Home

STOORNISSEN van ZUIGELINGENTIJD tot ADOLESCENTIE



Leerstoornissen

Stoornissen in de motorische vaardigheden

Communicatiestoornissen

Pervasieve ontwikkelingsstoornissen

Aandachtstekort /gedragsstoornissen

Voedings- en eetstoornissen

Tic-stoornissen

Stoornissen in de zindelijkheid

Overige stoornissen op zuigelingenleeftijd, kinderleeftijd of in de adolescentie



Stoornissen die meestal voor het eerst op zuigelingenleeftijd, kinderleeftijd of in de adolescentie gediagnosticeerd worden

terug

Deze sectie is gewijd aan stoornissen die meestal voor het eerst op de zuigelingenleeftijd, kinderleeftijd of in de adolescentie gediagnosticeerd worden. De verdeling in deze classificatie overeenkomstig de leeftijd waarop de stoornis zich voor het eerst voordoet dient alleen het gemak en is niet absoluut. Hoewel de stoornissen in deze sectie meestal voor het eerst naar voren komen op kinderleeftijd en in de adolescentie kunnen sommige personen waarbij stoornissen die in deze sectie beschreven worden [bv. aandachtstekort/hyperaktiviteit stoornis], gediagnosticeerd zijn, pas op volwassen leeftijd in zorg komen. Bovendien is het niet ongebruikelijk dat de beginleeftijd bij vele stoornissen in de andere secties [bv. depressieve stoornis, schizofrenie, gegeneraliseerde angststoornis] op kinderleeftijd of in de adolescentie ligt. Zij die voornamelijk met volwassenen werken moeten ook met deze sectie vertrouwd zijn.

Zwakzinnigheid (Mental Retardation)

terug

N.B.: Dit wordt gecodeerd op As II

A. Verstandelijk duidelijk onder het gemiddelde functioneren: een IQ van ongeveer 70 of lager bij een individueel toegepaste IQ-test [bij zeer jonge kinderen op basis van een inschatting van een verstandelijk significant onder het gemiddelde functioneren].

B. Gelijktijdig aanwezige tekorten in of beperkingen van het huidige aanpassingsgedrag [d.w.z. of betrokkene er in slaagt te voldoen aan de standaarden die bij zijn of haar leeftijd verwacht kunnen worden. binnen zijn of haar culturele achtergrond] op ten minste TWEE van de volgende terreinen:

  1. Communicatie
  2. Zelfverzorging
  3. Zelfstandig kunnen wonen
  4. Sociale en relationele vaardigheden
  5. Gebruik maken van gemeenschapsvoorzieningen
  6. Zelfstandig beslissingen nemen
  7. Functionele intellectuele vaardigheden
  8. Werk
  9. Ontspanning
  10. Gezondheid
  11. Veiligheid

C. Begin voor het achttiende jaar.

Codeer op basis van de mate van ernst die het niveau van verstandelijke beperkingen weerspiegelt:

315.00 [F81.0] Leesstoornis (Reading Disorder)

terug

A. Het leesniveau ligt, gemeten met een individueel afgenomen gestandaardiseerde test voor leesvaardigheid of begrip, aanzienlijk onder het te verwachten niveau dat hoort bij de leeftijd, de gemeten intelligentie en de bij de leeftijd passende opleiding van betrokkene.

B. De stoornis van Criterium A interfereert in significante mate met de schoolresultaten of de dagelijkse bezigheden waarvoor leesvaardigheid vereist is.

C. Indien een zintuiglijk defect aanwezig is, zijn de leesproblemen ernstiger dan die die hier gewoonlijk bij horen.

Coderingsaanwijzing: Indien een somatische [bv. neurologische] aandoening of een zintuiglijk defect aanwezig is, codeer de aandoening dan op As III.

315.1 [F81.2] Rekenstoornis (Mathematics Disorder)

terug

A. De rekenkundige begaafdheid ligt, gemeten met een individueel afgenomen gestandaardiseerde test, aanzienlijk onder het te verwachten niveau dat hoort bij de leeftijd, de gemeten intelligentie en de bij de leeftijd passende opleiding van betrokkene.

B. De stoornis van Criterium A interfereert in significante mate met de schoolresultaten of de dagelijkse bezigheden waarvoor rekenen vereist is.

C. Indien een zintuiglijk defect aanwezig is, zijn de rekenproblemen ernstiger dan die hier gewoonlijk bij horen.

Coderingsaanwijzing: Indien een somatische [bv. neurologische] aandoening of een zintuiglijk defect aanwezig is, codeer de aandoening dan op As III

315.2 [F81.8] Stoornis in de schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid (Disorders of Written Expression)

terug

A. De schrijfvaardigheid ligt, gemeten met een individueel afgenomen gestandaardiseerde test [of een functionele beoordeling van de schrijfvaardigheid], aanzienlijk onder het te verwachten niveau dat hoort bij de leeftijd, de gemeten intelligentie en de bij de leeftijd passende opleiding van betrokkene.

B. De stoornis van Criterium A interfereert in significante mate met de schoolresultaten of de dagelijkse bezigheden waarvoor het schrijven van een tekst vereist is [bv. het schrijven van grammaticaal correcte zinnen en goed ingedeelde alinea's).

C. Indien een zintuiglijk defect aanwezig is zijn de schrijfproblemen ernstiger dan die hier gewoonlijk bij horen.

Coderingsaanwijzing: Indien een somatische [bv. neurologische] aandoening of een zintuiglijk defect aanwezig is, codeer de aandoening dan op As III.

315.9 [F81.9] Leerstoornis NAO (Learning Disorder NOS)

terug

Deze categorie dient voor die leerstoornissen die niet voldoen aan de criteria van een van de specifieke leerstoornissen. Tot deze categorie kunnen problemen horen op alle drie de gebieden [lezen, rekenen en schriftelijk uitdrukken] die te zamen in significante mate interfereren met de schoolresultaten, zelfs als de prestatie bij de tests die elke afzonderlijke vaardigheid meten niet aanzienlijk ligt onder het te verwachten niveau dat hoort bij de leeftijd, de gemeten intelligentie en de bij de leeftijd passende opleiding van betrokkene.

315.4 [F82] Coördinatieontwikkelingsstoornis (Developmental Coordination Disorder)

terug

A. De uitvoering van dagelijkse bezigheden, waarvoor coordinatie van de motoriek vereist is, ligt aanzienlijk onder het te verwachten niveau dat hoort bij de leeftijd en de gemeten intelligentie van betrokkene. Dit kan tot uiting komen door duidelijke vertragingen in het bereiken van de mijlpalen van de motorische ontwikkeling [bv. lopen, kruipen, zitten], dingen te laten vallen, onhandigheid, slechte sportprestaties of een slecht handschrift.

B. De stoornis van Criterium A interfereert in significante mate met de schoolresultaten of de dagelijkse bezigheden.

C. De stoornis is niet het gevolg van een somatische aandoening [bv. de ziekte van Parkinson, Hemiplegie of Spierdystrofie] en voldoet niet aan de criteria van een pervasieve ontwikkelingsstoornis.

D. Indien er sprake is van zwakzinnigheid dan zijn de motorische problemen ernstiger dan die die gewoonlijk hierbij horen.

Coderingsaanwijzing: Indien een somatische [bv. neurologische] aandoening of een zintuiglijk defect aanwezig is, codeer de aandoening dan op As III.

315.31 [F80.1] Expressieve taalstoornis (Expressive Language Disorder)

terug

A. De resultaten, verkregen door gestandaardiseerde tests van het expressief taalgebruik, liggen aanzienlijk onder het resultaat van de gestandaardiseerde tests van het performale IQ en de ontwikkeling van het taalbegrip. De stoornis kan zich manifesteren met symptomen zoals een duidelijk beperkte woordenschat, fouten maken in de werkwoordsvorm, of moeilijkheden met het zich herinneren van woorden of het maken van zinnen met een bij de ontwikkeling passende lengte of ingewikkeldheid.

B. De problemen met het zich in taal uitdrukken interfereren in significante mate met de schoolresultaten of beroepsmatige prestaties, of met de sociale communicatie.

C. Er wordt niet voldaan aan de criteria van de gemengde receptieve-expressieve taalstoornis of een pervasieve ontwikkelingsstoornis.

D. Indien er sprake is van zwakzinnigheid, een motorische spraakstoornis, een zintuiglijk defect of omgevingsdeprivatie zijn de de taalproblemen ernstiger dan die die hier gewoonlijk bij horen.

Coderingsaanwijzing: Indien een motorische spraakstoornis, een zintuiglijk defect of een neurologische aandoening aanwezig is, codeer de aandoening op As III.

315.31 [F80.2] Gemengd receptieve-expressieve taalstoornis (Mixed Receptive-Expressive Language Disorder)

terug

A. De resultaten, verkregen door een batterij van gestandaardiseerde individueel toegepaste tests van de ontwikkeling van zowel taalbegrip als uiting liggen aanzienlijk onder de resultaten van gestandaardiseerde tests van de nonverbale intelligentie. Tot de symptomen behoren zowel die van een expressieve taalstoornis als de moeilijkheden met het begrijpen van woorden, zinnen of een specifiek soort woorden zoals ruimtelijke begrippen.

B. De problemen met de taaluiting of het taalbegrip interfereren in significante mate met de schoolresultaten of beroepsmatige prestaties, of met de sociale communicatie.

C. Er wordt niet voldaan aan de criteria van een pervasieve ontwikkelingsstoornis.

D. Indien er sprake is van zwakzinnigheid, een motorische spraakstoornis, een zintuiglijk defect of omgevingsdeprivatie zijn de taalproblemen ernstiger dan die die hier gewoonlijk bij horen.

Coderingsaanwijzing: Indien een motorische spraakstoornis, een zintuiglijk defect of een neurologische aandoening aanwezig is, codeer de aandoening op As III.

315.39 [F80.0] Fonologische stoornis (Phonological Disorder)

terug

A. Tekortschieten in het gebruik van bij het ontwikkelingsniveau te verwachten spraakklanken en die passen bij de leeftijd en het dialect [bv. fouten in de produktie, het gebruik, de vorm of organisatie van klanken, zoals, maar niet beperkt tot, het vervangen van de ene klank door een andere [gebruik van de t-klank in plaats van de k-klank] of weglaten van klanken zoals de eindconsonanten.

B. De problemen met het maken van stemklanken interfereren in significante mate met de schoolresultaten of beroepsmatige prestaties, of met de sociale communicatie.

C. Indien sprake is van zwakzinnigheid, een motorische spraakstoornis, een zintuiglijk defect of omgevingsdeprivatie zijn de taalproblemen ernstiger dan die die hier gewoonlijk bij horen.

Coderingsaanwijzing: Indien een motorische spraakstoornis, een zintuiglijk defect of neurologische aandoening aanwezig is, codeer de aandoening op As III.

307 [F98.5] Stotteren (Stuttering)

terug

A. Een stoornis in het normale vloeiende verloop en het tijdspatroon van de spraak[niet passend bij de leeftijd van betrokkene] gekenmerkt door het frekwent voorkomen van één of meer van de volgende criteria:

  1. herhalen van klanken en lettergrepen.
  2. verlengen van klank
  3. tussenvoegsels
  4. ononderbroken woorden (bv. pauzes binnen een woord
  5. hoorbaar of geluidloos blokkeren (gevulde of ongevulde pauzes in de spraak)
  6. veel omhaal van woorden (vervangen van woorden om problemen te vermijden)
  7. de woorden worden geproduceerd met een overmaat aan lichamelijke inspanning
  8. monosyllabische herhalingen van hele woorden (bv. 'ik-ik-ik-ik-ik zie hem')

B. De stoornis in de vloeiende spraak interfereert in significante mate met de schoolresultaten of beroepsmatige prestaties, of met de sociale communicatie.

C. Indien er sprake is van een motorische spraakstoornis of een zintuiglijk defect zijn de spraakproblemen ernstiger dan die die hier gewoonlijk bij horen.

Coderingsaanwijzing: Indien een motorische spraakstoornis of een zintuiglijk defect of neurologische aandoening aanwezig is, codeer de aandoening op As III.

307.9 [F80.9] Communicatiestoornis NAO (Communications Disorders NOS)

terug

Deze categorie dient voor die stoornissen in de com- municatie die niet voldoen aan de criteria van een specifieke communicatie stoornis; bv. een stoornis in de stem [d.w.z. een afwijking in de toonhoogte, luidheid, kwaliteit, toon of resonantie].

299.00 [F84.0] Autistische stoornis (Autistic Disorder)

terug

A. Een totaal van zes [of meer] items van [1], [2], en [3] met ten minste twee van [1], en van [2] en [3] elk één:

[1] Kwalitatieve beperkingen in de sociale interacties zoals blijkt uit ten minste TWEE van de volgende criteria:

[a] Duidelijke stoornissen in het gebruik van verschillende vormen van nonverbaal gedrag, zoals oogcontact, gelaatsuitdrukking, lichaamshoudingen, en gebaren om de sociale interactie te bepalen.
[b] Er niet in slagen met leeftijdgenoten tot relaties te komen, die passen bij het ontwikkelingsniveau.
[c] Tekort in het spontaan proberen met anderen plezier, bezigheden of prestaties te delen [bv. het niet laten zien, brengen of aanwijzen van voorwerpen die van betekenis zijn]
[d] Afwezigheid van sociale of emotionele wederkerigheid

[2] Kwalitatieve beperkingen in de communicatie zoals blijkt uit ten minste EEN van de volgende criteria:

[a] Achterstand in of volledige afwezigheid van de ontwikkeling van de gesproken taal [niet samengaand met een poging dit te compenseren met alternatieve communicatiemiddelen zoals gebaren of mimiek]
[b] Bij individuen met voldoende spraak duidelijke beperkingen in het vermogen een gesprek met anderen te beginnen of te onderhouden
[c] Stereotiep en herhaald taalgebruik of eigenaardig woordgebruik
[d] Afwezigheid van gevarieerd spontaan fantasiespel ['doen-alsof spelletjes'] of sociaal imiterend spel ['nadoen' spelletjes] passend bij het ontwikkelingsniveau.

[3] Beperkte, zich herhalende stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en aktiviteiten zoals blijkt uit ten minste EEN van de volgende criteria:

[a] Sterke preoccupatie met 1 of meer stereotiepe en beperkte patronen van belangstelling die abnormaal is ofwel in intensiteit ofwel in richting
[b] Duidelijk rigide vastzitten aan specifieke niet-functionele routines of rituelen
[c] Stereotiepe en zich herhalende motorische manierismen [bv.fladderen of draaien met hand of vingers of complexe bewegingen met het hele lichaam]
[d] Aanhoudende preoccupatie met delen van voorwerpen

B. Achterstand in of abnormaal functioneren op ten minste één van de volgende gebieden met een begin voor het derde jaar:
[1] sociale interacties
[2] taal zoals te gebruiken in sociale communicatie, of
[3] symbolisch of fantasiespel

C. De stoornis is niet eerder toe te schrijven aan de stoornis van Rett of een desintegratiestoornis van de kinderleeftijd

299.80 [F84.2] Stoornis van Rett (Rett's Disorder)

terug

A. Alle volgende:

  1. Duidelijk normale prenatale en perinatale ontwikkeling
  2. Duidelijk normale psychomotore ontwikkeling gedurende de eerste vijf maanden na de geboorte
  3. Normale schedelomvang bij de geboorte

B. Begin van alle volgende, na de periode van normale ontwikkeling:

  1. Afname van de schedelgroei tussen de leeftijd van vijf maanden en 48 maanden
  2. Verlies van eerder verworven doelgerichte handvaardigheden tussen de leeftijd van vijf maanden en dertig maanden met de hierop volgende ontwikkeling van stereotiepe handbewegingen [bv. handen wringen of 'handenwassen']
  3. Verlies van sociale betrokkenheid vroeg in het beloop [hoewel sociale interactie zich later wel ontwikkelt]
  4. Optreden van een slechte coordinatie van het lopen of de bewegingen van de romp
  5. Ernstige beperkingen in de ontwikkeling van de expressieve en receptieve taal met ernstige psychomotorische achterstand
299.10 [F84.3] Desintegratiestoornis van de kinderleeftijd (Childhood Disintegrative Disorder)

terug

A. Een duidelijk normale ontwikkeling gedurende ten minste de eerste twee jaar na de geboorte, zoals blijkt uit de aanwezigheid van de bij de leeftijd passende verbale en nonverbale communicatie, sociale relaties, spel en aanpassingsgedrag.

B. Aanzienlijk verlies van voorheen verworven vaardigheden [voor het tiende jaar] op ten minste twee van de volgende terreinen:

  1. expressieve en receptieve taal
  2. sociale vaardigheden en aanpassingsgedrag
  3. zindelijkheid voor urine en ontlasting
  4. spel
  5. motorische vaardigheden
C. Afwijkingen in het functioneren op ten minste twee van de volgende terreinen:
  1. kwalitatieve beperkingen in sociale interacties [bv. beperkingen van het nonverbale gedrag, er niet in slagen relaties met leeftijdgenoten te ontwikkelen, gebrek aan sociale en emotionele wederkerigheid]
  2. kwalitatieve beperkingen van de communicatie [bv. achterstand in of afwezigheid van gesproken taal, onvermogen een gesprek met anderen te beginnen of te onderhouden, stereotiep en zich herhalend taalgebruik, afwezigheid van fantasiespel ['doen-alsof' spelletjes]
  3. beperkte, zich herhalende en stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en aktiviteiten, waartoe ook behoren motorische stereotypieen en manierismen

D. De stoornis is niet eerder toe te schrijven aan een andere specifieke pervasieve ontwikkelingsstoornis of schizofrenie.

299.80 [F84.5] Stoornis van Asperger (Asperger's Disorder)

terug

A. Kwalitatieve beperkingen in de sociale interaktie, zoal blijkt uit ten minste twee van de volgende criteria:

  1. duidelijke stoornissen in het gebruik van veelvoudig nonverbaal gedrag zoals oogcontact, gelaatsuitdrukking, lichaamshoudingen en gebaren om de sociale interaktie te bepalen
  2. er niet in slagen met leeftijdgenoten tot bij het ontwikkelingsniveau passende relaties te komen
  3. tekort in het spontaan proberen met anderen plezier, bezigheden of prestaties te delen [bv. het niet laten zien, brengen of aanwijzen van voorwerpen die van betekenis zijn]
  4. afwezigheid van sociale of emotionele wederkerigheid

B. Beperkte, zich herhalende en stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en aktiviteiten zoals blijkt uit ten minste één van de volgende criteria:

  1. sterke preoccupatie met één of meer stereotiepe en beperkte patronen van belangstelling die abnormaal is in ofwel intensiteit of aandachtspunt
  2. duidelijk rigide vastzitten aan specifieke niet-functionele routines of rituelen
  3. stereotiepe en zich herhalende motorische maniërismen [bv.fladderen of draaien met hand of vingers of complexe bewegingen met het hele lichaam]
  4. aanhoudende preoccupatie met delen van voorwerpen

C. De stoornis veroorzaakt in significante mate beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen

D. Er is geen significante algemene achterstand in taalontwikkeling [bv. het gebruik van enkele woorden op de leeftijd van twee jaar, communicatieve zinnen op de leeftijd van drie jaar.

E. Er is geen significante achterstand in de cognitieve ontwikkeling of in de ontwikkeling van bij de leeftijd passende vaardigheden om zichzelf te helpen, gedragsmatig aanpassen [anders dan binnen sociale interakties] en nieuwsgierigheid over de omgeving

F. Er is niet voldaan aan de criteria van een andere specifieke pervasieve ontwikkelingsstoornis of schizofrenie

299.80 [F84.9] Pervasieve ontwikkelingsstoornis NAO (Pervasive Developmental Disorder NOS)

terug

Deze categorie moet worden gebruikt als er een ernstige en pervasieve beperking is in de ontwikkeling van de wederkerige sociale interaktie of van de verbale en nonverbale communicatieve vaardigheden, of als stereotiep gedrag, interesses en aktiviteiten aanwezig zijn, terwijl niet voldaan wordt aan de criteria voor een specifieke pervasieve ontwikkelingsstoornis, schizofrenie, schizotypische persoonlijkheidsstoornis of ontwijkende persoonlijkheidsstoornis. Zo behoren tot deze categorie ook de 'atypische autisme ' beelden die niet voldoen aan de criteria van de autistische stoornis vanwege een begin op latere leeftijd, atypische symptomatologie of te weinig symptomen of deze allemaal.

Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (Attention Deficit Hyperactivity Disorder)

terug

A. Ofwel [Aandachtstekort], ofwel [Hyperacitiveit-Impulsiviteit]:

Aandachtstekort

  1. slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details of maakt achteloos fouten in schoolwerk, werk of bij andere aktiviteiten.
  2. heeft vaak moeite de aandacht bij taken of spel te houden
  3. lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direkt aangesproken wordt
  4. volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er vaak niet in schoolwerk, karweitjes af te maken of verplichtingen op het werk na te komen [niet het gevolg van oppositioneel gedrag of van het onvermogen om aanwijzingen te begrijpen]
  5. heeft vaak moeite met het organiseren van taken en aktiviteiten
  6. vermijdt vaak, heeft een afkeer van of is onwillig zich bezig te houden met taken die een langdurige geestelijke inspanning vereisen [zoals school- of huiswerk]
  7. raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden [bv.speelgoed, huiswerk, potloden, boeken of gereedschap]
  8. wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels
  9. is vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden


Hyperactiviteit

  1. beweegt vaak onrustig met handen of voeten, of draait in zijn stoel
  2. staat vaak op in de klas of in andere situaties waar verwacht wordt dat men op zijn plaats blijft zitten
  3. rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast is [bij adolescenten of volwassenen kan dit beperkt zijn tot subjectieve gevoelens van rusteloosheid]
  4. kan moeilijk rustig spelen of zich bezig houden met ontspannende aktiviteiten
  5. is vaak 'in de weer' of 'draaft maar door'
  6. praat vaak aan een stuk door

Impulsiviteit

  1. gooit het antwoord er vaak al uit voordat de vragen afgemaakt zijn
  2. heeft vaak moeite op zijn/haar beurt te wachten
  3. verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op [bv. mengt zich zomaar in gesprekken of spelletjes]
B. Enkele symptomen van hyperaktiviteit-impulsiviteit of onoplettendheid die beperkingen veroorzaken waren voor het zevende jaar aanwezig

C. Enkele beperkingen uit de groep symptomen zijn aanwezig op twee of meer terreinen [bv. op school(of werk) en thuis]

D. Er moeten duidelijke aanwijzingen van significante beperkingen zijn in het sociale, school- of beroepsmatige functioneren

E. De symptomen komen niet uitsluitend voor in het beloop van een pervasieve ontwikkelingsstoornis, schizofrenie of een andere psychotische stoornis en zijn niet eerder toe te schrijven aan een andere psychische stoornis [bv. stemmingsstoornis, angststoornis, dissociatieve stoornis of een persoonlijkheidsstoornis].

Codering op basis van type:

314.01 (F90.0) ADHD --> gecombineerde type: Indien gedurende de afgelopen 6 mnd. voldaan wordt aan zowel criterium A1 als A2
314.00 (F98.8) ADHD --> overwegend onoplettendheid type: Indien gedurende de afgelopen 6 mnd. aan criterium A1 voldaan wordt maar NIET aan criterium A2
314.01 (F90.0) ADHD --> overwegend hyperaktief-impulsief type: Indien gedurende de afgelopen 6 mnd. voldaan wordt aan criterium A2 maar NIET aan criterium A1

Coderingsaanwijzing: Bij personen [in het bijzonder adolescenten en volwassenen] die momenteel symptomen hebben die niet meer voldoen aan alle criteria moet 'Gedeeltelijk in remissie' worden gegeven.

314.9 (F90.9) Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit NAO (Attention Deficit Hyperactivity Disorder NOS)

terug

Deze categorie dient voor stoornissen met op de voorgrond staande symptomen van onoplettendheid of hyperaktiviteit-impulsiviteit die niet voldoen aan de criteria van een Aandachtstekortstoornis met hyperaktiviteit.

312.xx (F91.8) Gedragsstoornis (Conduct Disorder)

terug

A. Een zich herhalend en aanhoudend gedragspatroon waarbij de grondrechten van anderen of belangrijke bij de leeftijd horende sociale normen of regels worden overtreden zoals blijkt uit de aanwezigheid gedurende de laatste 12 maanden van DRIE [of MEER] van de volgende criteria, met ten minste de laatste 6 maanden 1 criterium aanwezig:

Agressie gericht op mensen en dieren

Vernieling van eigendom

Leugenachtigheid of diefstal

Ernstige schending van de regels

B. De gedragsstoornis veroorzaakt in significante mate beperkingen in het sociale, school- of beroepsmatig functioneren.

C. Indien betrokkene 18 jaar of ouder is en niet wordt voldaan aan de criteria van een antisociale persoonlijkheid.

Codeer type op basis van de beginleeftijd:

(312.81 - F91.8): Gedragsstoornis, type beginnend in de kinderleeftijd: Het begin van ten minste één criterium, karakteristiek voor een gedragsstoornis, ligt voor het 10e jaar
(312.82 - F91.8): Gedragsstoornis, type beginnend in de adolescentie: Geen enkel criterium, karakteristiek voor een gedragsstoornis, ligt voor het 10e jaar
(312.89 - F91.8): Gedragsstoornis, begin niet gespecificeerd: Beginleeftijd onbekend

Specificeer ernst:

Licht: Weinig of niet meer gedragsproblemen dan nodig zijn om de diagnose te stellen en de gedragsproblemen veroorzaken slechts geringe schade aan anderen [bv. liegen, spijbelen, zonder toestemming buiten blijven als het al donker is]
Matig: Het aantal gedragsproblemen en het effect ervan op anderen ligt tussen 'licht' en 'ernstig' [bv. stelen zonder confrontatie met het slachtoffer, vandalisme]
Ernstig: Veel meer gedragsproblemen dan nodig zijn om de diagnose te stellen OF de gedragsproblemen veroorzaken aanzienlijke schade aan anderen [bv.gedwongen seks, lichamelijke wreedheid, gebruik van een wapen, stelen met direct contact met het slachtoffer, inbraak]

313.81 (F91.3) Oppositioneel-opstandige gedragsstoornis (Oppositional Defiant Disorder)

terug

A. Een patroon van negativistisch, vijandig en openlijk ongehoorzaam gedrag met een duur van ten minste zes maanden waarin vier [of meer] van de volgende criteria aanwezig zijn:

  1. is vaak driftig
  2. maakt vaak ruzie met volwassenen
  3. is vaak opstandig of weigert zich te voegen naar verzoeken of regels van volwassenen
  4. ergert vaak met opzet anderen
  5. geeft anderen vaak de schuld van eigen fouten of wangedrag
  6. is vaak prikkelbaar en ergert zich gemakkelijk aan anderen
  7. is vaak boos en gepikeerd
  8. is vaak hatelijk en wraakzuchtig

N.B.: Overweeg dat pas aan een criterium wordt voldaan als het gedrag vaker voorkomt dan kenmerkend is voor qua leeftijd en ontwikkelingsniveau vergelijkbare personen.

B. De gedragsstoornis veroozaakt in significante mate beperkingen in het sociale, school- of beroepsmatige functioneren.

C. De gedragingen komen niet uitsluitend voor tijdens het beloop van een psychotische of stemmingsstoornis.

D. Er wordt niet voldaan aan de criteria van een gedragsstoornis en indien betrokkene 18 jaar of ouder is wordt niet voldaan aan de criteria van de antisociale persoonlijkheidsstoornis

312.9 (F91.9) Gedragsstoornis NAO (Disruptive Behavior Disorder NOS)

terug

Deze categorie dient voor stoornissen die gekenmerkt worden door [antisociale of oppositioneel-opstandige] gedragingen die niet voldoen aan de criteria van een gedragsstoornis of een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis. Tot de voorbeelden horen de beelden die niet voldoen aan alle criteria van ofwel een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis ofwel een gedragsstoornis, maar waarbij er significante beperkingen zijn.

307.52 (F98.3) Pica (Pica)

terug

A. Hardnekkig eten van niet voor consumptie geschikte stoffen gedurende een periode van ten minste één maand.

B. Het eten van niet voor consumptie geschikte stoffen past niet bij het ontwikkelingsniveau.

C. Het eetgedrag maakt geen deel uit van cultureel geaccepteerde gewoonten.

D. Indien het eetgedrag uitsluitend voorkomt tijdens het beloop van een andere psychische stoornis [bv. zwakzinnigheid, pervasieve ontwikkelingsstoornis, schizofrenie], moet het voldoende ernstig zijn om aparte medische aandacht te rechtvaardigen.

307.53 (F98.2) Ruminatiestoornis (Rumination Disorder)

terug

A. Herhaalde regurgitatie en herkauwen van voedsel gedurende een periode van ten minste één maand volgend op een periode van normaal functioneren.

B. Het gedrag is niet het gevolg van een bijkomende gastrointestinale ziekte of een somatische aandoening [bv. oesophagusreflux]

C. Het gedrag komt niet uitsluitend voor in het beloop van Anorexia Nervosa of Boulimia Nervosa. Indien de symptomen uitsluitend voorkomen in het beloop van zwakzinnigheid of een pervasieve ontwikkelingsstoornis moeten zij voldoende ernstig zijn om afzonderlijke aandacht te rechtvaardigen.

307.59 (F98.2) Voedingsstoornissen op zuigelingenleeftijd of vroege kinderleeftijd (Feeding Disorder of Infancy or Early Childhood)

terug

A. Voedingsstoornis waarbij betrokkene er nooit in slaagt voldoende te eten met een in significante mate uitblijven van gewichtstoename of een significant gewichtsverlies gedurende ten minste 1 maand.

B. Het gedrag is niet het gevolg van een bijkomende gastrointestinale ziekte of een somatische aandoening[bv. oesophagusreflux].

C. De stoornis is niet eerder toe te schrijven aan een andere psychische stoornis [bv. ruminatiestoornis] of door een tekort in beschikbaar voedsel.

D. Het begin ligt voor het zesde jaar.

307.23 (F95.2) Stoornis van Gilles de la Tourette(Tourette's Disorder)

terug

A. Zowel multipele motorische als een meer vocale tics zijn op een bepaald moment van de ziekte aanwezig geweest, hoewel niet noodzakelijkerwijs tegelijkertijd.[Een tic is een plotselinge, snelle, herhaalde, niet-ritmische, stereotiepe, motorische beweging of vocale uiting].

B. De tics komen vele keren per dag [meestal in aanvallen], bijna elke dag of met tussenpozen gedurende meer dan één jaar, en in deze periode was er nooit een tic-vrije periode van meer dan drie aaneengesloten maanden.

C. De stoornis veroorzaakt duidelijk lijden of significante beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.

D. Begin voor het 18e jaar.

E. De stoornis is niet het gevolg van de direkte fysiologische effecten van een middel [bv. stimulantia] of een somatische aandoening [bv. chorea van Huntington of postvirale encefalitis].

307.22 (F95.1) Chronische motorische of vocale tic-stoornis(Chronic Motor or Vocal Tic Disorder)

terug

A. Enkelvoudige of multipele motorische of vocale tics [d.w.z. plotselinge, snelle, herhaalde, niet-ritmische, stereotiepe motorische bewegingen of vocale uitingen], maar niet alle twee, zijn op een bepaald moment van de ziekte aanwezig geweest.

B. De tics komen vele keren per dag voor, bijna elke dag met tussenpozen gedurende meer dan één jaar, en in deze periode was er nooit een tic-vrije periode van meer dan drie aaneengesloten maanden.

C. De stoornis veroorzaakt duidelijk lijden of significante beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.

D. Begin voor het 18e jaar

E. De stoornis is niet het gevolg van de direkte fysiologische effecten van een middel [bv. stimulantia] of een somatische aandoening [bv. chorea van Huntington of postvirale encefalitis].

F. Er is nooit voldaan aan de criteria van de stoornis van Gilles de la Tourette

307.21 (F95.0) Passagère tic-stoornis(Transient Tic Disorder)

terug

A. Enkelvoudige of multipele motorische en/of vocale tics [d.w.z. plotselinge, snelle, herhaalde, niet-ritmische, stereotiepe motorische bewegingen of vocale uitingen].

B. De tics komen vele keren per dag voor, bijna elke dag gedurende ten minste vier weken maar niet langer dan twaalf aaneengesloten maanden.

C. De stoornis veroorzaakt duidelijk lijden of significante beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.

D. Begin voor het 18e jaar.

E. De stoornis is niet het gevolg van de direkte fysiologische effecten van een middel [bv. stimulantia] of een somatische aandoening [bv. chorea van Huntington of postvirale encefalitis].

F. Er is nooit voldaan aan de criteria van de stoornis van Gilles de la Tourette of een chronische motorische of vocale tic-stoornis.

Specificeer indien: eenmalige episode of herhaalde episode

307.20 (F95.9) Tic-stoornis NAO(Tic Disorder NOS)

terug

Deze categorie dient voor stoornissen die gekenmerkt worden door tics die niet voldoen aan de criteria van een specifieke tic-stoornis. Tot de voorbeelden horen tics die korter dan vier weken duren of tics die na het achttiende jaar beginnen.

Encopresis(Encopresis)

terug

A. Herhaald defaeceren op daartoe niet bestemde plaatsen [bv.in de kleding, op de vloer] al dan niet opzettelijk.

B. Ten minste eenmaal per maand een dergelijk voorval gedurende ten minste drie maanden.

C. De leeftijd is ten minste vier jaar [of vergelijkbaar ontwikkelingsniveau].

D. Het gedrag is niet uitsluitend het gevolg van de direkte fysiologische effecten van een middel [bv. laxantia] of een somatische aandoening met uitzondering van een mechanisme dat obstipatie met zich meebrengt.

Codeer als volgt:

787.6 (R15) Met obstipatie en overloop incontinentie: Er zijn aanwijzingen voor obstipatie op basis van lichamelijk onderzoek of de anamnese.
307.7 (F98.1) Zonder obstipatie en overloop incontinentie: Er zijn geen aanwijzingen voor obstipatie op basis van lichamelijk onderzoek of de anamnese.

307.6 (F98.0) Enuresis (niet door een somatische aandoening (Enuresis [Not Due to a General Medical Condition])

terug

A. Herhaalde urinelozing in bed of in de kleding [al dan niet opzettelijk].

B. Het gedrag is significant zoals blijkt uit ofwel een frekwentie van tweemaal per week gedurende ten minste drie aaneengesloten maanden ofwel door de aanwezigheid van significante beperkingen in sociaal of school [beroepsmatig] functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.

C. De leeftijd is ten minste vijf jaar [of vergelijkbaar ontwikkelingsniveau].

D. Het gedrag is niet uitsluitend het gevolg van de direkte fysiologische effecten van een middel [bv. diuretica] of een somatische aandoening [bv. diabetes, spina bifida, epilepsie].

Specificeer het type:

Alleen 's nachts: urinelozing alleen gedurende de nachtelijke slaapuren
Alleen overdag: urinelozing wanneer men wakker is
's Nachts en overdag: een combinatie van de twee subtypes hierboven

309.21 (F93.0) Separatieangststoornis (Separation Anxiety Disorder])

terug

A. Niet bij de ontwikkeling passende en overdreven angst gescheiden te worden van huis of van diegenen aan wie betrokkene gehecht is, zoals blijkt uit ten minste drie [of meer] van de volgende criteria:

  1. terugkerend overmatig lijden wanneer zich een scheiding van huis of van een van diegenen aan wie het kind gehecht is voordoet of verwacht wordt.
  2. aanhoudende en overdreven bezorgdheid over het verliezen van degenen aan wie het kind gehecht is of het mogelijke kwaad dat deze kan overkomen.
  3. aanhoudende en overdreven bezorgdheid dat een onverwachte gebeurtenis tot een scheiding van een belangrijk persoon, aan wie het kind gehecht is, zal leiden [bv. dat het zal verdwalen of zal worden gekidnapt].
  4. aanhoudende tegenzin of weigering om naar school of ergens anders heen te gaan vanwege de scheidingsvrees.
  5. aanhoudende en overdreven vrees voor alleen zijn of weigeren alleen thuis te zijn zonder degenen aan wie het kind gehecht is of in andere situaties te zijn zonder de aanwezigheid van belangrijke volwassenen.
  6. aanhoudende tegenzin of weigering om te gaan slapen zonder dat diegene aan wie het kind gehecht is en in de buurt is, of om ergens te gaan logeren.
  7. terugkerende nachtmerries over het thema separatie.
  8. terugkerende klachten over lichamelijke symptomen [zoals hoofdpijn, buikpijn, misselijkheid of braken] wanneer zich een scheiding van degenen aan wie het kind gehecht is voordoet of verwacht wordt.

B. De duur van de stoornis is ten minste vier weken.

C. Het begin ligt voor het 18e jaar.

D. De stoornis veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in sociaal of school [beroepsmatige] functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.

E. De stoornis komt niet uitsluitend voor in het beloop van een pervasieve ontwikkelingsstoornis, schizofrenie of andere psychotische stoornissen en is bij adolescenten en volwassenen niet eerder toe te schrijven aan een paniekstoornis met agorafobie.

Specificeer indien:

Vroeg begin: indien het begin ligt voor het zesde jaar

Terug naar....

[Beslisbomen]

313.23 (F94.0) Selectief mutisme (Selective Mutism)

terug

A. Consequent niet kunnen spreken in specifieke sociale situaties [waarin van het kind verwacht wordt te spreken, bv. op school], ondanks kunnen spreken in andere situaties.

B. De stoornis staat het bereiken van resultaten in opleiding of beroep in de weg of belemmert de sociale communicatie.

C. De duur van de stoornis is ten minste 1 maand [niet beperkt tot de eerste maand op school].

D. Het er niet in slagen om te spreken is niet het gevolg van een gebrek aan kennis van, of zich vertrouwd voelen met, de gesproken taal die in de sociale situatie vereist wordt.

E. De stoornis is niet eerder toe te schrijven aan een communicatiestoornis [bv.stotteren] en komt niet uitsluitend voor in het beloop van een pervasieve ontwikkelingsstoornis, schizofrenie of een andere psychotische stoornis.

313.89 (F94.x) Reactieve hechtingsstoornis op zuigelingenleeftijd of vroege kinderleeftijd (Reactive Attachment Disorder of Infancy or Early Childhood)

terug

A. Duidelijk gestoorde en niet bij de ontwikkeling passende sociale bindingen in de meeste situaties, beginnend voor het vijfde jaar zoals blijkt uit ofwel [1] ofwel [2]:

  1. aanhoudend er niet in slagen de aanzet te geven tot of te reageren op de meeste sociale interacties, op een bij de ontwikkeling passende manier zoals blijkt uit buitensporige geremdheid, overmatige waakzaamheid of sterk ambivalente en tegenstrijdige reacties [bv. het kind kan reageren op verzorgers met een mengeling van toenadering, afstand nemen of weigeren getroost te worden, of kan verstijfd op de hoede zijn].
  2. oppervlakkige hechtingen zoals blijkt uit kritiekloze vriendelijkheid met duidelijk onvermogen passende selectieve hechtingen te tonen [bv. buitensporig vrijpostig t.o.v. betrekkelijk vreemden of een gebrek aan selectiviteit in de keuze van de hechtingsfiguren].

B. De stoornis in criterium A is niet enkel te verklaren door een achterstand in de ontwikkeling [zoals bij zwakzinnigheid] en voldoet niet aan de criteria van een pervasieve ontwikkelingsstoornis.

C. Pathogene zorg zoals blijkt uit ten minste 1 van de volgende criteria:

  1. aanhoudende veronachtzaming van de basale emotionele behoeften van een kind aan troost, aanmoediging en affectie.
  2. aanhoudende veronachtzaming van de basale lichamelijke behoeften van het kind
  3. herhaald wisselen van de vaste verzorger hetgeen de vorming van een stabiele hechting verhindert [bv.frekwent veranderen van pleegzorg]

D. Er is reden te veronderstellen dat de zorg in criterium C verantwoordelijk is voor het gestoorde gedrag in criterium A [bv. de stoornissen in criterium A volgden op de pathogene zorg in criterium C].

Specificeer het type:

313.89 - F94.1: Geremde type: indien criterium A1 het beeld overheerst
313.89 - F94.2: Ontremde type: indien criterium A2 het beeld overheerst

307.3 (F98.4) Stereotype bewegingsstoornis (Stereotypic Movement Disorder)

terug

A. Zich herhalend, ogenschijnlijk gedreven, en niet-functioneel motorisch gedrag [bv. handenwapperen of -wuiven, schommelen met het lichaam, hoofbonzen, aanraken van dingen met de mond, zichzelf bijten, plukken aan de huid of lichaamsopeningen, zichzelf slaan].

B. Het gedrag hindert duidelijk de normale bezigheden of leidt tot zelftoegebrachte lichamelijke verwondingen die een medische behandeling nodig maken [of die tot verwondingen zouden leiden indien er geen preventieve maatregelen zouden worden genomen].

C. Indien er sprake is van zwakzinnigheid, is het stereotiepe of zelfbeschadigende gedrag voldoende ernstig om een punt van aandacht voor behandeling te worden.

D. Het gedrag is niet eerder toe te schrijven aan een dwang [zoals bij obsessieve-compulsieve stoornis], een tic [zoals bij ticstoornis], een stereotypie die onderdeel is van een pervasieve ontwikkelingsstoornis, of harenuittrekken zoals bij trichotillomanie].

E. Het gedrag is niet het gevolg van de direkte fysiologische effecten van een middel of een somatische aandoening.

F. Het gedrag persisteert vier weken of langer.

Specificeer indien:

Met zelfbeschadigend gedrag: Indien het gedrag leidt tot lichamelijke verwondingen die specifieke behandeling nodig maken [of tot een verwonding zou leiden indien er geen preventieve maatregelen zouden worden genomen.

313.9 (F98.9) Stoornis op zuigelingenleeftijd, kinderleeftijd of in de adolescentie NAO (Disorders of Infancy, Childhood, or Adolescence NOS)

terug

Deze categorie is een restgroep voor stoornissen met een begin op zuigelingenleeftijd, kinderleeftijd of in de adolescentie die niet voldoen aan de criteria van een van de specifieke stoornissen in de classificatie.