Tigne le Lac – Briancon : 30 juni 2005 - 12
juli 2005 (1)

Foto’s 2005
Algemeen
Het meest opvallende van dit deel van de tocht is de overgang van de Noordelijke naar de Mediterrane Alpen. Die overgang heeft plaats iets na de Mont Talbort. De kleur van het landschap verandert daar van grijs en groen naar geel, wit en bruin. Bij mooi weer is ook de overgang in het klimaat merkbaar. Van frisse wind en zon op de bergtoppen naar warm en broeierig in de dalen. Het hoogste punt is de Col de la Leisse op 2758 meter. Het hoogste punt van de GR5. Tussen Val Clavet en Chapelle de St-Pierre wijk ik af van de GR5. Ik volg daar de GR 55.
Het traject is soms redelijk inspannend maar loopt ook door een paar schitterende valleien. Valleien waar het aangenaam vlak wandelen is in een geweldig mooie omgeving. Steden in de buurt; Turijn en Grenoble.
30 juni 2005: Den
Haag - Bourg St Maurice: ![]()
Het reisdoel voor vandaag is Bourg St Maurice. Morgenvroeg pak ik de bus naar Tignes-le-Lac het eindpunt van vorig jaar. In Bourg St Maurice neem ik mijn intrek in de hostellerie du petit St. Bernard. Een vergane glorie hotel op honderd meter van het trein- en busstation maar met een restaurant waar je lekker kunt eten. Ik kijk terug op een aangename reisdag. De vlucht van Amsterdam naar Genève heb ik nu regelmatig gemaakt waardoor het vliegen iets vertrouwds krijgt. Alsof je in een trein stapt, de krant leest en pas opkijkt bij de eindbestemming. De echte treinreis blijft ondanks het vier keer overstappen boeiend vanwege het prachtige landschap.
1 juli 2005: Bourg St Maurice - Refuge de la Leisse ![]()
De dag begint met een uitgebreid ontbijtbuffet waarbij het me niet lukt om een mini potje jam mee te nemen. Het zat al in m’n zak maar het geweten knaagde luidruchtig. Zonder jam stap ik in de bus. Bij het busstation in Tigne is een groot en luxe informatiecentrum. Daar kun je douchen en van de toiletten gebruik maken. Ik fris me wat op en loop nog wat slapjes mijn eerste dag in. Het is hier op 2100 meter van alles wat: binnen vijf minuten is het koud, warm, mistig en zonnig.
Ik loop Tigne uit en volg eerst een paar dagen een stuk van de GR55. Direct valt me bij het verlaten van Tigne de scheiding op tussen cultuur en natuur. Wat een overgang… Voor me; onbedorven natuur, achter me; een landschap dat door de mens in de afgelopen twintig jaar naar zijn hand is gezet. Appartementencomplexen, winkelcentra, hotels, kale skipistes en langgerekte zachtblauwe skiliften. Het contrast is groot en bijna schrijnend. Ik loop langzaam naar boven en kom terecht in een vallei met hier en daar wat sneeuwvelden. Ik hoor het gefluit van de marmotten maar zie ze nog niet. Het nationale park La Vanoise begint hier bij een groot geel bord. Een bord waarop staat dat je heel veel niet mag. Zo mag ik niet fietsen, onder een vlieger gaan hangen of een hond meenemen. Gelukkig was ik dat ook alle drie niet van plan.
Aan de bergen links en rechts merk ik dat ik met 2600 meter al aardig op hoogte ben. De vers besneeuwde toppen lijken niet zo heel hoog. In de vallei waar ik loop is er nauwelijks groen. Ik zie vooral stenen en sneeuw en hier en daar wat dappere knalblauwe bloemen. Het pad is op deze hoogte wat lastig te volgen omdat er als gevolg van de sneeuwvelden meer paden zijn ontstaan. Het meeste houvast heb ik aan de ‘sneeuwmannetjes’, stapeltjes losse stenen die als kleine piramiden de route aangeven in het landschap.
Met de nodige trots en voldoening bereik ik het hoogste punt van mijn tocht; de col de la Leisse op 2758 meter. Er is nog een hogere top op de route van de GR5 maar die mis ik omdat ik er voor gekozen heb een stukje van de GR55 te volgen. Ik heb mijn moeder beloofd dat ik haar op het hoogste punt zou bellen. Helaas krijg ik geen verbinding. Jammer, ik had haar graag het landschap beschreven en haar stem gehoord ( Jongen wat klink je dichtbij). Later dan maar. Ik loop verder tussen de rotsen en de sneeuw. Het regent en hagelt fijne hagel. Ik voel me hier thuis in dit desolate indrukwekkende landschap en loop een uur te zingen over twee motten (de een heet Charlotte en de ander heet Bas). Het is hier mooi en puur ondanks dat ik soms in de hoogte rechts van mij een stukje van een skilift zie. Ik loop langs een bergmeertje en fotografeer de meest fantastische stenen en mossen. Pure abstracte kunstwerken. Na anderhalf uur kom ik aan op mijn bestemming; refuge de la Leisse. Een refuge, geen tent? Ja, dit jaar doe ik het anders. De rugzak met tent, matje, slaapzak en kookspullen is te zwaar voor mij hier in de Alpen. De knieën protesteren luidruchtig en te veel energie wordt verstookt aan het gezeul met spullen. Zie ook het verslag van vorig jaar. Daarom slaap ik dit jaar in refuges en wandel ik met een lichte rugzak. Ik vind het eigenlijk jammer omdat ik zo vaak genoten heb van de mooie eenzame kampeerplekken. De machtige natuur en de stilte maakten veel indruk op me en ik genoot er intens van. Maar nog steeds gaat de gezondheid voor. Refuges dus….
De refuge de la Leisse is klein, net zoals de waardin met de welluidende stem. We slapen met 16 man op een slaapzaal zo groot als mijn slaapkamer thuis. De eetzaal heeft alleen een paar houten banken en tafels. Ik kom dan ook uiteindelijk terecht op een natte strandstoel (?) op het balkon van de refuge. Ik zit in mijn regenpak in de regen en wacht op 2485 meter hoogte totdat de uren tot het avondeten zijn verstreken. Ik kijk uit over de vallei en ben veel te vroeg. Dat komt omdat ik thuis de lengte van mijn dagtochten heb bepaald aan de hand van mijn ervaringen met het lopen met een zware rugzak. Nu ik een lichte rugzak heb van ongeveer 10 kilo in plaats van 20 is mijn tempo hoger en meer in overeenstemming met de tijden in mijn gidsje. Volgend jaar houd ik daar zeker rekening mee en ga ik langere afstanden lopen. Bij de hut wijst een aardige mevrouw me op een onooglijk wittig plantje; Edelweiss. Dit is het dus waar verliefde mannen hun leven voor wagen. Ik zie het er niet aan af en ben blij met de bloemenman bij mij om de hoek. Dat is toch echt veel handiger. De avond in de refuge is niet onaangenaam. Ik zit met een Amerikaanse, een Duitser en een Fransman aan tafel die alle drie de talen min of meer beheersen. Dat leidt tot de wonderlijke situatie dat een zin in het Frans kan beginnen, een vervolg krijgt in het Duits om dan te eindigen in het Engels. En dit alles vloeiend en probleemloos. Grappig. De nacht is minder. Ik slaap op een heel smal matrasje in een voor mij te klein bed met buren links en rechts van me. Ik kan mijn spullen nauwelijks kwijt en moet mijn behoeften doen op een Frans hurk toilet in een gebouwtje verder op. Gelukkig is er wel een warme douche. Jammer alleen dat het warme water het niet doet omdat de vlam van de geiser uitwaait op het moment dat ik er onder sta. Het leven is soms lijden…
2 juli 2005: Refuge
de la Leisse – Refuge de L’Arpont ![]()
De route vanaf de refuge loopt geleidelijk naar beneden door le Vallon de la Leisse richting Pont de Croé-Vie. Het is nog voor zeven uur maar nu al prachtig weer en ik heb moeite om me in te houden met fotograferen. Gelukkig hoeft dat ook niet. Ik heb een digitale camera bij me met genoeg opslagruimte en batterijen voor ongeveer 600 foto’s.’ En de vallei vraagt om gefotografeerd te worden; het groen, de bloemen, de sneeuwvelden, het gruis en de besneeuwde toppen….ik heb het al vaak beschreven in dit dagboek. Het moet voor de lezer langzamerhand vervelend worden. En toch het blijft mooi en is het steeds weer anders.
Ik verlaat de GR55 bij de Pont de Croé-Vie en loop een ‘tussenstukje’ richting de GR5. Op dit tussenstukje ligt de refuge d’Entre-Deux-Eaux. Goed voor koffie, taart en een normaal toilet. Even na de refuge loopt de route steil omhoog door een Alpenweide vol bloemen. Ik pas mijn oude truc toe door het pad omhoog in stukjes te verdelen. Dertig passen even rusten en dan weer dertig passen. Slokje water even rusten en weer dertig. Dat werkt prima. Ik passeer een gigantisch vierkant rotsblok waarvan de schrijver van het gidsje denkt dat deze door onze voorouders in een ver verleden is neergezet en/of bewerkt. Lijkt me sterk maar waarom ook niet? Eenmaal boven volg ik het pad dat lang op hoogte blijft (tussen de 2300 en 2500 meter). Voor me zie ik het eeuwige ijs van de gletsjer du Pelvre. Ik eet mijn ‘picknick’ (een lunchpakket dat ik gekocht heb in de refuge) met smaak op. Het is uiterst simpel van samenstelling, een plakje worst een plakje kaas, een salade van rijst en mais en wat brood en sap. Vooral het brood is hier bijzonder. Omdat de refuge soms maar één keer per week wordt bevoorraad is het brood gewoon oud (naar verwende stadse begrippen). Natuurlijk is dit oerbrood prima te eten maar het is wel terug naar de basis. Vooral ook omdat je in een refuge geen bord krijgt maar het brood zo van tafel moet eten. Maar alles went, ook dit.
Het pad loopt op deze hoogte gedeeltelijk over het grijze puin van de bergen. Ik loop honderden meters over losse stenen en ben blij dat ik goede bergschoenen aan heb. Het landschap op deze puinhellingen is vrijwel volledig grijs. In de verte zie ik de besneeuwde top van de Dome de L’Arpont. Soms heb ik zicht op een gletsjer. Het landschap is hier ruig en minder lieflijk maar daardoor niet minder mooi. Voor me loopt een steenbok. Absoluut niet bang als ik maar niet al te dicht in de buurt kom. Kom ik te dichtbij dan maakt ze een opvallend sissend geluid en loopt zij een stukje door. En zo trekken we samen op richting refuge de L’Arpont. Een grote en verzorgde refuge. De steenbok haakt af en ik schrijf me in bij de balie. Ik vraag aan het meisje dat me helpt waar ik mijn keurig bewaarde afval kwijt kan. Tot mijn verbazing wijst ze me niet een prullenbak maar legt ze me uit dat er een wet bestaat die het verbiedt om in een nationaal park afval achter te laten. Ook in een refuge. Ik denk eerst nog dat het meisje niet helemaal goed bij haar hoofd is maar lees later in een folder dat deze wet inderdaad bestaat. Weet niet wat ik er van moet vinden. Valt me trouwens op dat in deze refuge meer regels strikt worden nageleefd, bijvoorbeeld waar de rugzak moet worden geplaatst en waar de wandelstokken.
3 juli 2005 : Refuge L’Arpont - refuge de Plan Sec
![]()
Ik slaap nooit lang uit. Dus al helemaal niet in een refuge. Ik hoor dan ook bij de eerste lichting die om half zeven ontbijt. Voor zeven uur ben ik op pad. Het ochtendlicht is prachtig en het weer is weer mooi, net zoals gisteren. Gisteren heb ik dan ook, ver weg van huis, mijn pijpen afgeritst en mijn mouwen opgestroopt. En vandaag betaal ik daarvoor de prijs. Ik heb behoorlijk last van verbrande bovenarmen. De zon scheen gisteren vol op, maar boven de 2000 meter waaide er ook een heerlijk fris windje en heb ik niets gemerkt. Achteraf gezien heel dom om, melkfles die ik ben, alleen in de ochtend me in te smeren met factor 8. Nu loop ik met het gevoel of ik mijn bovenarmen in kokend water heb gedompeld. Ondanks het mooie weer blijven de mouwen vandaag dus naar beneden. Maar dat helpt maar voor een deel. De bovenarmen hebben een horizontale positie bij het gebruik van de wandelstokken. De zon schijnt daardoor dwars door mijn overhemd waardoor mijn armen langzaam verder verbranden. Een minpuntje in een overigens aangename tocht. Moraal van dit verhaal: als je in de volle zon loopt op deze hoogte dan moet je zonnebrandcrème met een factor 60 (zestig) gebruiken. Die is te koop bij elke drogist in de Alpen.
Het eerste deel van de tocht loopt door een relatief vlak en groen stuk geleidelijk naar beneden. Het pad volgt de stroom van een riviertje. Hier en daar staan wat (verlaten?) huizen. Er is een huisje dat dienst doet als kapel. Het tweede deel voert over kale stenen en steengruis. In dit deel moet ik regelmatig pittig stijgen en dalen. In het laatste deel loopt de route geleidelijk naar beneden over langgerekte paden en over afgesleten skipisten met helmgras richting de refuge Plan Sec. Ik loop vandaag in een grote boog over de linkerflank van de Dome l’Arpont en dat op circa 24000 meter hoogte. Beneden in het dal ligt de bewoonde wereld en aan de overkant zie ik de Italiaanse bergen. Het landschap is weer beeldschoon. Vandaag heb ik geen wit rode markeringen gezien.
Om 8.15 in de ochtend word ik ingehaald door een hardloper. Er zullen er vandaag nog een stuk of honderd volgen. Deze mensen doen mee aan een wedstrijd waarbij zij geacht worden om zich vele kilometers rennend door de Alpen te bewegen. Ik vraag mij soms ernstig af of ik wel helemaal toerekeningsvatbaar ben om hier te lopen in plaats van op mijn rug in de zon te gaan liggen in een toeristisch oord. Maar gelukkig zijn er blijkbaar mensen die het nog bonter maken. Mijn bewondering is daarom bijna net zo groot als mijn verbazing.
Een ander ‘spektakel’ wordt gevormd door de lokale ambulance; in dit geval een vliegende. De helikopter komt recht op me af en landt een paar meter voor me. Of er iemand in het ravijn is gevallen vraagt de broeder. Niet dat ik weet. Maar gelukkig blijkt een echtpaar verderop te hebben gezien dat er iemand is gevallen die nu strompelend op weg is naar beneden. De broeder springt weer in de helikopter en zoekt naarstig verder naar het slachtoffer. Altijd goed voor een paar mooie plaatjes zo’n helikopter.
Ik kom duidelijk te vroeg aan bij de refuge de Plan Sec. De familie van de waard zit om twee uur nog buiten te eten en laat me rustig wachten. Het is duidelijk dat ze er niet dol op zijn als je erg vroeg aankomt. Gelukkig wijzen ze me een half uurtje later mijn slaapplaats. Ik ga op bed liggen en kom even een uurtje bij. Ik ben moe van de tocht in combinatie met de warmte maar ik heb gelukkig geen last van mijn knieën. De refuge is in particulier bezit maar daar merk je niets van. Het is er verzorgd en er is een lekkere douche en een normaal toilet. Ik heb vandaag een slaapplek van twee matrassen breed. De refuge ligt hoog boven twee stuwmeren. Die meren daar moet ik morgen omheen.