|
Woordenlijst
Met deze woordenlijst willen we wat moeilijke astronomische begrippen duidelijk maken.
Klik op een van de letters hieronder om direct naar de woorden die met die letter beginnen
toe te springen.
Weet u nog een woord dat niet in deze lijst staat, maar dat er volgens u wel in moet, mail
dan even naar submit@solarweb.cjb.net .
Alvast bedankt!
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
- A -
Albedo
Lichtweerkaatsend vermogen van oppervlak van een lichaam. Albedo 1 betekend dat
al het licht wordt teruggekaatst, albedo 0 betekend dat er geen licht word teruggekaatst.
Hoe hoger het albedo van een lichaam, hoe meer licht het weerkaatst, en dus hoe helderder
het is.
Aphelium
Het punt waarin een om de Zon draaiend lichaam het verst van de Zon is gelegen.
Asgrauw schijnsel
De nachtzijde van de Maan wordt ook wel eens zeer vaag verlicht. Dit wordt
veroorzaakt doordat de Aarde licht naar de Maan terugkaatst. Dit effect heet het 'asgrauwe
schijnsel'.
Astroïde
Zie planetoïde.
Atmosfeer
Het gasvormige omhulsel van een hemellichaam.
Azimut
Hemelcoördinaat. Als azimut 0 het noorden is, is azimut 90 het oosten, 180 het
zuiden en 270 het westen. Voor azimut 0 wordt soms het noorden gebruikt, soms het zuiden.
- B -
Benedenconjunctie
Conjunctie die alleen kan voorkomen bij de binnenplaneten. In de
benedenconjunctie staat de binnenplaneet tussen de Aarde en de Zon.
Binnenplaneet
De planeten in ons zonnestelsel die binnen de aardbaan draaien. Dit zijn
Mercurius en Venus.
Bolide
Een bolide is een zeer heldere meteoor. Meestal wordt in plaats van bolide de
term 'vuurbol' gebruikt.
Bovenconjunctie
Conjunctie die alleen kan voorkomen bij de binnenplaneten. In de bovenconjunctie
staat de Zon tussen de Aarde en de binnenplaneet in. Vanaf de
Aarde gezien staat de binnenplaneet dus achter de Zon.
- C -
Conjunctie
De term gebruikt om een samenstand van twee hemellichamen aan te duiden.
- D -
Dierenriem
De Zon beweegt zich, vanaf de Aarde gezien, elk jaar door hetzelfde pad. De
sterrenbeelden die op het pad van de Zon staan, zijn de sterrenbeelden van de dierenriem.
De dierenriem telt in totaal twaalf sterrenbeelden, namelijk ram, stier, tweeling, kreeft,
leeuw, maagd, steenbok, weegschaal, schorpioen, boogschutter, waterman, vissen.
Dubbelster
Twee sterren die, gezien vanaf de Aarde, dicht bij elkaar staan. We onderscheiden
twee soorten dubbelsterren. Ten eerste de fysische dubbelsterren, die ook echt dicht bij
elkaar staan en om elkaar heen draaien. Ten tweede de optische dubbelsterren, die in
werkelijkheid in de ruimte helemaal niet dicht bij elkaar staan of om elkaar heen draaien,
maar die gewoon, vanuit de Aarde gezien, dicht bij elkaar staan aan de hemelbol.
- E -
Eclips
Verduistering. Er zijn vanaf de Aarde twee soorten verduisteringen te zien, nl.
een zonsverduistering (de Maan schuift voor de Zon) en een maansverduistering (de Maan
komt in de schuduw van de Aarde).
Ecliptica
Het pad aan de hemelbol waarlangs de Zon zich door het jaar heen beweegt.
Elongatie
De hoekafstand van een planeet tot de Zon, gezien vanaf de Aarde.
- F -
Fase
Een fase is een van de opeenvolgende schijngestalten van een hemellichaam. Zie
ook schijngestalte.
- G -
Geocentrisch
Met betrekking tot het middelpunt van de Aarde.
Getijden
Het rijzen (dat is de vloed) en het dalen (dat is eb) van de zee, door de
aantrekkingskracht van de Maan.
- H -
Halo
Lichte kring om de Zon of om de Maan
Heliocentrisch
Met betrekking tot het middelpunt van de Zon.
Hemellichaam
Een lichaam dat door de ruimte zweeft (bv een ster, een maan, een komeet, enz.)
- I -
- J -
- K -
Komeet
Klein hemellichaam dat een staart vormt (die altijd van de Zon afgekeerd staat)
als het de Zon nadert. Deze staart wordt gevormd door de zonnewind en de kracht van het
licht van de Zon. Kometen zijn vaak vieze sneeuw- en ijsballen.
- L. -
Libratie
Schommeling. Doordat de baan van de Maan om de Aarde niet geheel rond is, maar
ellipsvormig, lijkt de Maan vanaf de Aarde een beetje heen en weer te schommelen. Zo
kunnen we 57% van het Maanoppervlak zien (zie ook het artikel over de Maan).
Lichtjaar
De afstand die het licht in een jaar aflegt.
Lunatie
Een periode waarin de Maan alle schijngestalten doorloopt (van Nieuwe Maan tot
Nieuwe Maan). Een lunatie heet ook wel een synodische maand.
- M -
Magnitude
Een maat voor de helderheid van een hemellichaam. Hoe lager de magnitude, hoe
helderder. Magnitude 2 is 2,5 keer zo zwak als magnitude 1, enz. De helderste ster aan de
nachtelijke hemel is Sirius (magnitude -1.6). De zwakste sterren die nog met het blote oog
te zien zijn (als het heel erg donker is) zijn ongeveer van magnitude +6. Een ster van de
eerste magnitude, heeft magnitude 1, van de tweede magnitude, magnitude 2, enz.
Meteoor
Het lichtverschijnsel dat optreed als een klein object uit de ruimte verbrand in
de atmosfeer. Een meteoor wordt altijd veroorzaakt door een meteoroïde.
Meteoriet
Een steen uit de ruimte, die de val door de atmosfeer van de Aarde heeft
overleeft en op de aarde is gevallen.
Meteoroïde
Een klein object uit de ruimte dat een meteoor veroorzaakt.
- N -
Nebula
Een nebula (meervoud: nebulae) is een wolk van interstellair gas en stof.
Nutatie
Herhaaldelijke verandering van de stand van de aardas, voornamelijk veroorzaakt
de de zwaartekracht van de Maan.
- O -
Oppositie
Stand van twee hemellichaam, die vanaf de Aarde gezien 180 graden in lengte
verschillen. Ze staan dus tegenover elkaar. Het ene hemellichaam staat dan 'achter' de
Aarde, als het andere er 'voor' staat.
- P -
Penumbra
Bijschaduw. Een hemellichaam in de bijschaduw van een ander hemellichaam wordt
nog maar gedeeltelijk door de Zon verlicht.
Perihelium
Het punt waarin een om de Zon draaiend lichaam het dichtst bij de Zon staat.
Planetoïde
Kleine planeetjes die om de Zon heendraaien. Zie ook het artikel over planetoïden.
Protuberans
Grote massa gas die plotseling opvlamt aan het oppervlak
van de Zon, veroorzaakt door magnetische storingen.
- Q -
- R -
Revolutie
De draaiing van een hemellichaam om zijn as.
- S -
Schijngestalte
De schijnbare vorm van een hemellichaam. Een van de hemellichamen die
schijngestalten vertoont is de Maan.
Seeing
Kwaliteit van beeld bij waarneming door telescoop. Een slechte seeing wordt
meestal veroorzaakt door turbulenties in de Aardse atmosfeer.
Sterrenstelsel
Een grote groep sterren.
- T -
Terminator
De scheidingslijn tussen licht en donker op de Maan.
- U -
Uitspansel
Heelal.
Umbra
Kernschaduw. In de umbra van een hemellichaam staat een hemellichaam zo dat het
geheel wordt afgeschermd van zonlicht.
- V -
Vallende ster
Populaire naam voor meteoor.
Variabele ster
Een ster die periodiek van lichtsterkte veranderd.
- W -
- X -
- Y -
- Z -
Zenit
Punt op de hemelbol, recht boven het hoofd van de waarnemer.
Zonnejaar
Een jaar berekend volgens de omloop van de Aarde om de Zon.