven is. Geanimeerde gesprekken in het engels (wat gaat dat toch stuk
gemakkelijker dan in het frans). Heerlijk eten en
goede wijn. Een aangename afsluiting van de dag.
Donderdag 8 juli 2004: Refuge de la Lai – Refuge de la
Balme
Had ik niet moeten zeggen dat van Dad’s Army. Want Dad’s Army loopt me er wel dus volledig uit. Mijn enige excuus is
mijn veel zwaardere rugzak. Voor het overige is hun conditie gewoon beter dan
die van mij. In het begin lopen we nog gelijk op. Maar na een paar kilometer
verlies ik ze uit het zicht. Zelfs de prikkebeen die bij elke vogel zijn verrekijker trekt en bij
elke bloem even in een boekje kijkt is nu ver voor me uit. De dag begint
redelijk rustig met een tocht langs het Lac de Roselend. Op 2000 meter hoogte kijk je neer op het grote stuwmeer
schuin onder je. Na het meer begint de beklimming richting de Col de Bresson. De route loopt voor een groot deel over een breed
pad en is goed aangegeven. Op de top vier ik, afwisselend in de zon en in de
hagel, de overwinning van de geest op het lichaam. Het
lichaam wil opgeven, alleen de geest loopt door zodat het lichaam wel moet
volgen. Met dikke knieën neem ik me voor om de volgende keer een
helikopter te nemen naar de top. Ben vandaag regelmatig door andere wandelaars
voorbij gelopen en ik weet nu zeker dat ik de langzaamste wandelaar van de
Alpen ben.
Na de top van de Bresson volgt een route door
een vallei richting refuge La Balme. Het landschap
van bergwanden, stenen, gruis en wildstromende beekjes is wederom indrukwekkend
mooi. Het doet bij de top soms aan een maanlandschap denken. Ik kom ’s middags
aan bij refuge la Balme en besluit er te blijven. Ik
tref er mijn Engelse vrienden die net op het punt staan te vertrekken. Ik mag
de nacht doorbrengen in een slaapzaal vol met schoolkinderen. Hoogtepunt is de
netelsoep die de waard voor mij maakt. Daarvoor loopt hij even naar buiten met
zijn mes om vervolgens met zuring en andere kruiden weer terug te komen. Gewoon
geplukt in het wild. De soep wordt ter plekke gemaakt en smaakt meer dan
uitstekend. Een absolute aanrader. Ook ’s avonds is het eten goed. Voor €3
extra neem ik een warme douche.
Donderdag 9 juli 2005 : Refuge La Balme – Landry
Ik heb goed geslapen maar vraag dat beleefdheidshalve niet aan de anderen
in de slaapzaal. (Ik geloof dat ik snurk en incasseer de licht verwijtende
blikken gelaten).
Het heeft vannacht geregend en gesneeuwd op de
top van de Bresson. Gelukkig loop ik de andere kant
op richting Landry. Vanaf de refuge loopt er een
breed en langzaam dalend pad door de vallei. Een pad dat net breed genoeg is om
ook door een auto gebruikt te worden. Links en rechts is de vallei omsloten
door steile wanden, in het midden loopt een bruisend riviertje. Na de regen van
vannacht al met al een frisse en aangename bedoening.
Ik loop rustig om mijn pijnlijke
knieën te ontlasten. Ik weet zeker dat Landry voor
wat betreft de tent het eindpunt zal zijn. Veel verder zal ik met dit gewicht
niet komen. Ik daal langzaam af naar de bewoonde wereld. Het pad wordt steeds
beter en gaat over in een geasfalteerde weg. Gelukkig zijn er dan - geheel in
de traditie van de GR5 -
doorsteekjes over hobbelige paden. Om half twaalf kom ik na 900
meter dalen aan in Valezan. Tijd voor koffie en
rabarbertaart op het terras van de lokale kroeg. Ik geniet van de oude man met
zijn gat in zijn trui, zijn collega met het jagershoedje, de luidruchtige man
met het bocheltje en het kleine jongetje dat het bonte gezelschap vergezelt.
Ze stappen in hun vrachtautootje en dalen af naar het grote dal dat dwars
staat op waar ik net vandaan kom. Er liggen daar dorpjes tussen de weilanden en
er lopen wegen. En iets hoger op de heuvels en op de bergen is het bos.
Ik volg het goede voorbeeld en daal van Valezan
af naar Bellente. Het pad loopt hier geleidelijk dalend door de boomgaarden. Ik
word omgeven door zwermen vlinders, de zon schijnt en het weer is weer warm.
Hier word zelfs ik heel vrolijk van. Ik neem in Belente
de alternatieve route richting de camping in Landry.
De camping wordt gerund door de lokale kruidenier en bevindt zich achter het
huis. Ik zet mijn tentje op onder een appelboom en doe mijn boodschappen ‘om de
hoek’. Even niets en lekker eten voor de tent.
Vrijdag 10 juli Landry - rand nationaal park Le Vanoise
Tja ik kan
het toch niet laten. Ik ga toch door en kijk wel hoe ver ik kom. Als het niet
gaat, keer ik gewoon terug. Tigne is mijn nieuwe
einddoel. Daarvoor moet ik 15000 meter stijgen door een heel lang dal. De route
is niet lastig maar kost wel een hoop energie en met het mooie weer zweet ik
als een otter. Het eerste deel loopt nog over de alternatieve route vanwege
mijn stop in Landry. Ik loop over een wat saaie D-weg richting le Moulin. Bij Moulin steek ik het
bruggetje over en kom ik weer op de officiële route. Volgens het bord is het
hier een beschermde zone. De route volgt de bodem van het dal langs het wild
stromende riviertje. Ik loop door een gemengd bos van naald-
en loofbomen. Even verderop verandert de GR5 in een educatieve route. Hier is
in 1794 de eerste mijnbouwschool opgericht. De school staat er nog steeds maar
is niet meer in gebruik. Wel staan er bordjes op de route waarop de geschiedenis
van de mijnbouw in deze streek uit de doeken wordt gedaan.
Les Lanches, het laatste dorpje in de vallei,
ligt in het open veld. Voor me loopt de route de ruigte en de hoogte in. Bij de
refuge de Roussel aan het einde van de bewoonde
wereld gebruik ik de maaltijd. En dan omhoog door het mooiste landschap van de
wereld.. in de hitte. Aan de zijkant van de vallei
klettert een smalle nevelige waterval van grote hoogte naar beneden. Ik loop er
niet alleen over de door het water in lange ribbels uitgesleten stenen. Ik kom
er Nederlandse gezinnen tegen met kinderen in Feijenoord
shirtjes en andere enthousiaste dagjesmensen. Ik loop tot een uur of vier en
kom dan aan bij de grens van het nationaal park Le Vanoise. Die grens is trouwens
niet meer dan een bruggetje over een beekje met een bordje erbij (honden aan de
lijn). Er mag niet wild gekampeerd in het park. Ik besluit dan ook om vlak voor
het bruggetje mijn tent op te zetten. Ik vind een mooi vlak plekje aan de
zijkant van de vallei. Een paar meter verder stroomt 50 meter onder mij een
woeste rivier in een diep uitgesleten kloof. De stilte keert terug. De mensen
gaan naar huis en ik sta hier midden in een oerlandschap. Het is hier zo mooi
en stil en tegelijkertijd zo intimiderend woest. Deze Amsterdamse lefgozer met
zijn grote mond voelt zich even een heel klein onderdeel van de schepping. Ik
ervaar in de praktijk hoe de verhoudingen in deze wereld werkelijk liggen. Ik
ben niet meer dan die ene zandkorrel in de handpalm van moeder natuur en de
natuur bestaat uit iets meer dan alleen het Haagse bos. (waarvan akte).
Zaterdag 10 juli: rand nationaal
park Le Vanoise – Tigne Le Lac
Het is de laatste wandeldag. Ik wandel op 2000 meter hoogte tussen de
koeien door de vallei en moet nog 2.40 uur richting refuge du Col de Palet. Het
pad is smal en de begroeiing is hoog. Er lopen daardoor vijf koeien voor me uit
en lopen er veertig achter me aan. En ze willen allemaal mee. Ik voel me net de
koeienvanger van Hamelen. De route is makkelijk te lopen en is niet zwaar. Het pad komt uit bij de
refuge. Het is hier 0 graden en af en toe hagelt en sneeuwt het een beetje. Ik
rust wat uit in de refuge en warm mezelf op met warme chocolade. Als ik de moed
weer heb teruggevonden ga ik weer door en loop de laatste honderd meter door de
mist naar de col. Van daar loopt een geleidelijk en comfortabel aflopend pad
richting Tigne. De eerste tekenen van de bewoonde
wereld zijn de skipisten. Moet kunnen in dit gebied. Maar het blijft een schok
na de wildernis van de afgelopen dagen om de bocht om te lopen en dan Tigne in het dal te zien liggen. Het dorp heeft geen oude
kern maar is opgetrokken uit appartementcomplexen in de stijl van de jaren
zeventig. Ik zie tennisbanen, golfvelden, zwembaden en een groot meer. Wat een
cultuurschok. Dit is echt het einde van een prachtige ruige en vermoeiende
vakantie en het begin van de bewoonde mensenwereld.