|

Als eenmaal het aquarium met hulpmiddelen is aangeschaft komt het moment
dat het ingericht moet worden.
Het plezierige van aquaria is, dat, afgezien van enkele algemene regels,
elke bak zijn eigen karakter kan hebben dat de voorkeur van de bezitter,
weerspiegelt.
Daarbij moeten wel de elementaire eisen betreffende de biologische en
esthetische kant van het geheel in gedachten worden gehouden.
Men moet dan ook zoveel mogelijk rekening houden met de omstandigheden in de
natuur.
De inrichting van en zoetwater-aquarium begint altijd met het aanbrengen van
de bodemgrond.
Daarvoor kan het beste zeer goed gewassen zand of grint gebruikt worden.
De bodemlaag is het dikst tegen de achterwand (10-15 cm) en loopt af naar
voren tot minder dan 5 cm.
Op deze glooiing kunnen we veel planten plaatsen die niet achter elkaar
verdwijnen.
Op de bodem wordt het decoratiemateriaal geplaatst (stenen of kienhout).
Het geheel wordt afgedekt met een stuk plastic waarna het aquarium voor de
helft of 2/3 gevuld wordt.
Bij het kiezen van het decoratiemateriaal moeten we er op letten dat de
stenen geen metalen of (voor zoetwater) geen kalk bevatten dat later aan het
aquariumwater wordt afgegeven.
Kienhout moet voor het gebruik worden uitgekookt in water waaraan wat zout
is toegevoegd.
Toch zal het in het aquarium nog stoffen afgeven die het water lichtgeel
kleuren en enigszins zuur maken.
Voor veel vissen is dat heel goed, andere vissen stellen dat weer minder op
prijs.
Als in de bak dieren worden gehouden die het water af en toe willen verlaten
(zoals sommige vissen, amfibieën en reptielen) moéten daarvoor gemakkelijk
bereikbare voorzieningen worden getroffen direct boven het wateroppervlak.
De meeste planten floreren goed op gewoon gewassen zand.
Ze moeten met een licht-draaiende beweging iets te diep gepoot en dan
voorzichtig omhoog getrokken worden.
Zo is de kans groter dat de wortels juist geplaatst zitten.
De planten die een wat zwaardere bodemgrond vereisen poten we in potjes
waaraan wat klei is toegevoegd, goed afgedekt met schoon zand.
Voor het zoetwateraquarium hebben de keus uit een groot aantal milieutypen.
De zoutwateraquaria zijn over het algemeen te splitsen in koudwater,
Middellandse Zee- en tropische koraalrifaquaria.
Het gemiddelde zeeaquarium moet zowel een zandbodem als een rotsgedeelte
bevatten omdat er dieren zijn die een zanderige bodem eisen maar ook die
zich alleen tussen rotsgesteente ophouden.
Om verstikking van de bodemgrond te voorkomen kan beter niet al te fijn zand
gebruikt worden (korrels niet kleiner dan 1-1,5 mm).
Ook in zeewater-aquarium moet de zandbodem niet al te dun zijn.
De wat dikkere laag aan de achterzijde (10-15cm) kan op zijn plaats gehouden
worden door grote platte stenen.
Om de doorstroming van deze laag wat te vergemakkelijken kan er wat
schelpengruis of ander grove materiaal door gemengd worden.
Als dat niet voldoende blijkt kunnen we de laag regelmatig met de hand
omwoelen.
Ook houdt schelpengruis de pH-waarde stabiel.
Het reeds genoemde "levend steen" heeft niet alleen een gunstige invloed op
de waterkwaliteit maar is bovendien zeer attractief.
Het bestaat uit talloze levensvormen als wormen, poliepen, mollsken enz.
door algen en slibsel aan elkaar gekit.
Het nadeel is dat in een bak met "levend steen" geen geneesmiddelen gebruikt
mogen worden(dan sterven veel lagere dieren af) doch dit wordt voor een
groot deel teniet gedaan door een conditieverbetering van de dieren die
tengevolge van dit "leven"optreedt.
Het tropische zeewateraquarium wordt nog steeds voornamelijk met de
skeletten van koraal ingericht, meestal rood en wit, aangevuld met de
skeletten van gorgonen.
Hiermee kan men oneindig veel variaties maken.
Wel moet er op gelet worden dat de grotere stukken niet kunnen omvallen.
Dus deze stukken moeten stevig op de bodem staan of anders vastgeplakt
worden met siliconenkit.
Om de dieren zo goed mogelijk te kunnen observeren worden grotere stukken
tegen de achterwand geplaatst.
Dan zijn er nog mogelijkheden extra diepte te suggereren door aan de
achterwand aan de buitenzijde bepaalde kleuren te geven.
Zoals alle voorwerpen die in het aquarium gebracht worden moeten ook de
brokken koraal goed gereinigd worden.
Helaas wordt dit koraal vrij snel vuil omdat er zweefvuil in blijft hangen
en daardoor al spoedig overtrokken worden met rode en bruinkleurige algen.
Het moet dan ook regelmatig schoongemaakt worden.
De koraalstukken moeten dan grondig afgeborsteld worden onder stromend
water.
Daarna worden ze een dag in water gezet waar chloor aan toegevoegd is.
Dan moeten ze weer grondig afgespoeld worden en liefst nog een paar dagen in
schoon water gehouden worden opdat ook de laatste chloorresten zullen
verdwijnen.
Zuren kunnen niet bij deze schoonmaak gebruikt worden omdat ze de kalk
aantasten.
Tot slot nog even in het kort de te volgen regels bij het inrichten van een
aquarium.
Bij het inrichten moet men zeer doordacht te werk gaan.
De opbouw dient voorzichtig en niet overhaast te worden uitgevoerd.
Men moet eerst "droog"experimenteren met de inrichting waarbij rekening
gehouden moet worden met het onderhoud later.
Daarom is het dan ook beter alleen het opbouwmateriaal te gebruiken dat
nodig is en niet teveel fantasiebouwsels scheppen.
Bij het aanschaffen van de levende have dienen we rekening te houden met de
juiste hoeveelheid water(dus niet de inhoud gerekend naar buitenmaten).
Een eenvoudige inrichting met niet te veel dieren levert vooral voor de
beginner de minste moeilijkheden op.
Zeemeerminnen of andere "fraaie" plastic of stenen, kunstwerken laten we
buiten beschouwing omdat ze het natuurlijke aanzicht van een aquarium
schaden.
|