Fesches-le-Châtel – Pontarlier: 5 - 14 juni 2002 (1)

 

Algemeen

De GR5 loopt langs de grens tussen Frankrijk en Zwitserland. De grens wordt gevormd door oude grenspalen, de rivier Le Doubs en op sommige plaatsen door een laag muurtje van gestapelde brokken steen. De Jura is een hoogvlakte van gemiddeld zo'n duizend meter hoogte en bestaat voor een groot deel uit kalksteen. Het landschap van de Jura is gevarieerd en lieflijk. Bos wordt, veel meer dan in de Vogezen, afgewisseld door velden, akkers en weiden. De hoogteverschillen zijn in dit deel relatief beperkt waardoor het prettig wandelen is. De rivier Le Doubs heeft in duizenden jaren een meer dan honderd meter diepe kloof in het landschap gekerfd. De route loopt zo'n 60 kilometer langs de oever van deze rivier. Een rivier die zich soms voordoet als een spiegelglad stuwmeer, dan weer als een woeste stroomversnelling, een kletterende waterval of een nauwelijks zichtbare stroom verscholen achter de bomen. Dit is een mooi deel van de GR5.

Woensdag 5 juni Den Haag - Martigny

Easyjet vliegt me voor 60 euro naar Genève. De trein voert me vervolgens langs het gelijknamige meer met bijbehorende bergen en zware luchten en brengt me uiteindelijk naar Martigny. De camping is aan de rand van het stadje met uitzicht op besneeuwde bergtoppen. Het is wonderlijk; 's ochtends vroeg ontbijt in Den Haag en om één uur lunch midden in Zwitserland.

In Martigny is de Fondation Pierre Gianadda met een Kees van Dongen tentoonstelling. In Nederland heb ik jaren geleden de van Dongen tentoonstelling in het museum Boymans van Beuningen gemist en nu krijg ik hier een herkansing. Het blijkt absoluut de moeite waard. Prachtige manshoge schilderijen van grootogige dames in felle kleuren. De feestvreugde wordt verder verhoogd door een indrukwekkende beeldentuin rond het museum met beelden van alle grote moderne kunstenaars.

    

En tenslotte is er nog een tentoonstelling over de uitvindingen van Leonardo Da Vinci. Geheel verzadigd doe ik daarna nog wat boodschappen en keer ik terug naar de tent. Het gaat regenen en het blijft regenen tot 5 uur in de ochtend.

Donderdag 6 juni Martigny - Bern

Om halfzeven schijnt de zon net tussen twee bergen door op mijn tent en maakt alles weer droog. Ik ben de zon behulpzaam met mijn lapje zodat ik de tent een uurtje later droog kan inpakken. Gisteren was de kampeerbaas niet aanwezig toen ik aankwam. Ook niet na lang wachten. Ik besluit daarom vandaag rustig op te breken en te kijken of hij er nu wel is. Helaas..... zonder te betalen verlaat ik, met een gemengd gevoel, de camping. Via Lausanne reis ik door naar Bern. De tweede cultuurstop. Dankzij het internet weet ik waar de camping is en hoe ik daar moet komen. Ik zet mijn tent op en pak vervolgens de tram terug naar het centrum. Dit keer is mijn doel het Kunstmuseum met onder andere z'n uitgebreide collectie werken van Paul Klee. Het is er prachtig en heerlijk rustig. Daarna verken ik de binnenstad van Bern.

 

Net zoals in Basel krijg ik een wat provinciaals en gezapig gevoel van deze stad. Hoewel, ik spot in het centrum zowaar een aantal hanenkammen en een paar heel schichtige blowers! Terug op de camping maak ik mijn eten klaar met behulp van mijn nieuwste aanwinsten. Een vederlicht brandertje van MSR en een idem pannetje van Snow Peak. Ik vond een kooksetje tot nu toe te zwaar maar ik ben bezweken voor de luxe dat ik 's ochtends en 's avonds, waar ik ook ben, koffie, thee en soep kan maken.

O.K. genoeg cultuur! Morgen begint het echte werk. Gewoon weer lekker wandelen door de regen en de blubber. Ik zie er nu al naar uit. ;)

Vrijdag 7 juli Bern - Abbévillers

Er gebeurt veel op een dag. Als ik dit nu schrijf lijkt het al weer lang geleden dat ik vanochtend opstond in Bern, de boel inpakte, de tram, 3 x de trein en de bus nam en 's middags om halfdrie begon te wandelen in Fesches-le-Châtel. Ik liep langs de halte waar ik vorig jaar stond te wachten op de bus naar huis. Nu loop ik er langs, het dorp uit en het bos in. Na een uurtje ontmoet ik Klaas en Marleen, twee actieve Nederlandse senioren. Ervaren bergwandelaars die al diverse stukken van de GR5 door de Alpen hebben gedaan. Met behulp van gîtes, hotels en een auto doen zij de GR5. We lopen samen wat op en wisselen wat ervaringen uit. Ze houden een warm pleidooi voor de wandelstok vooral voor in de Alpen. Ze doen het zo overtuigend dat ik er hard over nadenk om ook maar zo'n ding te kopen. Hun tocht voert hen vandaag naar een gîte in Dasle. Ik loop nog wat verder omdat ik wild kamperen wil.

Ik las ergens in een GR5 verslag iets over de grote overgang in landschap tussen Fesches-le-Châtel en Dasle. Tot Fesches is het landschap wat rommelig (autowegen, recreatieplassen en wat kleinschalige industrie en nijverheid). Zie ook foto's en verslag hiervoor. Als je bij Fesches vervolgens het bos ingaat en er bij Dasle weer uit komt dan loop je in een heel andere omgeving. Voor je ligt een pastoraal landschap met bossen, glooiende velden en slaperige dorpjes. Het is er rustig en vredig met af een toe een stokoud mannetje op een tractor of een boer die aan het houthakken is.

 

Het is hier prima lopen. De cadens van mijn stappen vormt een dwingend ritme waardoor ik als vanzelf in mijn hoofd ga zingen. Even is dat leuk maar de liedjes stoppen maar niet. Eindeloos herhaal ik de evergreens uit mijn jeugd; 'een stekkie van de fuchsia' en 'if you ain't got no swing'.Als ik me zelf dwing om met zingen op te houden doe ik het onbewust na een halve minuut toch weer. Ik lijk wel een TV die overdag op het testbeeld staat. Ik moet blijkbaar of praten of zingen in mijn hoofd. Waarom is het toch zo moeilijk om je aan de stilte van de omgeving over te geven en letterlijk je kop te houden? Waarom zwijgt de gedachtestroom niet? Waarom zing ik als ik niet denk? Ik concentreer me op mijn ademhaling en tel ze zodat ik niets hoef te denken of te zingen. Zo ervaar ik toch iets van de stilte om me heen. Even is het hoofd stil. Tot ik weer ga denken (of zingen).

Na Vandoncourt duik ik opnieuw het bos in en maak ik voor het eerst kennis met het kalk. Het water heeft hier in de rotsen een natuurlijke boog uitgeslepen. De route loopt langs deze 'Pont Sarrazin' en gelukkig niet er overheen (wat zo te zien wel zou kunnen).

Het wat donkere en wat vochtige bos van Foret Hollard ligt na een tijdje achter me en ik loop weer door de velden. De late zon schijnt en doet alles gloeien in een prachtig zacht avondlicht. De velden lijken pastel van kleur. Ik zet mijn tent op achter wat struiken en heb uitzicht over velden vol met bloemen. Het is hier, net voorbij het Foret Hollard en nog voor Abbévillers, prachtig en heerlijk rustig. Zo ver als het oog reikt alleen maar velden en geen mens of gebouw te zien. Prima plekje om wild te kamperen.

Zaterdag 8 juli Abbévillers - St Hippolyte

Een matige nacht. Eerst om 11 uur 's avonds en vervolgens om 5 uur 's ochtends een vraag en antwoord spel van brullende herten. Een brul die lijkt op een mengeling van het geluid van een kraai, een hond, een koe en een trompet. De ochtend is er niet minder mooi om. Het is een prachtige plek om wakker te worden met de weldadige ochtendzon die schijnt over de velden. In Abbévillers koop ik croissantjes voor onderweg. Het landschap van vandaag bestaat uit niet al te hoge heuvels. Veel bos en af en toe wat velden. Het is in dit stuk van de Jura minder hoog dan in de Vogezen. De omgeving is lieflijker.

Vanaf Abbévillers loopt de GR5 door het bos naar de Frans Zwitserse grens. Het pad loopt vervolgens letterlijk over de grens. Het enige wat je daar van merkt zijn de grenspalen uit 1819 (congres van Wenen) die om de paar honderd meter midden op het pad staan. Op de rechterkant staat een hoofdletter F op de linkerkant een kruis of een beer. Het grenspad is een aantal kilometers lang. Daarna wijkt de route van de grens af en loopt onder andere dwars door een weiland. Vandaag is het een weiland met twintig koeien die vrolijk achter me aan lopen. Let op weiland schuin oversteken, niet de bosrand volgen! Een kilometer verderop opnieuw wat velden tussen de bossen. Ik hou even rust. Nog geen vijf minuten later springen er twee herten te voorschijn die met grote dartele sprongen door de velden naar de overkant van het bos springen. Herten zijn voor mij het symbool van de ongerepte natuur. Ondanks al die menselijke ingrepen leven deze grote beesten hier nog steeds in het wild. Ja ik weet het. Er zijn ook hertenkampen, en er wordt op gejaagd en ze worden misschien 's winters nog wel bijgevoerd ook maar toch... voor mij zijn het mooie wilde dieren en ben ik blij dat ze er nog zijn en dat ik ze tot nu toe op elke etappe in het wild heb mogen zien.