Statistiek

Centrummaten

 

De les van vandaag gaat over centrummaten. Je leert hoe deze veranderen als de gegevens anders worden.

Het programma dat je gaat gebruiken staat op het Internet. Het is in het Engels. Je moet de volgende woorden even weten:

Er staan in het programma nog meer woorden. Daar hoef je niets mee te doen.

Klik hier om te beginnen! Vergeet niet om op de knop 'begin' te drukken.

Voor de docent.

De antwoorden van de opdrachten.


Opdrachten

1. Kijk eens goed naar het histogram. Er staan een heleboel gegevens in. Even kijken of je alles begrijpt.

  1. Wat betekent: 'Number of people with each score'? Je vindt dit bij de verticale as van het histogram.
  2. Hoeveel leerlingen hadden een 10?
  3. Hoeveel leerlingen hadden een voldoende?
  4. Wat betekent het lichtblauwe staafje?

 

2. Als je het gemiddelde wilt weten kun je op het blokje voor mean klikken. Je ziet achter mean de waarde van het gemiddelde. Maar je kunt het gemiddelde in het histogram ook zien veranderen (blauw driehoekje).

  1. Wat is het gemiddelde?
  2. Wat is de mediaan (median)?
  3. Wat is de modus (mode)?

 

3. Je kunt de staafjes zelf in hoogte veranderen.

  1. Zorg ervoor dat negen leerlingen een 8 hebben.
  2. Wat zijn nu het gemiddelde, de mediaan en de modus?

 

4. In een klas zitten 28 leerlingen. Deze leerlingen haalden voor het laatste wiskunde proefwerk de volgende cijfers:

Cijfer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Aantal leerlingen 0 0 1 3 4 6 8 3 2 1
  1. Maak een staafdiagram voor deze klas.
  2. Hoe groot zijn alle centrummaten?
  3. Een leerling heeft gespiekt. Hij had een 9, maar krijgt nu een 1.

  4. Je ziet dat de modus niet verandert. Leg uit waarom niet.
  5. Wat wordt het nieuwe gemiddelde van deze klas?

 

5. Een andere klas heeft hetzelfde proefwerk gemaakt. De cijfers van die klas staan hieronder.

Cijfer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Aantal leerlingen 0 0 0 1 10 5 1 1 9 3
  1. Hoeveel leerlingen zitten er in deze klas.
  2. Maak een staafdiagram voor deze klas.
  3. Hoe groot zijn alle centrummaten?
  4. Welke klas vind je beter? Leg je antwoord duidelijk uit.

 

6. Op de cijferlijst van een andere klas heeft de leraar koffie laten vallen. Hij kan niet meer lezen hoeveel leerlingen een 7 en een 9 hebben gehaald. Hij weet nog wel dat het gemiddelde ongeveer een 6,8 was en dat de modus hetzelfde was als in de eerste klas (bij vraag 4).

Cijfer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Aantal leerlingen 0 0 0 2 4 5 ? 3 ? 1
  1. Probeer uit te vinden hoeveel leerlingen een 7 en een 9 hadden.
  2. Vergelijk je antwoorden met je buurman. Hebben jullie dezelfde antwoorden?
  3. Wat moet je nog meer weten om zeker te weten dat jouw waarden precies kloppen voor deze klas.

 

 


Docentenhandleiding

Het werkblad statistiek is een werkblad voor één les. Bijvoorbeeld bij Moderne Wiskunde deel 2, hoofdstuk 10, paragraaf 4 en 5.

Om het voor de leerlingen allemaal wat praktischer te maken kun je handig de applet en het word-bestand tegelijkertijd openen. Dat gaat als volgt:

Het werkblad en de applet kunnen nu afwisselend in beeld gehaald worden.

Terug naar boven.

 


Antwoorden

 

1a. Aantal mensen met elke score.

b. 5 leerlingen.

c. 25 leerlingen.

 

2a. gemiddelde: 5,5

b. mediaan: 5,5

c. modus: none

 

3a. -

b. gemiddelde: 5,69

mediaan: 6

modus: 8

 

4a. –

b. gemiddelde: 6,39

mediaan: 6,5

modus: 7

  1. 6,11 (6,21 is fout, je bent dan vergeten het staafje van 9 aan te passen)

 

5a. 30.

b. -

c. gemiddelde: 7

mediaan: 6

modus: 5

d. …

 

6a zes tot en met tien leerlingen een 7

vier leerlingen een 9

b. –

c. aantal leerlingen.

 

Terug naar boven.

 

Jorryt & Michel