In de middeleeuwen was het restaureren van schilderijen een geheim beroep,
volkomen omgeven door geheimzinnige recepten. Over veel mocht niet gepraat
worden, bang als men was dat de receptuur zou worden gecopieerd, geheimhouding
werd verplicht gesteld.
Een bron uit 1622 vertelt hoe Hendrik Cornelisz van Hout de schilder Jan Marten
Janz uit Haarlem volledig geinstrueerd had in de "const van schilderijen
schoon te maken" en dat hij zich moest verplichten deze "const"
aan niemand ter wereld te zullen openbaren, behalve aan zijn huisvrouw en
kinderen (bron: Frans Hals, leven en restauratie)
Nu zijn wij halve wetenschappers geworden, connaisseurs van historie, natuurwetenschap,
chemie en bindmiddelen, infrarood en UV.
Voordat we aan het werk gaan om het schilderij wordt het eerst zorgvuldig
onderzocht. Er worden aantekeningen gemaakt t.b.v. een eventueel restauratieverslag
en ook de proefjes die worden gedaan worden beschreven zodat er tot een logische
aanpak kan worden besloten. Het schilderij wordt gefotografeerd. Dit stadium
van de restauratie is essentieel. Pas na een grondige kennismaking met het
schilderij komt de restaurator tot conclusies. Er worden middelen gebruikt
die reversibel zijn, dat betekent dat in de toekomst, wanneer er weer nieuwe
inzichten zijn binnen de beroepsgroep, de restauratie weer omkeerbaar kan
worden gemaakt.
Het restaureren van een schilderij betekent ook conservatie voor de toekomst.
Het vuil immers is erg slecht voor de conditie van het schilderij en tast
uiteindelijk verf en drager aan. Schimmels zijn grote vijanden evenals houtworm
bijvoorbeeld. Warmte en vocht dragen bij tot vervorming van hout en linnen.