Stoom locomotieven                               

1289                                   

Personentreinlocomotief 23-071 van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij. Asindeling 1' C1', gewicht 144.800 kg, Vmax 110 km/u, trekkracht 14.600 kg.           Locomotief 23 071 maakt deel uit van een 105 eenheden omvattende serie moderne locomotieven voor het reizigersverkeer. De laatste van de serie werd, een jaar nadat de NS de stoomtractie had afgeschaft, in 1959 als allerlaatste stoomlocomotief aan de DB geleverd. Locomotieven uit deze serie kwamen in de jaren vijftig en zestig in het grensverkeer regelmatig tot Nijmegen en Venlo. De in 1952 door de Duitse locomotieffabriek Jung gebouwde 23 071 kwam in 1974 buiten dienst te staan en werd in 1975 in dienstvaardige staat door de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij overgenomen, waar de loc tot afloop van de keuringstermijnen in dienst bleef. In 1990 werd een uitgebreide revisie met succes afgesloten en kwam de loc weer in dienst. In Nederland zijn ook de 23 076 van de VSM en de 23 023 van de SSN bewaard gebleven.                        

Oorlogslocomotief 52 8139 van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij. Asindeling 1É, gewicht 147.200 kg, Vmax 80 km/u, trekkracht 21.720 kg.           Deze loc behoort tot dezelfde serie oorlogslocomotieven als haar collega van de SSN, maar werd in 1961 door de Deutsche Reichsbahn in de voormalige DDR radicaal verbouwd. Samen met de ongeveer 200 andere locs serie 52 kreeg de 52 8139 een nieuwe, moderne stoomketel, waarvoor het frame verlengd moest worden. Bovendien werden allerlei onderdelen aangebracht, die bij de vereenvoudigde oorlogsuitvoering waren weggelaten. Loc 52 8139 sleet haar laatste dagen als mobiele verwarmings ketel bij het depot Berlijn-Schöneweide en werd in 1989 naar Nederland verkocht. In 1991 is in de voormalige DDR nog steeds een aantal locs serie 52.80 voor verwarmingsdoeleinden in gebruik; enkele exemplaren worden zo goed onderhouden dat ze ook voor stoomritten kunnen worden gebruikt. Een van deze locomotieven is door de VSM gekocht en in 1991 naar Nederland overgebracht.

Oorlogslocomotief 52 3879 van de Stoom Stichting Nederland. Asindeling 1É, gewicht 142.700 kg, Vmax 80 km/u, trekkracht 21.720 kg.         Loc 52 3879 behoort tot een serie van bijna 6300 oorlogslocomotieven die gedurende de Tweede Wereldoorlog volgens een vereenvoudigd ontwerp voor de Deutsche Reichsbahn werden gebouwd. Na afloop van de oorlog kwamen deze locs in bijna alle landen van Europa terecht, zelfs werd een aantal ervan voor gebruik op Russisch breedspoor verbouwd! Hoewel deze oorlogslocs slechts voor een korte levensduur waren bedoeld, is een aantal ervan in Oost-Europa op de huidige dag nog in dienst!   Loc 52 3879 werd in 1944 door WLF Flordsdorf in Oostenrijk gebouwd en kwam na de Tweede Wereldoorlog in het bezit van de ÖBB. De "Kriegsloc" bleef tot 1978 actief en kreeg daarna de status van dienstvaardige strategische reserve. In 1989 kreeg de Stoom Stichting Nederland de beschikking over deze vrijwel nog in oorspronkelijke staat gebleven lococ 52 3879 behoort tot een serie van bijna 6300 oorlogslocomotieven die gedurende de Tweede Wereldoorlog volgens een vereenvoudigd ontwerp voor de Deutsche Reichsbahn werden gebouwd. Na afloop van de oorlog kwamen deze locs in bijna alle landen van Europa terecht, zelfs werd een aantal ervan voor gebruik op Russisch breedspoor verbouwd! Hoewel deze oorlogslocs slechts voor een korte levensduur waren bedoeld, is een aantal ervan in Oost-Europa op de huidige dag nog in dienst!   Loc 52 3879 werd in 1944 door WLF Flordsdorf in Oostenrijk gebouwd en kwam na de Tweede Wereldoorlog in het bezit van de ÖBB. De "Kriegsloc" bleef tot 1978 actief en kreeg daarna de status van dienstvaardige strategische reserve. In 1989 kreeg de Stoom Stichting Nederland de beschikking over deze vrijwel nog in oorspronkelijke staat gebleven loc.

Tenderlocomotief NS 7742 "Bello" van de Stoomtram Hoorn-Medemblik. Asindeling Ct, gewicht 28.000kg, Vmax 65 km/u, trekkracht 4220 kg.           De fraaie lokaaltreinlocomotief 7742 geniet in ons land grote faam als "Bello uit Bergen" en is bovendien de enige dienstvaardige, van de voormalige Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij afkomstige machine. Loc 7742 werd in 1914 als HIJSM 1046 door Schwartzkopff in Berlijn gebouwd; na enige omzwervingen door ons land werd zij in 1932 overgeplaatst naar de tramlijn Alkmaar-Bergen aan Zee. Nadat deze tramlijn in 1955 gesloten was, stond "Bello" van 1960 tot 1978 als monument in de open lucht te Bergen Binnen. In 1978 werd de loc naar de werkplaats van de SHM in Hoorn overgebracht, waar de 7742 vrijwel geheel herbouwd werd en in 1985 weer in dienst werd gesteld. Sedertdien is de loc behalve op de museumlijn Hoorn-Medemblik ook regelmatig op de hoofdsporen van NS te zien.

Tramlocomotief 18 "Leeghwater" van de Stoomtram Hoorn-Medemblik. Asindeling Bt, gewicht 17.000 kg, Vmax 45 km/u, trekkracht 2710 kg.         Locomotief 18 is een originele stoomtramlocomotief, zoals er vele in ons land in dienst waren op interlokale tramlijnen. De gehele locomotief is bij dit type met plaatwerk omgeven, naar het heet "om de paarden niet aan het schrikken te maken". Het drijfwerk ligt van buiten niet zichtbaar onder de ketel tussen de frameplaten, de machinist heeft zijn standplaatst naast de ketel. Loc 18 werd in 1921 door Henschel te Cassel aan de Gooische Stoomtram geleverd (lijn Amsterdam-Laren) en kwam in 1937 in het bezit van de Suikerfabriek te Roosendaal die haar tot 1964 als rangeerloc gebruikte. In 1967 maakte de loc enkele ritten met reizigerstreinen door het Westland en in 1968 werd zij overgebracht naar de Museum Stoomtram Hoorn-Medemblik. Hier werd deze historische machine geheel gereviseerd en in oorspronkelijk uiterlijk teruggebracht. In 1990 plaatste de werkplaats Hoorn een nieuwe, gelaste stoomketel op de machine. De loc beschikt over tram-middenbuffers en kan alleen via een koppelwagen met spoormaterieel worden gekoppeld.

Tenderlocomotief 7-57 "Bonne" van de Stoomclub Hoogovens. Asindeling Dt, gewicht 67.000 kg, Vmax 45 km/u trekkracht 10.694 kg.        In 1972 kregen de Hoogovens de beschikking over een bijzonder "relatiegeschenk", loc 7-57 van de Gutehoffnungshütte in Oberhausen. De in 1943 door de Maschinenfabrik Esslingen gebouwde loc werd met ingang van 1973 voor het trekken van de Hoogovens-excursietrein gebruikt. Behalve op het Hoogovensterrein maakte deze aantrekkelijk uitziende loc ook enkele ritten over NS-lijnen. Toen in 1981 een tweede stoomloc ter beschikking kwam, ging loc 7-57 buiten dienst om een grote revisie te kunnen ondergaan, welke pas tien jaar later werd afgerond. Op de foto trekt loc 7-57  een gerestaureerde ruwijzer-transportwagen van de Hoogovens.

Tenderlocomotief 22 "Tom" van de Stoomclub Hoogovens. Asindeling Ct, gewicht 51.000 kg, Vmax 45 km/u, trekkracht 8000 kg.      Om naast loc 7-57 over een reserve loc voor de Excursietrein te kunnen beschikken, werd in 1974 een bij de Duitse Bergbau AG in revisie zijnde industrieloc gekocht. De revisie van de in 1949 door Krupp in Essen gebouwde rangeerloc werd bij de Hoogovens voortgezet, waarna loc 22 in 1981 weer in gebruik kon worden genomen. Sedertdien heeft "Tom" niet alleen de sporen van de Hoogovens bereden, maar was ook te zien op hoofdlijnen van de NS en als gast bij de Museum Stoomtram Hoorn-Medemblik. Loc 22 behoort tot het in grote aantallen gebouwde type "Hannibal"; een pas in 1961 gebouwde locomotief uit dezelfde serie deed tot sluiting van de Limburgse steenkoolmijnen bij de Dominiale Mijn in Kerkrade dienst; het was de nieuwste stoomlocomotief in Nederland.       

Tenderlocomotief 30 van de Stoomtram Hoorn-Medemblik. Asindeling Bt, gewicht 18.000 kg, Vmax 30 km/u, trekkracht 3335 kg.   Locomotieffabriek Jung in Duitsland bouwde deze kleine tenderlocomotief in 1908 volgens een zeer eenvoudig, maar uiterst betrouwbaar ontwerp, dat al teruggaat tot de jaren tachtig van de 19e eeuw. Zonder veel pretenties rangeerde loc 30 jaar in jaar uit met kolenwagons bij de Gasfabriek Keilehaven in Rotterdam. Pas in 1967 kwam aan deze taak een einde, waarna de locomotief nog in hetzelfde jaar in het Westland werd gebruikt voor de eerste excursieritten met partikuliere stoomlocomotieven in Nederland. Na deze ritten werd loc 30 overgebracht naar de Stoomtram Hoorn-Medemblik,  die haar geheel reviseerde en geschikt maakte voor de regelmatige dienst met reizigerstreinen en -trams. Behalve spoorbuffers zijn ook middenbuffers voor het koppelen met trammaterieel aangebracht. Met haar lange schoorsteen houdt de lichtgroen geschilderde loc 30 de herinnering levend aan de kleine locaaltreinlocomotiefjes, die vroeger over de secundaire lijnen puften. 

Tenderlocomotief SS 657 van de Museum Buurtspooweg. Asindeling Bt, gewicht 33.300 kg, Vmax 45 km/u, trekkracht 4890 kg.         Deze korte, tweeassige rangeermachine is momenteel de enige dienstvaardige tenderlocomotief in Nederland die nog afkomstig is van de Staatsspoorwegen. De loc werd in 1901 door de Machinefabriek Breda (v/h Backer & Rueb) gebouwd en bleef tot 1952 in dienst, laatstelijk onder het NS-nummer 8107. Daarna volgde een tweede carrière bij de suikerfabriek in Roosendaal, die deze machine in 1968 aan de Museum Buurtspoorweg schonk. Na een langdurige revisie werd de in oorspronkelijke uitvoering teruggebouwde SS 657 in 1987 weer in dienst gesteld. Sindsdien doet 657, die dankzij de groene kleur en een onrustige gang de bijnaaam "Kikker" draagt, dienst op de lijn Haaksbergen-Boekelo van de Museum Buurtspoorweg.

Replica "Saxonia" van de Deutsche Reichsbahn. Asindeling B1, gewicht 11.000 kg, Vmax 40 km/u, trekkracht 2000 kg.    In 1838 construeerde professor Schubert in de Machinenbauanstalt Uebigau bij Dresden de eerste bruikbare Duitse stoomlocomotief voor de Leipzig-Dresdner Eisenbahn-Compgnie. Schubert nam bij zijn ontwerp enkele constructies van Engelse origine over, maar bewandelde voor het grootste deel geheel eigen wegen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de asindeling met twee gekoppelde assen en een loopas; gebruikelijk waren in die tijd twee loopassen met daartussen een drijfas, zoals bij de Nederlandse "Arend".  De DR-werkplaats "Ernst Thälmann" in Halle (ex DDR) construeerde ter gelegenheid van de eerste lange-afstandsspoorlijn in Duitsland een bedrijfsvaardige copie van het in vermoedelijk 1865 gesloopte exemplaar. Dit was een uiterst moeilijke opgave omdat er vrijwel geen originele documentatie meer aanwezig was.

Tramlocomotief 808 van de Chemin de Fer à Vapeur des Trois Vallées (België). Asindeling Ct, gewicht 23.000 kg, Vmax 30 km/u, trekkracht 3535 kg.      Evenals in Nederland heeft in België een dicht net van interlocale tramwegen bestaan, waarop speciale tramlocomotieven dienst deden. Loc 808 werd in 1896 door de firma Saint-Leonard geleverd aan de Belgische tramwegmaatschappij NMVB voor de dienst op de lijn Overijse-Groenendaal. Deze locomotief bezit, in tegenstelling tot hetgeen in Nederland gebruikelijk was, twee standplaatsen voor de machinist; aan elke kopeind één. Als enige overlevende van dit type doet deze tramloc thans dienst op de museumlijn Mariembourg-Treignes van de Waalse Chemin de Fer à Vapeurdes Trois Vallées (België).

Sneltreinlocomotief 18 201 van de Deutsche Reichsbahn. Asindeling 2'C1', gewicht 186.800 kg, Vmax 175 km/u, trekkracht 13.035 kg.      Teneinde over een snelle trekkracht voor beproevingsritten van nieuwe rijtuigen te kunnen beschikken, bouwde de Deutsche Reichsbahn in de voormalige DDR in 1961 een speciale Pacific-loc. Onder gebruikmaking van onderdelen van gesloopte locs werd een stoomloc gebouwd die voor een maximumsnelheid van 175 km/u werd toegelaten. De fraai ogende machine met drijfwielen van 2,30 meter doorsnede (zie foto) is momenteel de snelste stoomloc ter wereld. Loc 18 201 wordt sinds enkele jaren niet meer gebruikt voor beproevingsritten maar maakt deel uit van de verzameling dienstvaardige locomotieven van het Verkehrsmuseum in Dresden. Als zodanig is deze loc dikwijls op toernee en bezocht reeds onder het vroegere DDR-regime "kapitalistisch buitenland" als de Duitse Bondsrepubliek en Oostenrijk. Loc 18 201 zou in 1989 ook aan de jubileumparades te Utrecht deelnemen, maar dit kon geen doorgang vinden omdat de loc kort voor vertrek naar Nederland bij een ontsporing betrokken was. Speciaal voor de rit naar nederland is de olie gestookte 18 201 thans van radiocommunicatie en het Duitse treinbeinvloedingssysteem Indusi voorzien. De fraaie "Pacific" werd op eigen kracht naar Nederland overgebracht in het kader van een 800 km lange doorgaande rit met reizigers van Berlijn naar Amsterdam. 

18-201        18-201        drijfwerk 18-201        18-201 loopt station Geldermalsen binnen.        18-201 op station Geldermalsen.        18-201 heeft net station Tiel verlaten.        18-20118-201        18-201 op station Kesteren      18-201                         

tenderloc 4 van de MBS. Asindeling Ct, Gewicht 37.500 kg, Vmax 50 km/u, trekkracht 7280 kg.          Deze lokaaltreinloc werd in 1925 door Hanomag te Hannover aan de particuliere Lokaalspoorweg Delmenhorst-Harpstedt (bij Bremen) geleverd. In 1968 kocht de Museum Buurt Spoorweg de loc en reviseerde deze, waarna ze in 1970 weer in dienst kwam. In de jaren daarna zijn aan de loc telkens technische verbeteringeb aangebracht, zodat de MBS thans over een zeer betrouwbare, prachtig uitziende machine beschikt.Loc4 neemt het leeuwendeel van de ritten op de lijn Haaksbergen- Boekelo van de Meuseumbuurtspooweg voor haar rekening, maar is af en toe ook bij de NS een graag geziene gast ter gelegenheid van speciale gebeurtenissen zoals jubilea en open dagen.  

tenderloc 5 "Sluiskil" van de Stoomtram Hoorn-Medemblik, Asindeling Ct, gewicht 32.000 kg, Vmax 35 km/u, trekkracht 5028 kg             Loc 5 werd in 1929 door de Belgische locomotieffabriek La Meuse in Luik aan de Stikstoffabriek in Sluiskil (Zeeuws-Vlaanderen) geleverd. Men zou deze solide rangeerloc een "confectie-locomotief" kunnen noemen want zij behoort tot een type, dat in grote getale uit voorraad werd geleverd. Dergelijk locomotieven vonden in ons land en in Belgie veel toepassing bij fabrieken en bedrijven. In Nederland waren deze locs vooral bij enkele mijnbedrijven in Zuis-Limburg te vinden. Een vrijwel gelijke locomotief die afkomstig is van de Oranje-Nassaumijn doet thans nog dienst bij de stoomtram Goes-Borsele. Locomotief 5 werd in 1972 door de SHM gekocht en kwam na het ondergaan van een grote revisie in 1975 weer in dienst. Sedertdien is deze blauw geschilderde drieasser bij de SHM onontbeerlijk voor het trekken van lange trams van soms wel 15 rijtuigen. In 1990 werd een nieuwe stoomketel op deze krachtige en stoer ogende loc geplaatst.

tramloc LTM 21 "Ir. P.H. Bosboom" van de stoomtram Hoorn-Medemblik, Asindeling Bt, gewicht 28.500 kg, Vmax 60 km/u, trekkracht 4370 kg            Deze loc werd in 1922 door Hanomag te Hannover aan de Limburgsche Tramwegmaatschappij geleverd en was ontworpen voor het berijden van hellingrijke trajecten in Zuid-Limburg. Loc 21 is de enige overlevende van het in Nederland veel gebruikte, door ir. Verhoop ontworpen type tramlocomotief. Dit kenmerkte zich door een binnenliggend drijfwerk met buitenliggende, lage waterbakken, een speciale stoomverdeling en een voor die tijd modern, overzichtelijk ingericht machinistenhuis. Bovendien werd een zuinig verbruik van brandstof verkregen door het toepassen van een oververhitter. Loc 21 werd in 1973 teruggevonden bij een bedrijf in Duitsland en doet sinds 1974 dienst bij de SHM. Dank zij de voor dit type hoge maximumsnelheid van 60 km/u heeft loc 21 al vele ritten over hoofdsporen van NS op haar naam gebracht. Een loc uit dezelfde serie deed in de jaren 1942-1947 in het Westland dienst als NS 8301        

tenderloc 16 van de Stoomtram Hoorn-Medemblik. Asindeling Bt, gewicht 23.500 kg, Vmax 40 km/u, trekkracht 3770 kg            Loc 16 werd 35 jaar na loc 30 van de SHM gebouwd door locomotieffabriek Jung. Hoewel de ontwerpen in grote lijnen met elkaar overeenkomen, kan men bij de in 1943 gebouwde loc toch de voortgeschreden ontwikkeling in de techniek waarnemen. Zo heeft loc 30 nog dubbele leibanen, terwijl loc 16 over een enkel exemplaar beschikt. De desondanks ouderwets uitziende, donkerrood geschilderde machine werd in de jaren 1978-1983 door de werkplaats van de Stoomtram Hoorn-Medemblik gereconstrueerd uit een van de Duitse Georgmariehütte overgenomen industrielocomotief. Voor deze reconstructie zijn onderdelen gebruikt van een in 1886 eveneens door Jung gebouwde locomotief. Met haar hoge, dunne schoorsteen en blinkend koperwerk herinnert ook loc 16 aan de vele kleine tenderlocomotieven, die vroeger bijnamen droegen als Priktol, Ezeltje en Fornuis.      

personentrein-tenderloc 65-018 van de SSN, Asindeling 1'D2', gewicht 107.600 kg, Vmax 85 km/u, trekkracht 11.600 kg             Locomotief 65-018 is de laatste uit een serie moderne tenderlocs, die in de jaren vijftig voor de Deutsche Bundesbahn werd gebouwd. Deze loc waren vooral ontworpen voor het zware reizigers-buurtverkeer, enkele 65-ers beschikten over een afstandsbediening ten behoeve van trek-duwtreinen. Loc 65-018 heeft een moderne voedingwater-voorverwarmer met turbinepomp en kreeg een experimenteel, licht uitgevoerd drijfwerk. De in 1956 door Krauss Maffei in Munchen gebouwde 65-018 werd in 1972 buiten dienst gesteld en kwam na een verblijf bij het DDM-Stoomlocmuseum in Neuenmarkt-Wirsberg (Zuid-Duitsland) in 1981 bij de SSN, die de machine in dienstvaardige staat terugbracht.                       

personentrein-tenderloc 65-018 van de SSN, Asindeling 1'D2', gewicht 107.600 kg, Vmax 85 km/u, trekkracht 11.600 kg        personentrein-tenderloc 65-018 van de SSN, Asindeling 1'D2', gewicht 107.600 kg, Vmax 85 km/u, trekkracht 11.600 kg        personentrein-tenderloc 65-018 van de SSN, Asindeling 1'D2', gewicht 107.600 kg, Vmax 85 km/u, trekkracht 11.600 kg        personentrein-tenderloc 65-018 van de SSN, Asindeling 1'D2', gewicht 107.600 kg, Vmax 85 km/u, trekkracht 11.600 kg        personentrein-tenderloc 65-018 van de SSN, Asindeling 1'D2', gewicht 107.600 kg, Vmax 85 km/u, trekkracht 11.600 kg           

Vuurloze Stoomlocomotief 3 van de SSN. Asindeling Bt, gewicht 15.000 kg, Vmax 25 km/u, trekkracht 6035 kg            Deze vuurloze stoomlocomotief heeft in plaats van een normale vlampijpketel een stoomhouder, die regelmatig met stoom moet worden "bijgetankt" aan een fabrieksketel of een andere stoomlocomotief. Na een volledige "lading" stoom kan de loc weer zo'n 6 uur rangeren. Dergelijke locomotieven waren bijzonder goedkoop in gebruik alsmede eenvoudig in onderhoud en bediening; in ons land hebben er enkele tientallen dienst gedaan, maar loc 3 is thans de enige overlevende. Deze vuurloze stoomloc werd in 1914 door Orenstein & Koppel in Berlijn gebouwd voor de firma Van den Bergh & Jurgens in Oss. Na enige omzwervingen kwam zij in 1975 bij de Stoom Stichting Nederland, die loc 3 bij bijzondere gelegenheden onder stoom brengt.                                    

pt47-112.jpg (39132 bytes)        2978        498-022 tijdens locparade NS 150 jr.        498-022.jpg (39285 bytes)     

3737teloenen.jpg (61864 bytes)             De serie 3700 van de Nederlandsche Spoorwegen is zonder twijfel de meest succesvolle sneltreinlocomotiefserie geweest die ooit in ons land heeft dienstgedaan. Oorspronkelijk bedoeld voor de D-Treinen op het 123 km lange baanvak Amsterdam Westerpoort-Emmerich verscheen een groeiend aantal van deze 2C-locomotieven gaandeweg ook op andere lijnen. In opdracht van de maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen werden tussen 1910 en 1921`in totaal 115 700én gebouwd door gerenommeerde locomotieffabrieken als Beyer Peacock, Werkspoo, Hanomag en Henschel. In 1928 leverde Schwartzkopff een laatste nabestelling van 5 locomotieven (3816-3820), voorzien van grotere cilinders.Tot aan het einde van de stoomtractie bij de NS in 1958 was de serie 3700 door het hele land aan te treffen voor zowel reizigers- als goederentreinen. De drijfwielmiddellijn van 1850 mm maakte dat deze zowel technisch als uiterlijk bijzonder geslaagde machines universeel inzetbaar waren. Op 7 januari 1958, de dag waarop de NS officieel de stoomtractie vaarwel zei, schreef loc 3737 historie door als laatste vertegenwoordiger van de serie3700 een afscheidsrit Geldermalsen-Utrecht te rijden, om vervolgens in het Nederlands Spoorwegmuseum voor het nageslacht bewaard te blijven. Binnenkort verschijnt er een boek waarin de 3700-serie beschreven wordt van tekentafel tot en met de sloop, met naast aandacht voor de vele constructiewijzigingen ook de nodige ruimte voor een gedetailleerde beschrijving van de dienstuitvoering. De tekst wordt omlijst met vele nog niet eerder gepubliceerde foto's en tekeningen.          

3737  tijdens locparade NS 150 jr.             3737           

personentreinloc 23-023 van de SSN. Asindeling 1'C1', gewicht 144.800 kg, Vmax 110 km/u, trekkracht 14.600 kg            Oorlogslocomotief 52-3879 van de SSN. Asindeling 1'E, gewicht 142.700 kg, Vmax km/u, trekkracht 21.720 kg             Image11

         Deze loc's, een tenderlocomotief, werden rond 1920 gebouwd als serie T-18 en deden hun intrede in Pruisen. Na de oprichting van de DRG (Deutsche Reichsbahn Gesellschaft) in 1921 werden ze beter bekend als de serie 78. De DRG werd uiteindelijk eigenaar van 460 stuks van deze serie 78. In de loop der jaren werden er diverse constructieverbeteringen aangebracht zoals elektrische verlichting, een ander dak op het machinistenhuis waar ventilatiekleppen in werden aangebracht. Hierdoor kon de temperatuur op de werkvloer een stuk aangenamer worden gemaakt. De 78-ers werden in grote delen van het vooroorlogse Duitsland te werk gesteld. Nagenoeg alle spoorwegdirecties hadden de beschikking over deze mooie locs die niet alleen in de reizigersdienst maar ook voor het rijden van goederentreinen werden gebruikt. Na de oorlog maakten de 78-ers bij de Deutsche Bundesbahn vooral naam door het rijden van trek/duw treinen rond Hamburg en het Ruhrgebied. In Hamburg eindigden deze diensten eind 1968. In het Roergebied waren deze locs gehuisvest in de depots Dortmund, Essen Hamm en Wuppertal. De T18 was ook in Nederland te zien. Voor de oorlog reden ze internationale treinen van en naar Hengelo. En tot het midden van de jaren 60 waren 78-ers, die in Gronau/Westfalen waren gehuisvest, een regelmatige gast in Enschede. De laatste 78-ers werden door de DB in het zuiden samengetrokken. Een 78-er is momenteel rijvaardig. Dat is de 78 468 die eigendom is van de Emscher Parkeisenbahnen. Deze, in de zomer van 1999 in Meiningen opgeknapte locomotief, wordt op gezette tijden voor extra treinen ingezet. eze loc's, een tenderlocomotief, werden rond 1920 gebouwd als serie T-18 en deden hun intrede in Pruisen. Na de oprichting van de DRG (Deutsche Reichsbahn Gesellschaft) in 1921 werden ze beter bekend als de serie 78. De DRG werd uiteindelijk eigenaar van 460 stuks van deze serie 78. In de loop der jaren werden er diverse constructieverbeteringen aangebracht zoals elektrische verlichting, een ander dak op het machinistenhuis waar ventilatiekleppen in werden aangebracht. Hierdoor kon de temperatuur op de werkvloer een stuk aangenamer worden gemaakt. De 78-ers werden in grote delen van het vooroorlogse Duitsland te werk gesteld. Nagenoeg alle spoorwegdirecties hadden de beschikking over deze mooie locs die niet alleen in de reizigersdienst maar ook voor het rijden van goederentreinen werden gebruikt. Na de oorlog maakten de 78-ers bij de Deutsche Bundesbahn vooral naam door het rijden van trek/duw treinen rond Hamburg en het Ruhrgebied. In Hamburg eindigden deze diensten eind 1968. In het Roergebied waren deze locs gehuisvest in de depots Dortmund, Essen Hamm en Wuppertal. De T18 was ook in Nederland te zien. Voor de oorlog reden ze internationale treinen van en naar Hengelo. En tot het midden van de jaren 60 waren 78-ers, die in Gronau/Westfalen waren gehuisvest, een regelmatige gast in Enschede. De laatste 78-ers werden door de DB in het zuiden samengetrokken. Een 78-er is momenteel rijvaardig. Dat is de 78 468 die eigendom is van de Emscher Parkeisenbahnen. Deze, in de zomer van 1999 in Meiningen opgeknapte locomotief, wordt op gezette tijden voor extra treinen ingezet.

                  DSCF3928.jpg (159110 bytes)