Stoom locomotieven
Locomotief
23 071 maakt deel uit van een 105 eenheden omvattende serie moderne locomotieven voor het
reizigersverkeer. De laatste van de serie werd, een jaar nadat de NS de stoomtractie had
afgeschaft, in 1959 als allerlaatste stoomlocomotief aan de DB geleverd. Locomotieven uit
deze serie kwamen in de jaren vijftig en zestig in het grensverkeer regelmatig tot
Nijmegen en Venlo. De in 1952 door de Duitse locomotieffabriek Jung gebouwde 23 071 kwam
in 1974 buiten dienst te staan en werd in 1975 in dienstvaardige staat door de Veluwsche
Stoomtrein Maatschappij overgenomen, waar de loc tot afloop van de keuringstermijnen in
dienst bleef. In 1990 werd een uitgebreide revisie met succes afgesloten en kwam de loc
weer in dienst. In Nederland zijn ook de 23 076 van de VSM en de 23 023 van de SSN bewaard
gebleven.
Deze
loc behoort tot dezelfde serie oorlogslocomotieven als haar collega van de SSN, maar werd
in 1961 door de Deutsche Reichsbahn in de voormalige DDR radicaal verbouwd. Samen met de
ongeveer 200 andere locs serie 52 kreeg de 52 8139 een nieuwe, moderne stoomketel,
waarvoor het frame verlengd moest worden. Bovendien werden allerlei onderdelen
aangebracht, die bij de vereenvoudigde oorlogsuitvoering waren weggelaten. Loc 52 8139
sleet haar laatste dagen als mobiele verwarmings ketel bij het depot Berlijn-Schöneweide
en werd in 1989 naar Nederland verkocht. In 1991 is in de voormalige DDR nog steeds een
aantal locs serie 52.80 voor verwarmingsdoeleinden in gebruik; enkele exemplaren worden zo
goed onderhouden dat ze ook voor stoomritten kunnen worden gebruikt. Een van deze
locomotieven is door de VSM gekocht en in 1991 naar Nederland overgebracht.
Loc 52
3879 behoort tot een serie van bijna 6300 oorlogslocomotieven die gedurende de Tweede
Wereldoorlog volgens een vereenvoudigd ontwerp voor de Deutsche Reichsbahn werden gebouwd.
Na afloop van de oorlog kwamen deze locs in bijna alle landen van Europa terecht, zelfs
werd een aantal ervan voor gebruik op Russisch breedspoor verbouwd! Hoewel deze
oorlogslocs slechts voor een korte levensduur waren bedoeld, is een aantal ervan in
Oost-Europa op de huidige dag nog in dienst! Loc 52 3879 werd in 1944 door WLF
Flordsdorf in Oostenrijk gebouwd en kwam na de Tweede Wereldoorlog in het bezit van de
ÖBB. De "Kriegsloc" bleef tot 1978 actief en kreeg daarna de status van
dienstvaardige strategische reserve. In 1989 kreeg de Stoom Stichting Nederland de
beschikking over deze vrijwel nog in oorspronkelijke staat gebleven lococ 52
3879 behoort tot een serie van bijna 6300 oorlogslocomotieven die gedurende de Tweede
Wereldoorlog volgens een vereenvoudigd ontwerp voor de Deutsche Reichsbahn werden gebouwd.
Na afloop van de oorlog kwamen deze locs in bijna alle landen van Europa terecht, zelfs
werd een aantal ervan voor gebruik op Russisch breedspoor verbouwd! Hoewel deze
oorlogslocs slechts voor een korte levensduur waren bedoeld, is een aantal ervan in
Oost-Europa op de huidige dag nog in dienst! Loc 52 3879 werd in 1944 door WLF
Flordsdorf in Oostenrijk gebouwd en kwam na de Tweede Wereldoorlog in het bezit van de
ÖBB. De "Kriegsloc" bleef tot 1978 actief en kreeg daarna de status van
dienstvaardige strategische reserve. In 1989 kreeg de Stoom Stichting Nederland de
beschikking over deze vrijwel nog in oorspronkelijke staat gebleven loc.
De
fraaie lokaaltreinlocomotief 7742 geniet in ons land grote faam als "Bello uit
Bergen" en is bovendien de enige dienstvaardige, van de voormalige Hollandsche
IJzeren Spoorwegmaatschappij afkomstige machine. Loc 7742 werd in 1914 als HIJSM 1046 door
Schwartzkopff in Berlijn gebouwd; na enige omzwervingen door ons land werd zij in 1932
overgeplaatst naar de tramlijn Alkmaar-Bergen aan Zee. Nadat deze tramlijn in 1955
gesloten was, stond "Bello" van 1960 tot 1978 als monument in de open lucht te
Bergen Binnen. In 1978 werd de loc naar de werkplaats van de SHM in Hoorn overgebracht,
waar de 7742 vrijwel geheel herbouwd werd en in 1985 weer in dienst werd gesteld.
Sedertdien is de loc behalve op de museumlijn Hoorn-Medemblik ook regelmatig op de
hoofdsporen van NS te zien.
Locomotief
18 is een originele stoomtramlocomotief, zoals er vele in ons land in dienst waren op
interlokale tramlijnen. De gehele locomotief is bij dit type met plaatwerk omgeven, naar
het heet "om de paarden niet aan het schrikken te maken". Het drijfwerk ligt van
buiten niet zichtbaar onder de ketel tussen de frameplaten, de machinist heeft zijn
standplaatst naast de ketel. Loc 18 werd in 1921 door Henschel te Cassel aan de Gooische
Stoomtram geleverd (lijn Amsterdam-Laren) en kwam in 1937 in het bezit van de
Suikerfabriek te Roosendaal die haar tot 1964 als rangeerloc gebruikte. In 1967 maakte de
loc enkele ritten met reizigerstreinen door het Westland en in 1968 werd zij overgebracht
naar de Museum Stoomtram Hoorn-Medemblik. Hier werd deze historische machine geheel
gereviseerd en in oorspronkelijk uiterlijk teruggebracht. In 1990 plaatste de werkplaats
Hoorn een nieuwe, gelaste stoomketel op de machine. De loc beschikt over
tram-middenbuffers en kan alleen via een koppelwagen met spoormaterieel worden gekoppeld.
In
1972 kregen de Hoogovens de beschikking over een bijzonder "relatiegeschenk",
loc 7-57 van de Gutehoffnungshütte in Oberhausen. De in 1943 door de Maschinenfabrik
Esslingen gebouwde loc werd met ingang van 1973 voor het trekken van de
Hoogovens-excursietrein gebruikt. Behalve op het Hoogovensterrein maakte deze
aantrekkelijk uitziende loc ook enkele ritten over NS-lijnen. Toen in 1981 een tweede
stoomloc ter beschikking kwam, ging loc 7-57 buiten dienst om een grote revisie te kunnen
ondergaan, welke pas tien jaar later werd afgerond. Op de foto trekt loc 7-57 een
gerestaureerde ruwijzer-transportwagen van de Hoogovens.
Om
naast loc 7-57 over een reserve loc voor de Excursietrein te kunnen beschikken, werd in
1974 een bij de Duitse Bergbau AG in revisie zijnde industrieloc gekocht. De revisie van
de in 1949 door Krupp in Essen gebouwde rangeerloc werd bij de Hoogovens voortgezet,
waarna loc 22 in 1981 weer in gebruik kon worden genomen. Sedertdien heeft "Tom"
niet alleen de sporen van de Hoogovens bereden, maar was ook te zien op hoofdlijnen van de
NS en als gast bij de Museum Stoomtram Hoorn-Medemblik. Loc 22 behoort tot het in grote
aantallen gebouwde type "Hannibal"; een pas in 1961 gebouwde locomotief uit
dezelfde serie deed tot sluiting van de Limburgse steenkoolmijnen bij de Dominiale Mijn in
Kerkrade dienst; het was de nieuwste stoomlocomotief in Nederland.
Locomotieffabriek
Jung in Duitsland bouwde deze kleine tenderlocomotief in 1908 volgens een zeer eenvoudig,
maar uiterst betrouwbaar ontwerp, dat al teruggaat tot de jaren tachtig van de 19e eeuw.
Zonder veel pretenties rangeerde loc 30 jaar in jaar uit met kolenwagons bij de Gasfabriek
Keilehaven in Rotterdam. Pas in 1967 kwam aan deze taak een einde, waarna de locomotief
nog in hetzelfde jaar in het Westland werd gebruikt voor de eerste excursieritten met
partikuliere stoomlocomotieven in Nederland. Na deze ritten werd loc 30 overgebracht naar
de Stoomtram Hoorn-Medemblik, die haar geheel reviseerde en geschikt maakte voor de
regelmatige dienst met reizigerstreinen en -trams. Behalve spoorbuffers zijn ook
middenbuffers voor het koppelen met trammaterieel aangebracht. Met haar lange schoorsteen
houdt de lichtgroen geschilderde loc 30 de herinnering levend aan de kleine
locaaltreinlocomotiefjes, die vroeger over de secundaire lijnen puften.
Deze
korte, tweeassige rangeermachine is momenteel de enige dienstvaardige tenderlocomotief in
Nederland die nog afkomstig is van de Staatsspoorwegen. De loc werd in 1901 door de
Machinefabriek Breda (v/h Backer & Rueb) gebouwd en bleef tot 1952 in dienst,
laatstelijk onder het NS-nummer 8107. Daarna volgde een tweede carrière bij de
suikerfabriek in Roosendaal, die deze machine in 1968 aan de Museum Buurtspoorweg schonk.
Na een langdurige revisie werd de in oorspronkelijke uitvoering teruggebouwde SS 657 in
1987 weer in dienst gesteld. Sindsdien doet 657, die dankzij de groene kleur en een
onrustige gang de bijnaaam "Kikker" draagt, dienst op de lijn
Haaksbergen-Boekelo van de Museum Buurtspoorweg.
In
1838 construeerde professor Schubert in de Machinenbauanstalt Uebigau bij Dresden de
eerste bruikbare Duitse stoomlocomotief voor de Leipzig-Dresdner Eisenbahn-Compgnie.
Schubert nam bij zijn ontwerp enkele constructies van Engelse origine over, maar
bewandelde voor het grootste deel geheel eigen wegen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de
asindeling met twee gekoppelde assen en een loopas; gebruikelijk waren in die tijd twee
loopassen met daartussen een drijfas, zoals bij de Nederlandse "Arend". De
DR-werkplaats "Ernst Thälmann" in Halle (ex DDR) construeerde ter gelegenheid
van de eerste lange-afstandsspoorlijn in Duitsland een bedrijfsvaardige copie van het in
vermoedelijk 1865 gesloopte exemplaar. Dit was een uiterst moeilijke opgave omdat er
vrijwel geen originele documentatie meer aanwezig was.
Evenals
in Nederland heeft in België een dicht net van interlocale tramwegen bestaan, waarop
speciale tramlocomotieven dienst deden. Loc 808 werd in 1896 door de firma Saint-Leonard
geleverd aan de Belgische tramwegmaatschappij NMVB voor de dienst op de lijn
Overijse-Groenendaal. Deze locomotief bezit, in tegenstelling tot hetgeen in Nederland
gebruikelijk was, twee standplaatsen voor de machinist; aan elke kopeind één. Als enige
overlevende van dit type doet deze tramloc thans dienst op de museumlijn
Mariembourg-Treignes van de Waalse Chemin de Fer à Vapeurdes Trois Vallées (België).
Teneinde
over een snelle trekkracht voor beproevingsritten van nieuwe rijtuigen te kunnen
beschikken, bouwde de Deutsche Reichsbahn in de voormalige DDR in 1961 een speciale
Pacific-loc. Onder gebruikmaking van onderdelen van gesloopte locs werd een stoomloc
gebouwd die voor een maximumsnelheid van 175 km/u werd toegelaten. De fraai ogende machine
met drijfwielen van 2,30 meter doorsnede (zie foto) is momenteel de snelste stoomloc ter
wereld. Loc 18 201 wordt sinds enkele jaren niet meer gebruikt voor beproevingsritten maar
maakt deel uit van de verzameling dienstvaardige locomotieven van het Verkehrsmuseum in
Dresden. Als zodanig is deze loc dikwijls op toernee en bezocht reeds onder het vroegere
DDR-regime "kapitalistisch buitenland" als de Duitse Bondsrepubliek en
Oostenrijk. Loc 18 201 zou in 1989 ook aan de jubileumparades te Utrecht deelnemen, maar
dit kon geen doorgang vinden omdat de loc kort voor vertrek naar Nederland bij een
ontsporing betrokken was. Speciaal voor de rit naar nederland is de olie gestookte 18 201
thans van radiocommunicatie en het Duitse treinbeinvloedingssysteem Indusi voorzien. De
fraaie "Pacific" werd op eigen kracht naar Nederland overgebracht in het kader
van een 800 km lange doorgaande rit met reizigers van Berlijn naar Amsterdam.
Deze
lokaaltreinloc werd in 1925 door Hanomag te Hannover aan de particuliere Lokaalspoorweg
Delmenhorst-Harpstedt (bij Bremen) geleverd. In 1968 kocht de Museum Buurt Spoorweg de loc
en reviseerde deze, waarna ze in 1970 weer in dienst kwam. In de jaren daarna zijn aan de
loc telkens technische verbeteringeb aangebracht, zodat de MBS thans over een zeer
betrouwbare, prachtig uitziende machine beschikt.Loc4 neemt het leeuwendeel van de ritten
op de lijn Haaksbergen- Boekelo van de Meuseumbuurtspooweg voor haar rekening, maar is af
en toe ook bij de NS een graag geziene gast ter gelegenheid van speciale gebeurtenissen
zoals jubilea en open dagen.
Loc 5 werd in 1929 door
de Belgische locomotieffabriek La Meuse in Luik aan de Stikstoffabriek in Sluiskil
(Zeeuws-Vlaanderen) geleverd. Men zou deze solide rangeerloc een
"confectie-locomotief" kunnen noemen want zij behoort tot een type, dat in grote
getale uit voorraad werd geleverd. Dergelijk locomotieven vonden in ons land en in Belgie
veel toepassing bij fabrieken en bedrijven. In Nederland waren deze locs vooral bij enkele
mijnbedrijven in Zuis-Limburg te vinden. Een vrijwel gelijke locomotief die afkomstig is
van de Oranje-Nassaumijn doet thans nog dienst bij de stoomtram Goes-Borsele. Locomotief 5
werd in 1972 door de SHM gekocht en kwam na het ondergaan van een grote revisie in 1975
weer in dienst. Sedertdien is deze blauw geschilderde drieasser bij de SHM onontbeerlijk
voor het trekken van lange trams van soms wel 15 rijtuigen. In 1990 werd een nieuwe
stoomketel op deze krachtige en stoer ogende loc geplaatst.
Deze loc
werd in 1922 door Hanomag te Hannover aan de Limburgsche Tramwegmaatschappij geleverd en
was ontworpen voor het berijden van hellingrijke trajecten in Zuid-Limburg. Loc 21 is de
enige overlevende van het in Nederland veel gebruikte, door ir. Verhoop ontworpen type
tramlocomotief. Dit kenmerkte zich door een binnenliggend drijfwerk met buitenliggende,
lage waterbakken, een speciale stoomverdeling en een voor die tijd modern, overzichtelijk
ingericht machinistenhuis. Bovendien werd een zuinig verbruik van brandstof verkregen door
het toepassen van een oververhitter. Loc 21 werd in 1973 teruggevonden bij een bedrijf in
Duitsland en doet sinds 1974 dienst bij de SHM. Dank zij de voor dit type hoge
maximumsnelheid van 60 km/u heeft loc 21 al vele ritten over hoofdsporen van NS op haar
naam gebracht. Een loc uit dezelfde serie deed in de jaren 1942-1947 in het Westland
dienst als NS 8301
Loc 16 werd
35 jaar na loc 30 van de SHM gebouwd door locomotieffabriek Jung. Hoewel de ontwerpen in
grote lijnen met elkaar overeenkomen, kan men bij de in 1943 gebouwde loc toch de
voortgeschreden ontwikkeling in de techniek waarnemen. Zo heeft loc 30 nog dubbele
leibanen, terwijl loc 16 over een enkel exemplaar beschikt. De desondanks ouderwets
uitziende, donkerrood geschilderde machine werd in de jaren 1978-1983 door de werkplaats
van de Stoomtram Hoorn-Medemblik gereconstrueerd uit een van de Duitse Georgmariehütte
overgenomen industrielocomotief. Voor deze reconstructie zijn onderdelen gebruikt van een
in 1886 eveneens door Jung gebouwde locomotief. Met haar hoge, dunne schoorsteen en
blinkend koperwerk herinnert ook loc 16 aan de vele kleine tenderlocomotieven, die vroeger
bijnamen droegen als Priktol, Ezeltje en Fornuis.
Locomotief 65-018 is de
laatste uit een serie moderne tenderlocs, die in de jaren vijftig voor de Deutsche
Bundesbahn werd gebouwd. Deze loc waren vooral ontworpen voor het zware
reizigers-buurtverkeer, enkele 65-ers beschikten over een afstandsbediening ten behoeve
van trek-duwtreinen. Loc 65-018 heeft een moderne voedingwater-voorverwarmer met
turbinepomp en kreeg een experimenteel, licht uitgevoerd drijfwerk. De in 1956 door Krauss
Maffei in Munchen gebouwde 65-018 werd in 1972 buiten dienst gesteld en kwam na een
verblijf bij het DDM-Stoomlocmuseum in Neuenmarkt-Wirsberg (Zuid-Duitsland) in 1981 bij de
SSN, die de machine in dienstvaardige staat terugbracht.
Deze vuurloze
stoomlocomotief heeft in plaats van een normale vlampijpketel een stoomhouder, die
regelmatig met stoom moet worden "bijgetankt" aan een fabrieksketel of een
andere stoomlocomotief. Na een volledige "lading" stoom kan de loc weer zo'n 6
uur rangeren. Dergelijke locomotieven waren bijzonder goedkoop in gebruik alsmede
eenvoudig in onderhoud en bediening; in ons land hebben er enkele tientallen dienst
gedaan, maar loc 3 is thans de enige overlevende. Deze vuurloze stoomloc werd in 1914 door
Orenstein & Koppel in Berlijn gebouwd voor de firma Van den Bergh & Jurgens in
Oss. Na enige omzwervingen kwam zij in 1975 bij de Stoom Stichting Nederland, die loc 3
bij bijzondere gelegenheden onder stoom brengt.
De
serie 3700 van de Nederlandsche Spoorwegen is zonder twijfel de meest succesvolle
sneltreinlocomotiefserie geweest die ooit in ons land heeft dienstgedaan. Oorspronkelijk
bedoeld voor de D-Treinen op het 123 km lange baanvak Amsterdam Westerpoort-Emmerich
verscheen een groeiend aantal van deze 2C-locomotieven gaandeweg ook op andere lijnen. In
opdracht van de maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen werden tussen 1910 en
1921`in totaal 115 700én gebouwd door gerenommeerde locomotieffabrieken als Beyer
Peacock, Werkspoo, Hanomag en Henschel. In 1928 leverde Schwartzkopff een laatste
nabestelling van 5 locomotieven (3816-3820), voorzien van grotere cilinders.Tot aan het
einde van de stoomtractie bij de NS in 1958 was de serie 3700 door het hele land aan te
treffen voor zowel reizigers- als goederentreinen. De drijfwielmiddellijn van 1850 mm
maakte dat deze zowel technisch als uiterlijk bijzonder geslaagde machines universeel
inzetbaar waren. Op 7 januari 1958, de dag waarop de NS officieel de stoomtractie vaarwel
zei, schreef loc 3737 historie door als laatste vertegenwoordiger van de serie3700 een
afscheidsrit Geldermalsen-Utrecht te rijden, om vervolgens in het Nederlands
Spoorwegmuseum voor het nageslacht bewaard te blijven. Binnenkort verschijnt er een boek
waarin de 3700-serie beschreven wordt van tekentafel tot en met de sloop, met naast
aandacht voor de vele constructiewijzigingen ook de nodige ruimte voor een gedetailleerde
beschrijving van de dienstuitvoering. De tekst wordt omlijst met vele nog niet eerder
gepubliceerde foto's en tekeningen.
Deze
loc's, een tenderlocomotief, werden rond 1920 gebouwd als serie T-18 en deden hun intrede
in Pruisen. Na de oprichting van de DRG (Deutsche Reichsbahn Gesellschaft) in 1921 werden
ze beter bekend als de serie 78. De DRG werd uiteindelijk eigenaar van 460 stuks van deze
serie 78. In de loop der jaren werden er diverse constructieverbeteringen aangebracht
zoals elektrische verlichting, een ander dak op het machinistenhuis waar ventilatiekleppen
in werden aangebracht. Hierdoor kon de temperatuur op de werkvloer een stuk aangenamer
worden gemaakt. De 78-ers werden in grote delen van het vooroorlogse Duitsland te werk
gesteld. Nagenoeg alle spoorwegdirecties hadden de beschikking over deze mooie locs die
niet alleen in de reizigersdienst maar ook voor het rijden van goederentreinen werden
gebruikt. Na de oorlog maakten de 78-ers bij de Deutsche Bundesbahn vooral naam door het
rijden van trek/duw treinen rond Hamburg en het Ruhrgebied. In Hamburg eindigden deze
diensten eind 1968. In het Roergebied waren deze locs gehuisvest in de depots Dortmund,
Essen Hamm en Wuppertal. De T18 was ook in Nederland te zien. Voor de oorlog reden ze
internationale treinen van en naar Hengelo. En tot het midden van de jaren 60 waren 78-ers,
die in Gronau/Westfalen waren gehuisvest, een regelmatige gast in Enschede. De laatste
78-ers werden door de DB in het zuiden samengetrokken. Een 78-er is momenteel rijvaardig.
Dat is de 78 468 die eigendom is van de Emscher Parkeisenbahnen. Deze, in de zomer van
1999 in Meiningen opgeknapte locomotief, wordt op gezette tijden voor extra treinen
ingezet.