1. Is de GR5 zwaar?

De zwaarte van de GR5 wordt bepaald door:

a. je conditie

b. het gewicht van de rugzak

c. de afstanden die je per dag loopt

d. de kwaliteit van het pad

e. de hoogteverschillen die je op een dag moet overbruggen

f. het weer

 

2. Heb je een goede conditie nodig om de GR5 te doen?

Een goede conditie is zeker aan te bevelen maar het is geen absolute noodzaak.

Als je gezond bent en je hebt een normale conditie dan is het al te doen.

Je zult het dan wel soms van je uithoudingsvermogen moeten hebben en je bereidheid om af te zien.

 

3. Hoe zwaar was je rugzak?

Ik had tot aan de Alpen een tent en kookspullen bij me. Mijn rugzak woog toen inclusief eten en water circa 18 kilo. Dat is tot aan Alpen redelijk te doen. In de Alpen werd het mij te zwaar. Ik heb toen besloten om de tent en kookspullen thuis te laten en in gîtes, refuges en hotels te slapen. Mijn rugzak woog toen circa 12 kilo inclusief eten en water. Dat gewicht is goed te doen.

 

4. Hoeveel kilometer liep je op een dag?

Tussen de 20 en de 30 kilometer. Ik wandelde de hele dag tenzij ik er bewust voor koos om ‘vrij te nemen’ of maar een halve dag te lopen.Als je afhankelijk bent van gîtes of hotels dan moet je soms verder lopen dan je lief is of ben je soms eerder klaar dan dat je zou willen. Met de tent kun je ophouden wanneer je wilt. Ik begin dan meestal rond een uur of zeven en wandel door tot een uur of vijf, zes.

 

5. Hoe is de kwaliteit van het pad?

De GR5 is als regel goed begaanbaar.Uitzondering in de lagere gedeelten zijn de paden door het bos na langdurige regenval. Op sommige delen is het daar dan bijzonder blubberig. In de bergen heb je soms delen met steenslag en als het pad sterk stijgt of daalt, dan is dat zwaar lopen.

 

6. Hoe waren de hoogteverschillen?

Hangt er vanaf waar je loopt. In de Alpen moet je er rekening mee houden dat je soms ruim 1000 meter moet stijgen en daarna weer ruim 1000 meter moet dalen. Als je pech hebt doe je dat vaker op een dag. De hoogteverschillen zijn vaak het grootst als je afdaalt van de col naar een dorpje in het dal. Onderweg in de bergen blijf je – als je geluk hebt – wat meer op hoogte.

 

7. Hoe was het weer?

Ik liep tot aan de Alpen vooral in het voor- en naseizoen. De temperatuur was toen meestal aangenaam. Maar in de Vogezen (de dakgoot van Frankrijk) heeft het regelmatig geregend. In de Alpen heb ik wat meer in het hoogseizoen gewandeld. Dit in verband met de geringere kans op sneeuw op de cols. In het hoogseizoen is het boven de 2000 meter vaak lekker weer (20 graden met wat zon en wind).Hoewel het op 2500 meter ook licht kan vriezen,stevig kan waaien of een beetje sneeuwen. Beneden in het dal kan het dan weer heel warm zijn (boven de 30 graden).Voor het overige is het weer een kwestie van geluk hebben

 

8. Is de GR5 gevaarlijk?

Nee de GR5 is niet gevaarlijk. Je kunt overal veilig lopen. Het pad is overal goed te belopen en te volgen.Op de in totaal meer dan 1200 kilometer heb ik maar een paar honderd meter gehad waar ik me niet echt veilig voelde. Dat kwam dan vaak doordat het pad beschadigd was door een kleine aardverschuiving (erosie) of door omgevallen bomen (storm). Boven op de berg lopen als het omweert en dan nergens kunnen schuilen is ook gevaarlijk. Let daarom goed op de weerberichten en ga niet de berg op met dreigend onweer.

 

9. Wat vond je het mooiste gedeelte?

Elk streek heeft zijn eigen charme.Ik heb daarom overal genoten van het landschap. Als ik dan toch iets zou moeten noemen dan kies ik voor het traject door de Jura.Ik was zeer onder de indruk van de bloemenpracht in de weilanden in de maand juni.Ook de Noordelijke Alpen met zijn indrukwekkende bergen, hoge cols en prachtige valleien hebben diepe indruk gemaakt.

 

10. Welk deel vond je het minst mooi?

Er zijn naar mijn oordeel geen lelijke delen op de GR5. Het enige wat ik kan bedenken is dat sommige stukken op den duur een beetje saai worden als het landschap steeds hetzelfde blijft. De laatste dagen door de Vogezen had ik wel genoeg bos gezien. Zelfs in de Alpen zijn er stukken met kale weiden en grijze steenslag die na een paar dagen ook ‘meer van hetzelfde’ lijken. Je vermogen om te genieten van de omgeving wordt trouwens ook bepaald door vermoeidheid.In de ochtend loop je met een open blik en geniet je van alles. Aan het eind van de dag ben je moe en zie je alleen nog het pad. Je geniet dan logischerwijs wat minder van het landschap.

 

11. Was er overal water onderweg?

Ja er is in het algemeen altijd water te vinden onderweg maar niet altijd op elke plek. Het is daarom verstandig om de route op de kaart te verkennen en de verslagen op het internet zodat je weet waar een dorpje is, of een restaurant of een bron. Ik heb halverwege mijn tocht een waterzak gekocht. Het ding ziet er wat overdreven uit maar ik heb er veel profijt van. De zak bevat twee liter water en zit in een apart vak in de rugzak. Het slangetje klem je op de schouderband zodat het tuitje dicht bij je mond zit. Het is dan heel eenvoudig om even een slokje te nemen. Dat kost ook minder energie dan het drinken uit een veldfles. Ook drink je dan wat regelmatiger. Drink vooral veel water op een dag. Liters!

Een veldfles is vooral handig aan het begin van de route. Dat is gemakkelijk vullen voor mensen onderweg. In de bergen is een waterzak iets handiger.

 

12. Kun je overal eten kopen?

Je komt meestal op een dag wel een keer langs een winkel, een kroeg, een hotel of een restaurant. Daar kun je eten of eten kopen. In de Alpen ben je op sommige stukken aangewezen op een gîte of een refuge.Neem altijd noodrantsoen mee (brood kaas, droge worst, energierepen, noten, druivensuiker, snoep, fruit). En bestudeer de route goed van te voren. Wees er altijd op voorbereid dat een winkel of hotel niet meer bestaat of die dag net gesloten is.

 

13. Waar sliep je onderweg?

Ik sliep op campings, kampeerde wild of sliep in een hotel, refuge of gîte.

 

14. Zijn er overal campings?

Nee lang niet altijd. Soms moest je een eind omlopen of was er geen camping. Maar om de paar dagen kwam je er wel bij eentje in de buurt.

 

15. Mag je overal wild kamperen?

Je mag in ieder geval niet wild kamperen in een nationaal park. Dat staat ook nadrukkelijk op de borden aangegeven.Voor het overige heb ik het van België tot in de Alpen gewoon gedaan. Ik heb daar eigenlijk nooit last mee gehad. Vooral als je de tent pas na zes uur opzet, deze een beetje verdekt opstelt en in de ochtend weer vroeg vertrekt. Ooit vertelde mij iemand dat niet de politie of de boeren moeilijk doen maar vooral de jagers. Je kampeert in ‘hun’ jachtgebied. Ik ben trouwens nooit een jager tegengekomen, dat scheelt.

 

Er schijnt trouwens een verschil te bestaan tussen kamperen en bivouacing (o.i.d.). Dit laatste slaat op het tent opzetten na zonsondergang en het weer vertrekken bij zonsopgang. Dat eerste mag dus eigenlijk niet. Het tweede geloof ik wel. Ik ben er nooit goed achter gekomen.

 

 16. Is wild kamperen eng?

De eerste keer dat je in je eentje buiten overnacht heb je een beetje een onbestemd gevoel in de buik. Later wen je er aan. Bij wild kamperen, slaap je lichter en met ‘de radar aan’. Je hoort elke geluid en vaak zijn dat geluiden die je niet kunt thuisbrengen. Als je moe bent kan het je minder schelen. Ik dacht dan vaak als het niet goed is dan hoor ik het wel en viel in slaap. Als dieren midden in de nacht beginnen te brullen dan schrik je je dood. Maar dat brullen is niet gevaarlijk. Toen er in de buurt van een dorp een man rond mijn tent liep was ik minder blij. Het is dus het veiligst om ver buiten de bewoonde wereld wild te kamperen.

 

17. Is wild kamperen anders dan gewoon kamperen?

Gewoon kamperen heeft als voordeel dat je een douche hebt en meestal ook wel iets te eten. Maar wild kamperen is echt bijzonder. Vooral de stilte en de prachtige natuur waar je onderdeel van bent, maken diepe indruk. Je ervaart die stilte en de omgeving nog beter dan tijdens het lopen. Het wild kamperen behoort dan ook voor mij tot de absolute hoogtepunten van de GR5. Om zes uur in de ochtend de tent openritsen en dan uitzicht hebben op de top van de Mont Blanc. Op 2500 meter de tent opzetten aan een meertje en de besneeuwde bergen in het water zien weerspiegelen totdat het donker wordt. In het pikdonker op dezelfde hoogte vanuit je tent naar de sterrenhemel kijken. Prachtig! Wakker worden tussen de korenvelden waar het vroege licht alles een warme gele kleur geeft. Slapen langs een woest stromende rivier en jezelf in je droom niet meer verstaan. Ik kan het iedereen aanbevelen.

 

18. Kom je veel mensen tegen onderweg?

Dat hangt af van het traject en de tijd van het jaar. Ik ben in de Vogezen in het voorseizoen onderweg nauwelijks mensen tegen gekomen.  Soms maar één per dag. Waar de GR5 en de Tour de Mont Blanc samenvallen, lopen er soms hele groepen wandelaars. Die groepen lopen dan een georganiseerde tocht rond de Mont Blanc. In de gîtes was ik regelmatig de enige, maar een enkele keer was een gîte ook helemaal volgeboekt.

 

19. Moet je lid zijn van iets om in een gîte te kunnen overnachten?

Nee dat hoeft niet. Je bent er altijd welkom. Wel krijg je soms korting als je lid bent van een bergsportvereniging.

 

20. Moet je een slaapplaats in een gîte reserveren?

Ik heb het altijd gedaan omdat ik niet wilde dat ik na uren wandelen nog weer verder zou moeten. Dat red je dan niet. Soms was het reserveren ook echt nodig. Alle slaapplaatsen in de gîte kunnen vooral in het hoogseizoen bezet zijn. Buiten de vakantieperiode was ik soms de enige.Maar dan nog is het een prettig idee dat je aan het eind van de dag verzekert bent van een slaapplaats en een douche. Praktisch gezien betekent dit de adressen opzoeken in de boekjes van de FFRP en in je beste Frans een maand van te voren opbellen en reserveren. Een lastig werkje maar het is me uiteindelijk wel altijd gelukt.

 

21. Hoe is het om in een gîte te overnachten?

Een gemengd genoegen. Het avondeten is soms heel gezellig. Je zit met verschillende mensen aan tafel en soms leidt dat tot bijzondere ontmoetingen en leuke gesprekken. Het slapen in een volle slaapzaal kan vervelend zijn.

Je slaapt in sommige gîtes mannetje aan mannetje (matras naast matras) en hebt nauwelijks plaats voor je spullen. Dat betreft dan vooral de gîtes hoog in de bergen. Neem daarom altijd oordoppen mee tegen het snurken. Er zijn ook luxe gîtes waar je aparte kamers hebt voor stellen. En waar het niet druk is heb je soms een hele slaapzaal voor jezelf. Het ontbijt bestaat meestal uit stevig bruin brood, een beetje boter, jam en thee. Heel opvallend is dat je bij het ontbijt geen bord krijgt (in de gîtes hoog in de bergen) Het soms oude brood wordt gewoon op tafel gelegd en de tafel is dan je bord. Bij de meeste gîtes kun je een lunch bestellen voor onderweg. Een overnachting met avondeten en ontbijt (demi pension) kost ongeveer € 30.

 

22. Ben je vaak verdwaald?

Nee dat valt erg mee. De tekst in het boekje, de kaart en de roodwitte markeringen maken dat de route meestal gemakkelijk is te volgen. Daarnaast is een kompas en een beetje richtinggevoel wel zo handig. Als je verdwaalt - en dat gebeurt toch wel eens een keer - dan kan dat verschillende oorzaken hebben:

  1. je bent te vermoeid en let daardoor niet meer genoeg op de omgeving. Die markering rechts of links van de weg ontgaat je dan;
  2. er kunnen omleidingen zijn en die zijn soms wat summier aangegeven;
  3. Vooral in de omgeving van steden en dorpen kunnen markeringen ontbreken.

 

Zodra het je opvalt dat je geen markeringen meer ziet moet je alert zijn. Loop dan niet eindeloos door in de hoop dat je misschien na de volgende bocht toch nog een markering ziet. Keer terug naar de laatste markering en begin opnieuw.

Houd er aan de andere kant wel rekening mee dat de markeringen schaars kunnen zijn op een pad zonder zijpaden. Het kan dan soms wel even duren voor de volgende markering in zicht komt.

 

23. Ben je veranderd door het lopen van de GR5?

Ik heb tijdens de GR5 geen prangende levensvragen beantwoord noch nieuwe inzichten verworven over de zin van het leven. Ik heb God wel vaak gezien maar ben hem niet tegengekomen. Evenmin heb ik mijn baan opgegeven om voor de rest van mijn leven als geitenfokker door het leven te gaan. Wel ben ik door het lopen van de GR5 onder de indruk geraakt van de stilte, de natuur en de grootsheid van alles. Als bewoner van de Randstad ben ik gewend aan een stedelijke omgeving. Dat is onbewust mijn norm geworden. Daar buiten op de GR5 ziet het er allemaal anders uit. Het geluid is anders, de geuren zijn anders, de omgeving is anders. Als je je openstelt dan komen die prikkels sterk bij je binnen. Het leidt tot een combinatie van verwondering, genieten en een gevoel van nietigheid. Door de GR5 ben ik - van de kleinste bloem tot de verste ster - onder de indruk geraakt van de schepping / natuur. Uiteindelijk relativeert dat wel tot op zekere hoogte het dagelijkse gedoe in de stad. Zie ook de inleiding.

 

 

24. Wat neem je mee?

 

 

Creditcard en pinpas

Kaartenmap (4)

Energie-trepen

Paspoort

Fotocamera

Mes

Pen

Geldbuidel

Noodrantsoen

Portemonnee

Horloge (5)

Zaklantaarn

FFRP Reisgids

Mobiele telefoon

Anti-insectenspul

Geld

Noodfluit

Plastic zakken (8)

Bergwandelschoenen

Oordoppen

Wandelstokken (9)

Batterijen

Radio

Waterfilter (10)

Lakenzak

Rugzakregenhoes

Kamperen

2nd skin

Statiefje

Matje

Compeed

Vuilniszak

Slaapzak

EHBO set

Wandelstokken

Tent

Handdoek (1)

Zonnebril

Knijperloze waslijn

Kampeerzeep (2)

Fleecetrui

Aansteker

Kam

Gore-tex broek

Afwasborstel

Lippencrème

Gore-tex jack

Brander (11)

Medicijnen

Ondergoed (6)

Gasfles

Scheergerei (3)

Overhemd

Koffie thee

Shampoo

Sokken

Pannenset

Spiegel

T- shirts

Peper/zout

Tandenborstel

Drinkfles (7)

Schuurspons

Tandpasta

Zonnepet

Suiker

Toiletpapier

Brood

Theedoek

Zonnebrandolie

Drinkfles

Waterfilter

 

 

  1. Er bestaan speciale reishanddoeken (sportstowel van Rubytec). Deze zijn klein en drogen snel. Wel zoveel mogelijk uithangen en laten opdrogen anders gaan ze stinken.
  2. Koop een neutrale vloeibare babyzeep of vloeibare reiszeep. Daarmee kun je afwassen, douchen en je haar mee doen.
  3. Gebruik een krabbertje en heel klein flesje scheerolie. Dat is licht en klein.
  4. Doe het reisboekje open in een plastic kaartenmap. Blijft het droog.
  5. Ik heb een Suunto Observer gekocht. Dat is een horloge met hoogtemeter, barometer en kompas. Kompas en horloge zijn uitermate nuttig. De barometer heb ik niet gebruikt. De hoogtemeter is een gemengd genoegen. Je weet of je nog hoger moet of dat je achter de volgende bocht de top mag verwachten. Dat is heel prettig. Alleen door verandering in het weer en in hoogte neemt de nauwkeurigheid af. Ik heb de hoogtemeter regelmatig fors moeten bijstellen omdat de Suunto er tientallen meters naast zat. Volgens mij geldt dat trouwens voor alle hoogtemeters.
  6. Ik heb veel profijt gehad van het merk Patagonia Capilene. Het ondergoed is gemaakt van een lichte wat gladde stof. Heel gemakkelijk te wassen, het droogt snel maar is vooral ook reukvrij. Ondanks stevig transpireren stonk het niet of nauwelijks. Niet onbelangrijk.
  7. Ik begon met een veldfles maar ben overgegaan op een waterzak (Camelbak

     Unbottle 100). Zie verder vraag 11.

  1. Handig om de schone van de vuile was te scheiden of om op te zitten. maar in een gîte rondlopen met een AH tas is niet sexy.
  2. Zie vraag 27.
  3. Vooral als je kampeert - en dus wat meer water gebruikt om te koken - is het handig om een waterfilter mee te nemen. Ik heb een Katadyn mini. Het werkt maar het is wel gedoe. Je schept water in je pannetje, hangt er een slangetje in, een ander slangetje in je veldfles en dan maar pompen. Na 5 a 10 minuten zit je veldfles vol met schoon water. Wat mij betreft beter dan pilletjes maar wel meer gewicht.
  4. Ik heb aan het begin van de tocht een brander van het merk Coleman gekocht. Uiterst licht en betrouwbaar. Maar de Colemanbrander werkt op Coleman gastankjes. En die zijn in Frankrijk alleen in speciaalzaken te verkrijgen. Dat betekent dat je vaak veel moeite moet doen om het juiste gastankje te vinden. Vooral nu je de gastankjes niet meer mee mag nemen in het vliegtuig. Achteraf allemaal niet de moeite waard. Koop gewoon een Campinggasbrander (bijvoorbeeld de Twister 270 PZ). De daarbij behorende Campinggaz tankjes zijn bijna overal te koop.

 

Er zijn diverse paklijsten te downloaden op:  http://www.bever.nl/

 

 

25. Wat hebben medewerkers van buitensport winkels toch met oliebranders?

Geen idee. Maar het is wel opvallend. Elke keer als ik op zoek was naar een goed brandertje voor mijn gastank werd ik vriendelijk geholpen. Maar in alle winkels begonnen alle verkopers een heel betoog over dat ik eigenlijk een oppompbare oliebrander zou moeten kopen. Ik heb alle verhalen tot bijna vervelens toe aangehoord maar was niet overtuigd. Een gasbrandertje is schoner en lichter en minder gedoe.

 

26. Ben je overal telefonisch bereikbaar?

Het is voor je veiligheid verstandig om een mobiele telefoon mee te nemen.

Als er iets gebeurt dan kun je 112 bellen.

Maar lang niet overal is er bereik.

Hoog in de bergen ver weg van de bewoonde wereld heb je lang niet altijd contact.

 

27. Hoe beviel het om met wandelstokken te lopen?

Ik vond het wandelen met wandelstokken een wat wonderlijk gezicht en vooral iets voor bejaarden.

Ik was ook zeker niet van plan om met stokken te gaan lopen.

Maar onderweg adviseerde iemand mij het wel te doen.

Dat was achteraf gezien een van de beste adviezen die ik heb gekregen.

In de bergen heb je ze echt nodig.

Je kunt dan de kracht en steun verdelen over je armen en benen.

Daardoor heb je meer steun en gebruik je minder kracht en hoef je niet alles met je benen op te vangen.

 

28. Kan ik de tocht met een hond, paard of ezel doen?

Nee. Een paard of ezel is echt niet handig. De paden zijn er lang niet overal geschikt voor. Misschien dat een hond het nog net zou aankunnen. Maar ik zou dat het beest niet willen aandoen.

 

29. Ik wil een karretje meenemen voor mijn spullen kan dat?

Nee dat kan absoluut niet.

 

30. Hoe bereid je je voor?

Fysiek

Meestal ging ik een paar maanden van te voren naar de sportschool. Ik deed dan de loopband, het fietsen en de crosstrainer. Ook zwom ik regelmatig. Ik begon er altijd te laat mee en ik deed het altijd te weinig.

 

Praktisch

Ik heb veel routeverslagen gelezen op het internet. Ook eindeloos naar de foto’s gekeken (met wederom mijn dank aan Jan Flokstra). Ook kocht ik naast de boekjes gedetailleerde landkaarten voor het totaaloverzicht.

 

31. Ben je een ‘grammenjager’?

Ik moest eerst lachen om mensen die de halve steel van hun tandenborstel afzagen om gewicht te besparen. Maar als het zwaar wordt dan moet je wel heel kritisch kijken wat je meeneemt. Neem bijvoorbeeld geen hele tube tandpasta mee maar een halve. Neem zeep mee die je overal voor kunt gebruiken (zie vraag 24 punt 2). Laat je leesboek thuis. Neem niet meer mee dan 2 broeken, 2 sets ondergoed, 2 overhemden, 2 paar sokken etc. Beter tussendoor wassen dan extra spullen meenemen. Neem geen scheerapparaat mee maar een krabbertje of scheer je niet. Neem voor in de gîte dikke sokken mee met van die nopjes er onder in plaats van slippers of extra schoenen. Koop zoveel mogelijk klein en lichtgewicht. Denk bij alles drie keer na voordat je het meeneemt.

 

32. Welke veiligheidsmaatregelen moet je in acht nemen ?

·       Neem een mobiele telefoon mee;

·       Neem een fluitje me voor noodsignalen (leer die noodsignalen uit je hoofd);

·       Neem reddingsfolie mee. Daarmee kun je jezelf mee inpakken als het heel koud wordt;

·       Draag een felle kleur;

·       Zorg dat je een kompas bij je hebt;

·       Bestudeer de route van te voren;

·       Vraag elke dag naar het weerbericht. In de bergen zijn daar speciale instanties voor waar je zo kunt binnenlopen;

·       Ga niet de bergen in bij onweer;

·       Overschat jezelf niet en wees niet overmoedig;

·       Praat met mensen over de route die van de andere kant zijn gekomen;

·       Let bij het afdalen na een regenbui op gladde vlakke steen. Daar ga je onderuit;

·        Forceer niets. Loop niet met mensen mee die sneller gaan dan jij;

·       Geef bij het reserveren van de gîte op waar je die dag vandaan komt.

·       Wees bij een omleiding heel alert op de aanwijzingen en de markeringen

·       Blijf niet te lang doorlopen als je geen roodwitte markeringen ziet

·       Wees voorzichtig met het drinken van water uit een beek.

 

33. Is het duur?

De reis er naar toe hoeft niet heel duur te zijn. Tot in Noord Frankrijk kun je met de trein. Daarna kun je met Easyjet vliegen op Genève. En het laatste stuk doe je via Nice. Beide kun je dus bereiken met goedkope vluchten.

De kosten voor het verblijf onderweg hangen van jezelf af. Ga je consequent wild kamperen en zelf koken dan ben je heel goedkoop uit. Dan geef je in een week minder uit dan in een dag in Parijs. Als je in gîtes verblijft dan moet je rekenen op ongeveer € 30 a € 40 voor halfpension.

Een kamer in een hotel varieert tussen de € 40 en € 70.

 

 

34. Waarom zijn je foto’s zo matig van kwaliteit?

De meeste foto’s zijn al wat jaren oud en grotendeels gescand. De foto’s uit de Alpen zijn met een digitale camera genomen. Ik heb echter maar 200 MB ruimte bij mijn provider. Daarom heb ik om ruimte te winnen de foto’s gecomprimeerd. Dit gaat helaas ten koste van de kwaliteit. Ik zoek nog een mogelijkheid om mijn digitale foto’s op het net te plaatsen met een link naar deze site. Als me dat is gelukt dan zal ik dat bij de inhoudopgave aanpassen.