Vic-sur-Seille - Barr 29 september 2000 - 6 oktober 2000 (1)

 

Algemeen

De route loopt door het land van zout (Pays de Sel), een uitgebreid merengebied (Pays des Étangs) en vervolgens door de Vogezen. De landschappen zijn verschillend en de overgang van het vlakke naar het heuvelachtige landschap is groot. Les Pays des Étangs is een beetje toeristisch. Maar daar heb je in oktober niet veel last van. De route is in het vlakke deel goed aangegeven. Vervolgens loop je de heuvels en bergen in die pas weer in Nice zullen ophouden. De hoogste heuvels zijn hier iets boven de 1000 meter. De Vogezen zijn sterk bebost en ook hier is de route soms omgelegd als gevolg van de storm van december 1999. Belangrijkste stad in deze omgeving is Strasbourg.

Vrijdag 29 september 2000: Den Haag – Vic-sur-Seille

De internationale trein brengt me probleemloos van Den Haag naar Brussel. Daar hoor ik via de luidsprekers op het perron van de treinstaking in Frankrijk. Mijn trein gaat niet verder dan Luxemburg. In de trein ontmoet ik Eve, een frêle Engelse dame van in de zeventig op weg naar de glasexpositie van haar kleinzoon in Nancy. Een mooi mens met een boeiend leven, een Belgische man en Franse en Engelse schoonzonen. In Luxemburg wachten we twee uur om dan toch uiteindelijk naar Nancy te kunnen doorreizen. Aan de voorkant van het station vind ik na veel moeite en met behulp van de dochter van Eve de bus. Door de vertraging kom ik pas tegen een uur of zeven aan in Vic-sur-Seille. Het schemert als ik uit de bus stap en het dorp uitloop. Vleermuizen scheren over me heen bij de laatste boerderij aan de rand van het dorp. Langs de weg buiten het dorp vind ik achter hoge bossage’s een goede plek in een appelboomgaard. Met mijn zaklantaarn in mijn mond probeer ik de tent op te zetten. Ik bent thuis vergeten om de binnentent weer in de buitentent te hangen. Daarom moet dat nu in het donker doen en wel voor het eerst. Gedoe maar het lukt. Ik moet wel even wennen aan de geur van rottende appels om mij heen. Het lijkt wel de lucht van cider. Ik lig net 'in mijn eigen huisje' als het begint te onweren. Met een klein stukje voortent open kijk ik naar het onweer. Het is lang geleden dat ik zo goed zicht had op de bliksem. Prachtige donderende lichtflitsen in het geraas van de regen. De tent houdt zich redelijk maar niet goed. Had ik meer van mijn Hillenberg Acto mogen verwachten of niet? Het blijft droog in mijn binnentent maar aan de binnenkant van de buitentent hangen dikke druppels. Lekt het nu door of is het overmatige condens? Ik ben er nog niet uit.

Zaterdag 30 september: Vic-sur Seille - Rhodes

Het is droog en ik ga na wat getuttel vol goede moed op weg. In dit licht glooiende gebied werd vroeger zout gewonnen. Ik zie daar niet veel meer van terug in het landschap. Het is in eerste instantie vooral een akkerbouw gebied, een open landschap.

Het eerste opvallende stadje is Marsal. Marsal is een voormalige vestingstad met een mooie poort en een aantal kazernes uit de zeventiende eeuw. Bij een bejaarde dame in het buurtkroegje dit dagboek bijgewerkt onder het 'genot' van een kopje slappe Franse koffie. Het loopt lekker over het vele asfalt maar het eerste stuk is daardoor ook wel wat saai. Wel grote zwermen kieviten gezien die zich opmaken voor hun tocht naar het zuiden. De route voert langs verschillende meren. Aan het eind van de dag wijk ik iets af van mijn route om in Rhodes op de camping te kunnen staan. De camping is een soort combinatie van jachthaven, bungalowpark en camping. Ik zet in de regen mijn tent op en ga eten in het restaurant. Er blijken hier veel Duitsers te wonen die zich in het restaurant hoorbaar zorgen maken over het feit dat zij slechts onder strikte (in hun ogen onrechtvaardige) voorwaarden hun stemrecht in Frankrijk mogen uitoefenen. Aardige mensen maar wel erg aanwezig in het voor de rest matig gevulde restaurant. Toen ik mij meldde bij de receptie vroeg de man in het kantoortje mij de hemd van het lijf over mijn tocht. Hij vond het dapper wat ik deed. Maar ik was niet de enige. Er zijn meer GR5-wandelaars op deze camping geweest. Wel krijg ik in het restaurant een glaasje wijn van hem aangeboden. Aardig.

Opvallend is de tweetaligheid in deze streek. Indien je geen vloeiend Frans spreekt - zoals ik - gaat men vanzelf over op Duits. Dat is even wennen maar wel logisch gezien het verleden van deze streek. Men voelt zich hier vooral Elzasser, drinkt Duits bier en spreekt een dialect dat Duits klinkt. Ook de architectuur doet hier Duits aan. De invloed van het Engels is hier aanmerkelijk minder dan in Nederland. Geen Engels op TV en weinig op de reclameborden. Loop in de regen terug naar de tent en ga slapen. Vind de binnenkant van de buitentent nog steeds druppelig. Condens of regenwater, dat is de vraag...

Zondag 1 oktober Rhodes - Saint Quintin.

Loop het eerste deel van de dag vooral langs de meren. Soms zijn ze stil met alleen wat eenden en futen. Soms is het er druk met zeilboten en grote aantallen vissers. Het meest opvallende is het stuk langs het Canal des Houillères.

Kilometers lang loop je langs en kaarsrecht jaagpad met een saai uitzicht op het kanaal en een dijk. Dat valt extra op omdat op de kaart blijkt dat achter de dijk een enorm meer moet liggen ((Étang de Gondrexange) maar daar zie je niets van. Na de meren volgt weer een licht glooiend landschap tot voorbij het plaatsje Gondrexange. De grote verandering komt in het Bois de la Miniere. Uit het bos komend heb je voor het eerst zicht op de bergen. Een prachtig gezicht. Daar aan de horizon gaat het echt gebeuren. Want als ik het goed begrepen heb beginnen de bergen bij de Vogezen om pas bij Nice weer op te houden.

 

Voor een vlakkelandsbewoner is dat een uitdaging zoals dat dan heet in managementjargon. In gewoon Nederlands zie ik er ook wel wat tegenop. Hoe zwaar is het? Kan ik overal gewoon kamperen of moet ik in berghutten overnachten? Moet ik daar lid van zijn en hoe werkt dat dan? Kort en goed: een uitdaging dus. Ik loop door het laatste stukje licht glooiend landschap. Via Niderhoff (2 cola en een saucijzenbroodje) kom ik in Saint Quintin aan de voet van de Vogezen. Het asfalt houdt op, de bergen beginnen. De start is veelbelovend. Ik raak de markeringen in het dorp kwijt en vraag de weg naar Abreschviller, het volgende dorpje, aan een oude dame. Ze wijst me de weg en vertelt me ondertussen dat ook hier de storm heeft toegeslagen. Het stadje was twee dagen lang van de buitenwereld afgesloten, zonder gas en zonder stroom en dat midden in de winter. Op het moment dat ik van haar afscheid wil nemen lees ik op een bordje dat ook hier de route tijdelijk is omgelegd. Abressviller wordt overgeslagen. De route leidt me weer terug naar de andere kant van het dorp. Daar loop ik de Vogezen in. Moet het nu dus doen zonder kaart en routebeschrijving. Hopelijk werkt het met alleen een kompas en de markeringen. Als troost vind ik s' avonds een prachtig plekje in het bos vlak bij een bergstroompje. s 'Nachts hoor ik de herten burlen.