Algemene opmerkingen
Kennis:
Het insuflon-naaldje
wordt evenals een normale subcutane injectie in het onderhuids bindweefsel
gebracht waar de toe te dienen
vloeistof langzaam
door het lichaam opgenomen zal worden.
Voorkeursplaatsen
zijn: links of rechts op de borst of in de buikplooi.
Het insuflon-naaldje
kan 3 tot 5 dagen blijven zitten indien geen ontstekingsreaktie of lekkage
is waar te nemen.
Wissel de insteekplaats
regelmatig af.
Per dosering
van de toe te dienen medicatie mag niet meer dan 3 a 4 cc. Vloeistof gespoten
worden.
Verzorgende dient
op de hoogte te zijn van methode en werking van de toe te dienen medicatie.
Vaardigheid
Om vaardig te
worden en te blijven is het nodig de handeling regelmatig uit te voeren.
Attitude
Houdt rekening
met de gevoelens van de bewoner en de zorg voor de privacy.
Het inbrengen van een insuflon naaldje
Voorbereidingen:
Bewoner
Informeer en
overleg met de bewoner over:
De reden van
het inbrengen van het insuflon-naaldje
De plaats waar
het naaldje ingebracht wordt
Eventuele pijnlijkheid
en/of beperking bewegingsvrijheid.
De noodzaak om
zich te ontspannen.
Materialen
Bekkentje met
insuflon-naaldje en 5 cc. spuit.
Desinfectans
en depper
Fixatiepleister
(zit in verpakking insuflon-naaldje)
Naaldencontainer
Omgeving
Zorg voor rustige
omgeving zodat bewoner zich kan ontspannen.
Zorg voor voldoende
privacy
Zorg voor comfortabele
houding van de bewoner waarbij je de handeling goed kunt uitvoeren.
Uitvoering
Laat bewoner
borst-, of buik ontbloten.
Desinfecteer
de insteekplaats, laat desinfectans korte tijd (ong. 1 minuut) inwerken
op de insteekplaats.
Breng het insuflon-naaldje
subcutaan als volgt in;
- Op de borst,
halverwege tepel en sleutelbeen, altijd richting sternum.
- In de buikplooi,
links of rechts van de navel, altijd richting navel.
Haal beschermhoesje
van de naald, neem een huidplooi op en breng het naaldje onder een hoek
van 45 graden in.
Controleer of
het naaldje in het onderhuids bindweefsel ligt door deze voorzichtig horizontaal
heen en weer te bewegen en met de
vinger op de
huid te voelen of deze 'los' ligt.
Controleer of
je een bloedvaatje hebt aangeprikt door een spuit op het naaldje te plaatsen
en voorzichtig op te trekken.
Als het naaldje
goed zit het voernaaldje voorzichtig verwijderen, de canule blijft zitten.
Fixeren met fixeerpleister.
(doorzichtig deel op de insteekplaats, open deel rond insteekmembraan)
Nazorg
Bewoner
Bespreek hoe
de bewoner de handeling ervaren heeft.
Help met in orde
brengen van de kleding en het aannemen van de gewenste houding.
Materiaal
Ruim alle benodigdheden
op
Naald deponeren
in naaldencontainer.
Omgeving
Open naar wens
van de bewoner weer de bedgordijnen.
Verzorgende
Handen wassen
Rapporteer de
gegevens op de juiste plaats.
Complicaties
Hematoomvorming
door aanprikken bloedvat
Abces of necrose
bij onjuiste plaats insuflon of te langdurig zelfde plaats
Infectieverschijnselen
lokaal of algemeen
Duizelingen/flauwvallen
Lekkage langs
insteekopening
Prikaccident